Translate

7 november 2007

Fusie van blog en homepage

Op korte termijn gaat er op GIJS'geneaLOG iets veranderen. Momenteel heb ik naast dit blog nog een genealogische webstek, http://www.geneaal.nl/, die al sinds meer dan 6 jaar actief is. De informatie ('content') die daar staat wil ik integreren in het blog. De methode is simpel: Vrijwel alle html-pagina´s zullen als afzonderlijke berichten hier op dit blog verschijnen. De aansturing ervan zal niet alleen op de normale wijze vanuit het archief, maar ook via links in een nieuw te creëren sectie 'Specials' in de linkerkolom mogelijk worden. Het is niet de bedoeling, dat het 'geneaal'-domein geheel gaat verdwijnen, maar de functie zal beperkt worden tot een portaal (in het Engels, Duits en Nederlands) naar de genealogische database en naar dit blog.

Ik hoop hiermee de interactie met u te verbeteren.

Overigens wordt de wisselexpositie verplaatst van de ereplaats linksboven naar een plek verder naar beneden. Zo blijft het allemaal lekker in beweging!

5 november 2007

Voor gevorderden

Als 'genealogie voor gevorderden' mag je gerust het wetenschappelijke artikel van Sigrid Weigel "Genealogy - On the iconography and rhetorics of an epistemological topos" typeren. Mij is gebleken, dat het geen eenvoudige lektuur is. Zo gevorderd ben ik dus ook weer niet. Dat ligt niet alleen daaraan, dat het Engels doorspekt is met vaktermen. Laat dit u niet ervan weerhouden, op de link naar het artikel te klikken, want alleen al de deels middeleeuwse afbeeldingen zijn het aanzien meer dan waard (bijgaande illustratie is er een van). Ook een verdere bestudering van de inhoud van het artikel is zeker aan te bevelen, met de nadruk op bestudering. Het gaat met name over de geschiedenis van het weergeven van genealogische structuren door middel van schema's, overzichten en iconografie, waarbij de boomvorm centraal staat. Met een goede kennis van de Engelse taal , en daarnaast een goed woordenboek en/of lexicon, moet het uiteindelijk wel lukken. Ikzelf ga er nu mee aan de slag! Wellicht kom ik er later op deze plek nog eens op terug. U ook?

4 november 2007

Apostel Paulus

Kent u ook mensen, die stamboomonderzoek de grootste onzin van de wereld vinden? Ik wel, er zitten nogal wat familieleden van mij bij ook. "Ieder zijn meug" sprak de boer, en hij at paardevijgen. Hobby's zijn heel vaak voor anderen dan de hobbyist zelf een belachelijke bezigheid, ga het maar bij uzelf na. Ook de apostel Paulus vond genealogie maar niks. Hij is daar in verschillende bijbelteksten volstrekt duidelijk over. 1 Timoteus 1 vers 4: "Je moet voorkomen, dat bepaalde mensen daar een afwijkende leer onderwijzen en zich verdiepen in verzinsels en eindeloze geslachtsregisters". Even verder vindt hij dit "zinloos gepraat". Ook in zijn brief aan zijn vriend Titus heeft hij het erover. Hoofdstuk 3 vers 9: "Maar houd je verre van dwaze speculaties en geslachtsregisters en dat geruzie en geredetwist over de wet, want dat is allemaal nutteloos en dwaas". Wat moet je daar als christen in en van deze tijd mee? Je hobby aan de kant doen? Op internet vond ik over dit thema nauwelijks Nederlandse commentaren, maar wel Amerikaanse. Deze zetten de teksten in het juiste prespectief. Het duidelijkst vond ik David Ralston, het is hier na te lezen. Zijn betoog komt erop neer, dat het in Paulus' tijd kennelijk voor tot het Christendom bekeerde Joden niet ongebruikelijk was door middel van geslachtsregisters aan te tonen, dat men met joodse wortels toch een bijzondere positie innam. Zo behoorden zij tot het door God uitverkoren volk. Daar werd stevig over gedebatteerd en bracht onrust in de gemeente teweeg. In het Jodendom was genealogie een serieuze zaak. Ze waren gewoon trots op hun voorouders. Paulus vond het een ondergeschikt thema en veroordeelde het gekrakeel erover: "Maak je niet zo druk!"

David Ralston komt tot de conclusie, dat genealogisch onderzoek in de Bijbel niet wordt verboden. Wat de gemiddelde genealoog heden ten dage doet is niet te vergelijken met de praktijken van de eerste, met name joodse, Christenen. Gelukkig maar, GIJS'geneaLOG kan nog even blijven bestaan!

Afbeelding: Andrei Rublev. Apostel Paulus, ca. 1420. Tempera op hout. 160 x 109 cm. Tretyakov Gallery, Moskou, Rusland.

1 november 2007

Stil Vliedt

Wat ik gisteren bij mijn bijdrage getiteld Stil natuurlijk meteen had moeten doen is een Google Earth kaartje bijvoegen. Dat verzuim wordt nu goedgemaakt. Ten overvloede heb k de naam van de zathe Stil Vliedt in rood aangegeven. Zoek de verschillen! Het is zeker wel een reden om bij een volgend bezoek aan Friesland ter plekke eens te gaan kijken.

31 oktober 2007

Stil

Officieel ging de site met het archief van de oudste krant van Nederland, de Leeuwarder Courant, op 24 oktober jl. online. Maar al enkele weken eerder was het een dag of wat mogelijk te zoeken in de kranten van 1752 tot heden, hoewel toen lang niet alles al beschikbaar was. Die kans heb ik gegrepen en mij vooral gericht op de familienaam Stilma. Dat die naam mij interesseert mag geen wonder heten, mijn vrouw heet zo. Ik schreef al eens over de oorsprong van deze naam. In 1811 nam een zekere Marten Rientses, boer in het Friese Rauwerd, de naam Stilma aan. Alle Stilma´s in Nederland stammen van hem af. Waarom hij juist voor die naam koos was tot nu een raadsel. Hoe kom je erbij voor een dergelijke naam te kiezen, als je het helemaal voor het zeggen hebt? Het Meertens Instituut, toonaangevend in Nederland op het gebied van de betekenis en oorsprong van familienamen, geeft ook geen mogelijke verklaring. Wel is gesuggereerd, dat Marten Rientses wellicht een stil persoon was. Bijnaam: 'De Stille'? Bij het zoeken ben ik op een advertentie uit 1839 gestuit, waarin sprake was van Marten Rientses Stilma, boer op de zathe 'Stilvliet' onder Rauwerd. Het kwartje viel niet bij mij. Dat gebeurde pas verleden week, toen een andere onderzoeker van de Stilma familiegeschiedenis, Piet Stilma, mij op dezelfde advertentie wees en zelfs bijgaand plattegrondje meestuurde, waar duidelijk de zate Stil Vliedt even ten zuidoosten van Rauwerd is ingetekend. Hij vond het waarschijnlijk, dat de naam van de boerderij geleid heeft tot de familienaam. Ik ben het met hem eens, dat de overeenkomst tussen Stilvliet en Stilma nauwelijks op toeval kan berusten (misschien heeft Marten in 1811 zelfs wel zitten dubben tussen Vlietstra en Stilma!). Hard bewijs is er natuurlijk niet voor, maar het raadsel lijkt opgelost.

De site van de Leeuwarder Courant is kennelijk onder zijn eigen succes bijna bezweken. De bereikbaarheid laat de eerste week zeer te wensen over. Hebben ze daar geen rekening gehouden met de te verwachten aandrang van de talloze stamboomonderzoekers, die zich niet alleen voor de familieadvertenties interesseren, maar ook voor de historische context? Het heeft er alle schijn van. De genealogen zouden best eens de grootste bezoekersgroep kunnen zijn. Vraag het maar aan het archiefwezen.

23 september 2007

Hirokazu en Kazuhiro

Wanneer ik door een straat loop, dan kijk ik er bijna automatisch naar: Naambordjes op huisdeuren. Is er een bekende naam bij? Waar zou die bewoner vandaan kunnen komen? Nou, nou, hier wonen nogal wat Marokkanen. Dat zijn zo van die gedachten, die dan door je hoofd kunnen spelen. Namen zijn belangrijk, je naam onderscheidt jou van anderen. Niet dat er geen anderen met jouw naam kunnen rondlopen, maar toch. In mijn genealogisch namenbestand zitten duizenden verschillende achternamen, om van de voornamen nog maar te zwijgen. Heel gewone, maar ook nogal wat opvallende. Buitenlands klinkende namen, middeleeuwse namen, typisch Friese namen, dubbele en zelfs driedubbele achternamen (Lobrij van Troostenburg de Bruijn), fantasievolle combinaties van voornamen (meneer Ludwig Felix Richard Paul Cornelis Alijander Brandts Buijs, inderdaad uit een familie van musici). Stel, dat we allemaal hetzelfde zouden heten! Of alleen een nummer waren.... Nee, geef mij maar ons systeem van bijna onbeperkte voornaamkeuze (sinds het begin van de 19e eeuw ligt onze familienaam vast en moet je nogal wat moeite doen om deze te veranderen).

Internationale huwelijken kunnen aanleiding zijn tot bijzondere naamgevingen. Een frappant voorbeeld is mijn neef, die met Tomie (een Japanse) is getrouwd. Zij kregen onlangs een tweeling, die zij Anton Hirokazu, resp. Vincent Kazuhiro hebben genoemd. Een glimlach kon ik eerlijk gezegd niet onderdrukken, toen het kaartje op de mat was gevallen. Bij Anton en Vincent mag gedacht worden aan een bekende componist, resp. kunstschilder, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Een mailtje naar mijn neef verschafte opheldering en ik citeer:

"Hirokazu and Kazuhiro zijn hele gewone Japanse jongensnamen, die we hebben samengesteld met als uitgangspunt de karakters waarmee de namen van Tomie's beide ouders worden geschreven. "Hiro" komt van Hiroko, Tomie d'r moeder, and "Kazu" komt van Ken'ichi, Tomie d'r vader, van wiens naam het karakter "ichi" ook als "kazu" kan worden uitgesproken. De geschreven karakters zelf hebben natuurlijk ook nog betekenissen: "hiro" betekent "overvloedig," en "kazu" ("ichi") "no. 1", maar wij hebben deze karakters zelf niet in het Japanse bevolkingsregister laten registreren . Onze jongens staan daar gewoon phonetisch in het zogenaamde /hiragana /(syllaben-schrift) te boek".

Mij dunkt, toch geen alledaags geval. Tenzij je in Japan woont.

Tot slot nog enkele links naar websites, die zich met namen bezighouden:


Familienamen in Nederland
Oude vleivormen en varianten van voornamen
Alles over familienamen
Het namenportaal, alles over voornamen en familienamen in België
Databanken Meertens Instituut

Ik vrees, dat een zoektocht naar Kazuhiro en Hirokazu daarbij geen resultaat zal opleveren.

17 september 2007

Reders

Nederland, de Lage Landen aan de Noordzee, is vanoudsher een zeevarende natie. 'Britain rules the waves', maar ze hebben daar de kunst wel eerst van ons afgekeken! In vroeger eeuwen leefden vele Nederlanders van de wind, zou je kunnen zeggen. Het was immers de tijd van de zeilvaart. Ook in de familiestambomen zie je de beroepen terug: scheepstimmerman, scheepschirurgijn, zeilmaker, werfarbeider, kapitein, bottelier, stuurman, matroos, loods en wat al niet meer. De zee was onze grootste vijand, maar ook onze werkgever. Degene, die een schip bezit om daarmee geld te verdienen, wordt een reder genoemd. Hij heeft dus een rederij. Die heb ook ik in mijn voorgeslacht. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan Cornelis Leenderts Denick (1588-1640) uit Maassluis ('Maeslantsesluys') en zijn zonen. Zij vervoerden en verhandelden goederen naar vele Europesche landen.


Tot mijn verrassing hielden ook de Winschoter notarissen Jan Fresemann Viëtor (1784-1852) en zijn zoon Berend Haitzema Viëtor (1817-1877) er als nevenaktiviteit een rederij op na. Of was het zelfs hun voornaamste bron van inkomsten? Ze bezaten een uitgebreide vloot, bestaande uit tweemastschoeners, galjoten, schoenerbrikken, barkschepen en kofschepen (zie afbeelding) met tonnages variërend van ca. 130 tot 200 ton. Het vaargebied bestond voornamelijk uit de Noordwesteuropesche wateren (Engeland, Duitsland, Skandinavië). En Nederland uiteraard. De schepen zouden gebouwd zijn op een werf in vermoedelijk Statenzijl (provincie Groningen), die mogelijk ook in het bezit van de familie was, maar dit is niet geheel duidelijk. In de scheepsnamen kom je de hele familie tegen: Egberdina Anna, Anna Elisabeth, Jantina, Klaziena Aidina en ga zo maar door. In de mij bekende familiepapieren staat niets over deze rederij. Weet iemand, of er afbeeldingen van de schepen bestaan? Is verder iets bekend over de werf in Statenzijl (dan wel Beerta Oudezijl of Nieuw Beerta)? In welk archief zou er nog iets over kunnen worden gevonden?

Een eervolle vermelding voor een goed antwoord ligt in het verschiet. En nou niet allemaal tegelijk!
Voor de echte liefhebbers heb ik een lijst van de schepen opgenomen in een reactie (klik op de link onder dit bericht).

30 augustus 2007

Moederreeks

Stamboomonderzoek kan diverse vormen aannemen. Het meest komt waarschijnlijk de kwartierstaat voor, waarbij de onderzoeker begint bij bv. zichzelf en dan gaat vaststellen, wie zijn ouders (2), grootouders (4), overgrootouders (8), betovergrootouders (16) enzovoort waren. Populair is ook de genealogie (of nakomelingenoverzicht) van een persoon, die leefde in het verleden. In mijn geval is dat bijvoorbeeld Harmen Hesselink (1619-ca. 1685), die getrouwd was met Derksken Becking. De eenvoudigste vorm is misschien wel de stamreeks. Dit is een overzicht van ´de vader van de vader´. Van mij uit geredeneerd dus mijn vader, diens vader, diens vader, etc., tot dat je uitkomt bij de oudst bekende voorvader. Kenmerkend in verreweg de meeste gevallen is de eensluidende familienaam, in elk geval vanaf 1811 (daarvoor kan het anders zijn, want niet altijd werd een vaste familienaam gevoerd). Dat maakt het tot een overzichtelijk geheel en het aantal personen blijft zeer beperkt. Een variant van de stamreeks, die in de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt (en verdient!), is de zg. moederreeks. Daarbij gaat het dus om ´de moeder van de moeder´. Die hebben steeds weer een andere familienaam uiteraard. In mijn geval zijn dat achtereenvolgens, te beginnen bij mijn moeder: van der Vliet (1908-1965), Snel (1878-1943), Duinker (1852-1924), Venker (1815-1887), van Leeuwen (1786-1869), Habbie (1747-1832), Scheeper (1708-na 1754), Beeking (ca. 1678-na 1742). Verder terug ben ik in deze reeks nog niet gekomen. De details zijn terug te vinden in mijn database. Het spreekt bijna vanzelf, dat er bij iedere vorm ook weer varianten mogelijk zijn, bv. inclusief broers en zussen en misschien zelfs met hun partners en kinderen. The sky is the limit, maar mijn advies aan u is, wanneer u beginnend genealoog bent, stel beperkingen aan de groep, die u bij uw onderzoek wilt betrekken. Anders wordt het al gauw onhanteerbaar.

Van Ineke Smit kreeg ik een dezer dagen een afbeelding van haar geborduurde moederreeks toegestuurd. Een idee ter navolging? De moeders hebben het verdiend, en zeker die van mij. Alleen, mijn borduurkunst is nogal beperkt....

16 augustus 2007

Antje

Helemaal aan het begin van de geschiedenis van dit blog had ik het over Antje Scheer en ook over het bevolkingsregister Amsterdam. Er is alle reden om daar nog eens op terug te komen. Bevolkingsregisters zijn in het genealogisch onderzoek naar mijn idee een beetje een stiefkindje, om in het jargon te blijven. In vergelijking met geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters worden ze maar weinig geraadpleegd. Wel zijn ze vaak na 50 jaar openbaar, voor zover ik weet, maar dat wil per gemeente wel verschillen. Vanaf 1850 werd door gemeenten in vastbladige bevolkingsregisters bijgehouden, op welk adres gezinnen woonden. Dat ging per buurt of wijk. Vanaf 1920 mochten gemeenten ook losse gezinskaarten gebruiken. Deze bevatten dezelfde gegevens als de bevolkingsregisters, maar waren in de praktijk uiteraard een stuk handzamer. In 1938 werden de gezinskaarten afgeschaft en vervangen door persoonskaarten. Thans zitten we in het tijdperk van de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie voor persoonsgegevens).

O ja, Antje Scheer. Sinds kort is een database met de gegevens uit het Amsterdamse bevolkingsregister van 1852/1853 via internet te raadplegen. Dat is heel bijzonder, want soortgelijke online bestanden ken ik nauwelijks. Er zitten maar liefst 606094 records in de database. Het werkt fantastisch. Soms moet je wel wat langer wachten tijdens het opstarten (vanwege grote drukte?) en ook na een zoekopdracht even geduld hebben, maar dan komen de gegevens op het scherm. Van links naar rechts zijn dat: Boek, blz., straat, voornaam, patronym (of tweede voornaam), achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, beroep, geloof en overlijdensdatum. Met name beroep en overlijdensdatum zijn lang niet altijd ingevuld, om begrijpelijke redenen. De uitkomst van de zoekopdracht kan per kolom worden gesorteerd. De zoekmogelijkheden zijn eindeloos. Natuurlijk heb ik naast Antje Scheer ook vele andere namen opgezocht en vaak aanvullende gegevens gevonden. Van Antje een aantal adressen en haar beroep: werkster dan wel schoonmaakster, maar dat wist ik al. De ene keer staat er, dat ze Rooms Katholiek was, de andere keer Nederlands Hervormd. Dat mag de pret niet drukken, de gegevens moeten sowieso worden geverifieerd, want uitblinken in betrouwbaarheid doet het bevolkingsregister niet. Wat de pret zelfs verhoogt, zijn twee van haar woonadressen: Schoorsteenvegerssteeg en Vuile Weespad. Dat voor een schoonmaakster!


Afbeelding: Dienstmeid door Gerard Dou, ca. 1650.

9 juli 2007

't Benne boere

Eigen foto: Het pand Rozengracht 160, eind jaren ´60, waar Café Theo Ruiter gevestigd was. Ik kende het ook van binnen, en hoe! Wat ik toen nog niet wist: Mijn grootmoeder is enkele huizen verderop (op nr. 152) in 1878 geboren en een paar maanden voor mijn geboorte in Laren (N.H.) overleden. Het spannende levensverhaal van Theo Ruiter (1911-1965), 'Zoek me eens op; (Zorgvlied - vak 22 - zerk 481)' is in 1968 in boekvorm verschenen en staat in mijn boekenkast.

Direct na mijn schooltijd in 1963 ben ik, komend uit Overijssel, in de Amsterdamse Jordaan op kamers gaan wonen,eerst op de Bloemgracht, later op de Lijnbaansgracht. Ik had toen het idee, dat ik Amsterdam nooit meer wilde verlaten. Toch gebeurde dat wel in 1970, en nu kan ik mij niet voorstellen, ooit weer daar te gaan wonen. Het kan verkeren.

Misschien voelde ik mij indertijd onbewust wel daarom op mijn gemak, omdat mijn grootouders van moeder's kant uit echte Jordaanse families stamden met adressen op de Lijnbaansgracht, Rozengracht, Rozenstraat, Elandsgracht, enz. Ik heb deze voorouders echter nooit persoonlijk gekend. De bejaarde mensen, bij wie ik inwoonde op de Bloemgracht, ome Willem en tante Jans, waren eveneens echte Jordaners, die ook toen al tot de vaststelling kwamen, dat 'Mokum al lang niet meer Mokum was'. Ze verlangden naar de goede oude tijd. Verder zeiden ze van alle niet-Amsterdammers: 't Benne boere. Toch zullen ook hun voorouders ooit eens van elders naar Amsterdam zijn gekomen, de naam Kieftenbelt duidt daar wel op. Mij althans klinkt het Achterhoeks in de oren.

Dat bracht mij op het idee om te onderzoeken, of ook de voorouders van mijn moeder 'boere' zijn geweest. Haar kwartierstaat (=vooroudertabel) geeft daar een interessante kijk op:

2 ouders: beiden geboren in Amsterdam (100%)
4 grootouders: allen geboren in Amsterdam (100%)
8 overgrootouders: 5 geboren in Amsterdam (63%), 1 in Naarden, 1 op Texel, 1 in Frederiksoord (gem. Vledder).
16 betovergrootouders: 8 geboren in Amsterdam (50%), 2 Texel, 1 Naarden, 1 Weesp, 1 Den Ham, 1 Middelburg, 1 Alkmaar, 1 onbekend.
32 oudouders: 11 geboren in Amsterdam (35%), 4 Texel, 3 Duitsland, 2 Waspik, 2 IJsselstein, 2 Den Ham, 1 Nieuwaal, 1 Weesp, 1 Gramsbergen, 1 Breda, 1 Alkmaar, 1 Woubrugge, 2 onbekend.
64 oudgrootouders: 10 geboren in Amsterdam (16%), 6 Texel, 5 Duitsland, 2 Haarlem, 2 Den Ham, 2 Waspik, 2 Woubrugge, 1 IJsselstein, 1 Gramsbergen, 1 Breda, 1 Alkmaar, 1 Breukelen, 1 Werkendam, 1 Utrecht, 1 Lexmond, 1 Vianen, 1 Zwolle, 1 Muiden, 1 Roosendaal, 1 Den Haag, 1 Uithoorn, 1 Watergang, 1 Terheijden, 1 Abbestede (Callantsoog), 1 Driel, 17 onbekend/onzeker.

U ziet, het Amsterdamgehalte is uiteindelijk niet bijzonder hoog te noemen. Ook mijn grootouders, èchte Jordanezen, waren dus eigenlijk gewoon van 'boeren'afkomst uit alle windstreken. De stad had duidelijk een aanzuigende werking. Ik kan u verzekeren, dat nog verder terug Franse hugenoten, een Brit, nog meer Duitsers, een Vlaming, Achterhoekers, en vele andere plaatsen verspreid over het land in beeld komen. Van bevoegde zijde heb ik mij laten vertellen, dat dit typisch is voor het gros van de Amsterdammers. Nee, niets om heel trots op te zijn. Maar toch, ik hou van Amsterdam en vooral van de Jordaan. Voor een bezoekje dan. Want Mokum is al lang niet meer Mokum.