Translate

15 november 2014

Overleden in Bloemendaal

Huis "Meerenberg"
Op een gegeven moment begon het mij op te vallen, dat Bloemendaal als overlijdensplaats van diverse mensen in mijn genealogisch bestand voorkomt. In het begin had ik daar geen speciale aandacht aan besteed: Bloemendaal, so what! Maar na het laatste geval ben ik daar toch maar eens verder ingedoken en vond ik ook de reden: In (vermoedelijk) alle gevallen waren ze overleden in het Provinciaal Ziekenhuis "Meer en Berg", dat op het grondgebied van de gemeente Bloemendaal stond. Uit mijn (wijdere) familiekring gaat het om de volgende personen:

Antje Venker, mijn betovergrootmoeder. Zij is geboren in Amsterdam op 5 augustus 1815 en overleden in Bloemendaal op 27 maart 1887. Op 13-jarige leeftijd kwam zij met haar ouders in de kolonie Frederiksoord terecht. Daar heeft ze haar man, de geboren Texelaar Dirk Duinker leren kennen, met wie zij op 17 april 1844 in Vledder is getrouwd. Zelf zat zij vanaf 1835 al weer in Amsterdam, waar zij werkster was. Op de site van het Stadsarchief Amsterdam staat een index Patientenregisters van o.a. het Buitengasthuis en zij komt daarin voor. Op 17 mei 1852 werd zij op de afdeling Krankzinnigen opgenomen, maar niet voor lang. Zij werd alweer ontslagen op 25 mei. Dat was allemaal kort na de geboorte op 14 maart 1852 van haar vierde  (en laatste) kind, mijn overgrootmoeder Antje Duinker. Was er sprake geweest van wat wij tegenwoordig een postnatale depressie noemen?

Lammegien Groen is overleden in Bloemendaal op 19 april 1921 op 46-jarige leeftijd. Zij was afkomstig van Steggerda in Friesland en getrouwd op 14 juni 1900 te Amsterdam met Cornelis Dirk Jacobus Duinker (kleinzoon van Antje Venker). Ook Lammegien verbleef jaren in de kolonies van Weldadigheid.

Catharina Cornelia Oostmeijer uit Amsterdam was ook al koloniste in Frederiksoord geweest, samen met haar echtgenoot Johannes Groen, die uit Vlaardingen afkomstig was.  Zij was 80, toen zij overleed op 28 november 1893.

Anna Grunder kwam uit Nieuwe Pekela en overleed te Bloemendaal op 4 december 1909, oud 79 jaar. Zij was op 3 december 1884 te Amsterdam in het huwelijk getreden met Harmanus Snel.

Hendrik van der Vliet, geboren te Amsterdam op 11 augustus 1867, was nog geen 23 jaar oud, toen hij op 3 maart 1890 in "Meer en Berg" stierf.

Cornelis van der Vliet was horlogemaker van beroep en ook hij kwam uit Amsterdam. Op de leeftijd van 47 jaar overleed hij in Bloemendaal op 22 augustus 1870. Hij was getrouwd met Johanna Hendrika de Leu.

Wilhelmina Louisa Carolina Hesselink/Hesseling, geboren in Amsterdam op 2 october 1826 stierf op 15 mei 1914 in Bloemendaal, naar ik sterk aanneem in Huis "Meer en Berg" (of Meerenberg, zoals meest in de overlijdensakten staat).

Neeltje Scheer, geboren te Amsterdam in 1790 en overleden op Meerenberg 19 november 1861. Zij was gehuwd met Frans Jurriaan Ronkel.

Jacobus Willem le Nobel uit Middelburg, van beroep tekenaar, etser, schilder en glaskunstenaar en gehuwd met Adriana Spel, stierf in Bloemendaal op 29 december 1924. Hij werd bijna 59 jaar oud. Van hem weet ik het minst zeker, dat hij in het Provinciaal Ziekenhuis werd verpleegd.

Hendrik Johannes van de Kamer, geboren te Middelburg 9 juni 1829, vleeschhouwer, koopman, hoofdopzichter, directeur van de ‘s-Gravenhaagsche Vleeschhouwerij (1875), overleden op 1 october 1886 op "Meerenberg", echtgenoot van Cornelia Pietronella Lammers uit Geertruidenberg.

"Meer en Berg" werd dus eufemistisch Provinciaal Ziekenhuis genoemd, maar het was in feite een psychiatrische inrichting, of, in de taal van toen, Krankzinnige Gesticht. Je kon er maar beter niet in terecht komen, want de toestanden daar waren erbarmelijk, mensonterend. Tegen psychische ziektes was in de 19e eeuw/begin 20e eeuw ook nog maar weinig te doen. Sigmund Freud was nog maar net met zijn onderzoeken begonnen en de eerste psychofarmaca kwamen eigenlijk pas in de jaren '50 van de 20e eeuw beschikbaar. Wel werden in een inrichting als "Meer en Berg" stevige medische experimenten op patiënten uitgevoerd, ongetwijfeld met nogal eens fatale gevolgen. Hoe het er verder aan toe ging wordt in dit artikel beschreven. Toch was Meerenberg indertijd het modernste psychiatrische ziekenhuis van Europa.

Graag zou ik willen weten, hoe Antje Venker aan haar eind is gekomen. Is zij slachtoffer geworden van medische missers, van riskante proefnemingen, van mishandelingen of zelfs moord? Ik zal er niet achter komen, want de patientendossiers zijn voor 90 procent vernietigd en bovendien niet openbaar. Ik heb dan ook maar besloten geen aangifte te doen.

30 juli 2014

Huizen en genealogie

Bron: Fotocollectie gemeentearchief Ede. De Berkenlaan in Ede 
omstreeks 1920 gezien in oostelijke richting. De huizen rechts
 werden in 1907 gebouwd door de Edese Bouwmaatschappij.
Mijn  vader is geboren te Ede op 1 mei 1908. Het precieze adres was alleen bij benadering bekend ('één van de vier Kazernestraten dichtbij het station') en volgens mijn vader was het huis al lang geleden gesloopt en bestond de straat ook niet meer. Het is ook geen wonder, dat hij het niet zo precies wist, want al na anderhalf jaar verhuisde hij met zijn ouders en jongere zusje naar Voorthuizen. Bovendien vermeldt zijn geboorteakte het adres ook niet. Het bevolkingsregister van Ede is in 1942 door brand verloren gegaan en het bleek ook nog eens, dat een Kazernestraat in Ede onbekend is (wel een Kazernelaan, al dan niet nieuw of verlengd). Zou ik er ooit achter kunnen komen, welk huis het precies was geweest?

Ik zou! Het begon met een bezoek aan de website van de gemeente Ede. Daar is sprake van een reconstructie van het bevolkingsregister en ik ben er maar eens in gaan rondneuzen. De persoonskaart van mijn vader was snel gevonden, evenals die van zijn zusje en van zijn ouders. Het woonadres in alle gevallen: Kazernestraat 2. Zijn ouders hadden zich daar op 4 october 1907 gevestigd. Maar wat ik vervolgens ook zocht en probeerde, een Kazernestraat bleef onvindbaar. Ik vond geen enkele plattegrond, vermelding of verwijzing naar deze straat. Een dezer dagen stelde ik een vraag aan het Gemeentearchief van Ede of men daar wist waar de Kazernestraat had gelegen. Prompt kreeg ik antwoord. Men kende de straat niet: "Er is jaren geleden door de heer Hartgers een overzicht gemaakt van oude straten en huisnummers naar huidige adressen. Daarin heb ik "Kazernestraat" niet kunnen vinden. Daarmee is een snelle oplossing niet mogelijk". Daarna het aanbod betaald onderzoek te laten verrichten, of zelf naar de studiezaal te komen. 

Die snelle oplossing kwam er toch, nota bene via de website van de gemeente Ede (Google is onbetaalbaar!). Want die meneer Hartgers bleek nog meer te hebben gedaan, o.a. wordt verwezen naar  "Handleiding bij het gebruik van de krantenknipselcollectie van de heer C. Hartgers”. Op blz. 146 van dat document het verlossende woord: In 1912-1913 is de straatnaam Kazernestraat gewijzigd in Berkenlaan!  Toen ging alles van een leien dakje. De Berkenlaan bestaat nog steeds en no. 2 eveneens. De huizenrij heeft de status van gemeentelijk monument. Veel meer over deze in 1906-1907 gebouwde huizen in het monumentenregister. Google Streetview tenslotte toont Berkenlaan 2 (het eerste huis naast het praktijkgebouw) in het jaar 2009. 


Een lastig raadsel is daarmee opgelost. Dit onderzoek brengt mij ertoe in een volgende bijdrage eens de huizen te laten zien, waar enkele van mijn voorouders hebben gewoond. Soms is daar een ontwikkeling in te ontdekken met betrekking tot de sociale klasse (oplopend of aflopend). Genealogie houdt zich bezig met onderzoek naar families en hun leefomstandigheden. Hoe zij waren gehuisvest is daar een essentieel onderdeel van.

24 maart 2014

De Ruslui Scholl Engberts

Over de Ruslui uit Vriezenveen heb ik al diverse malen geschreven. Onder deze naar St. Petersburg verkaste families neemt Engberts een prominente plaats in (een van mijn overgrootmoeders  behoorde tot die familie), maar misschien bijna nog wel meer de familie Scholl Engberts, die uiteraard daaraan is gerelateerd. De stamvader is Jan Hendrik Scholl Engberts(1801-1857), die een zoon was van Jan Engberts (ged. Vriezenveen 10 december 1747, overl. St. Petersburg 24 april 1803) en van Johanna Frederika Scholl (geb. Vriezenveen 1763, overl. Almelo 9 januari 1841). Jan Hendrik trouwde op 8 december 1831 te Vriezenveen met Johanna Geertruida Jansen en hij deed zaken in St. Petersburg als firmant van Smelt, Engberts & Co. Het echtpaar kreeg 8 kinderen, die tussen 1834 en 1848 zijn geboren in Almelo. Van hen is Lucas Jan degene, die in St. Petersburg diepe wortels heeft geslagen. Hij trouwde in 1863 met de Russische Daria Semenowna Alekseeff, bij wie hij maar liefst  8 zonen en 5 dochters verwekte. Over het lot van deze kinderen is niet in alle gevallen veel bekend, maar ik zal ze nu verder de revue laten passeren:


Volgens De Nederlandsche Leeuw van 1893 zou Johan in 1891 zijn overleden in St. Petersburg. In een adresboek uit 1898 wordt een Jan Lukich Sholl-Engberts genoemd, die in 1897 zou zijn bevorderd van cornet tot luitenant bij de Russische grensbewakingstroepen en in 1902 tot kapitein van de Сhernomorskaya brigade (Zwarte Zeebrigade, Batum). Na 1902 wordt hij daar niet meer genoemd. Hij wordt niet bij de kinderen van Lucas Jan genoemd, maar hij hoort er ongetwijfeld wel bij. Loeka was firmant van het confectiebedrijf Paul Carlson en later sigarenhandelaar. Hij moest na de Russische revolutie het land uit, samen met zijn Russische vrouw Maria Fedorof. Beiden zijn waarschijnlijk in Berlijn overleden. Herman was eveneens met een Russische getrouwd, namelijk Euphrosina Jakobl. Van hem was tot voor kort vrijwel niets bekend, maar kort geleden ontdekte ik toch, dat hij tenminste 2 zonen had en wel Georgij geboren in 1888 en Nikolai in 1896, beiden in St. Petersburg. Georgij Hermanovich Shol-Engberts had de Nederlandse nationaliteit en werd in 1938 te Gorki door de Sovjets opgepakt en in 1940 ter dood veroordeeld, zo ontdekte ik op deze website. Hij wordt gerekend tot de slachtoffers van door de Sovjet-Unie gepleegde genocide. 
Braziliaans visum van Nikolai Scholl Engberts
Nikolai kwam in Shanghai (China) terecht, waar hij zeker al in 1938 woonde en tot 1953 is gebleven. Hij emigreerde van daar met zijn in Sretensk geboren vrouw Tatiana Okropiridze naar Brazilie, zoals uit de afbeelding blijkt. Toen was hij brandweerman van beroep. Zij gingen omstreeks 1968 naar de U.S.A. Hij had een zoon Serge ("Sergei Scholl"), die in 1952 in Shanghai is geboren en in 2004 in Vineland (New Jersey) is overleden. 
Waarschijnlijk Jacow,
zie toelichting onder.
Jacow was militair bij het 7de siberische kozakken regiment, verder niets bekend. Dochter Daria zou met een legerofficier met de naam Teterjabikow zijn getrouwd. Dan is zij identiek aan Dora, die nog in 1933 in St. Petersburg wordt genoemd. Leonid was ingenieur en arbeidsinspecteur der Pbjar gasfabriek te St. Petersburg, maar verder is niets bekend. Margarita was getrouwd met de guards kolonel Nikolai Nikolski. Deze deed dienst in Revel (een oude naam voor Tallinn in Estland). Esper (Russisch voor Jasper) was eigenaar van de wasserij Paul Carlson en verbleef in latere jaren in Riga op het adres Kalucunna iela 32a-4. In 1942 woonde hij in Londen, samen met zijn vrouw Maria Shmileff, die daar heeft gestudeerd. Ook zij hadden tenminste 2 zonen, namelijk Esper (1914-ca.1967), die getrouwd was met Ludmilla uit Riga (met de laatste heb ik een aantal jaren geleden telefonisch contact gehad, toen zij in Oberstdorf in Duitsland woonde. Inmiddels zal zij zijn overleden). De andere zoon was Lucas, geboren te Olilla (Finland) op 29 juli 1915, die op 30 april 1942 in Eastbourne in Engeland is overleden. Hij was sergeant. Over het leven van Erast is mij niets bekend. Joanna trouwde met de Shell employé Egbert Diederik Kruijtbosch en overleed in Londen in 1935. Zij was vertaalster Russisch-Duits en van religie Grieks-Katholiek. Jongste dochter Elisaweta is waarschijnlijk Betsy, die nog in 1922 wordt genoemd in St. Petersburg. Over de andere dochter Nadezda weet ik helemaal niets.

Sholl Engberts komt als familienaam nog steeds in St. Petersburg voor. In elk geval was er een biochemicus met de voornaam Andrej Dimitrievich. (ca. 1955-2004) en zijn weduwe Elena Sholl-Engberts, geboren Sokolova, was directeur van het farmaceutisch bedrijf Vital Development Corporation. Op mijn verzoeken om genealogische informatie heeft zij helaas nooit gereageerd. Verder nog ene Natalia Adolfovna Sholl-Engberts, ene Tatiana Sholl-Engberts (geb. te St. Petersburg op 15 december 1970) en ene Elisabeth Dimitrievich Sholl-Engberts, mogelijk dus een zus van Andrej. 

Scholl Engberts is een familie, die mij op de een of andere manier fascineert. Aanvullende gegevens zijn dan ook meer dan welkom!

Bij het portret van (waarschijnlijk) Jacow: Ik vond deze afbeelding op 14 april 2014 in een Russisch tijdschrift over de Russisch-Japanse oorlog 1904-1905. Hij wordt daar aangeduid als 'podesaul', wat overeenkomt met de rang van stafkapitein (bron). Het is niet geheel uit te sluiten, dat het hier gaat om zijn oudere broer Jan, maar die zat voor zover bekend niet bij de Kozakken en kan dus ook geen 'podesaul' zijn. 

24 februari 2014

Stadsoproer

Palingoproer, prent in l'Illustration, augustus 1886. 
Toen ik van de week beelden op de TV zag van op de straat opgebaarde lijken van slachtoffers van het excessieve geweld door de machthebbers in Kiev moest ik onwillekeurig denken aan Amsterdam 1886: het Palingoproer in de Amsterdamse Jordaan. Nee, de omstandigheden tussen Kiev 2014 en Amsterdam 1886 zijn totaal niet te vergelijken. Toch was er een grote overeenkomst: veel vooral jonge mensen werden slachtoffer van het geweld. In Amsterdam werden op 26 juli 1886 maar liefst 25 mensen gedood door rondvliegende kogels. Waarom ik erover begin? Omdat het past in het concept, dat mij sinds het begin van GIJS'geneaLOG alweer bijna 10 jaar geleden voor ogen staat: iets van mijn persoonlijke familiegeschiedenis voor een breder publiek interessant maken. Het palingoproer in Amsterdam raakt mij inderdaad, omdat een van de 25 dodelijke slachtoffers een familielid betreft, de 23-jarige Johannes Hendricus van der Vliet. Hij was pas 2 jaar getrouwd met Magdalena Johanna Louisa Muller en vader van 2 zoontjes: Johannes Hendricus jr. was anderhalf jaar,  Jan Louis Wilhelm net 3 maanden. Hij woonde in de Tweede Weteringdwarsstraat 56. Van beroep was hij timmerman en opzichter.

In ieder geval raakte hij verzeild in een stadsoproer, dat later bekend zou staan als het Palingoproer. Op internet is er veel over te vinden en er zijn zelfs wetenschappelijke studies aan de achtergronden van het drama gewijd. In het kort was het volgende aan de hand:

Zo rond 1886 was sprake van toenemende maatschappelijke spanningen tussen de gegoede burgerij en de arbeidersklasse, zoals die bv. uit de volkswijk de Jordaan. Socialistische figuren als Ferdinand Domela Nieuwenhuis kregen meer aanhang en de ontevredenheid onder de arbeiders nam grotere vormen aan. Ze voelden zich bevoogd door de gegoede burgers, die hen bv. een oud vermaak, het zg. palingtrekken had verboden. Daarbij werd vanouds een touw over de gracht gepannen, waaraan een levende paling werd vastgebonden. Vanuit een bootje moest men proberen de paling los te trekken. Wie dat lukte mocht de paling houden (en naderhand opeten), wie het niet lukte viel meestal in het water. Grote pret bij de omstanders uiteraard. In 1886 gold al lange tijd een verbod, maar toch organiseerde een aantal Jordaners het festijn op 25 juli in de Lindengracht. Wat er toen precies is gebeurd staat in dit artikel. De politie kreeg er lucht van en greep in, tot groot ongenoegen van het publiek. Rellen waren het gevolg, maar 's avonds werd het toch weer rustig. De volgende morgen echter braken toch weer rellen uit en het politiebureau werd door een woedende menigte belaagd. De politie riep de interventie van het leger in en vervolgens is alles compleet uit de hand gelopen. Barricades werden opgeworpen, er werd met van alles gegooid en tenslotte schoot het leger met scherpe munitie terug. Het gevolg: 25 doden en vele gewonden, waaronder een aantal toevallige voorbijgangers. De namen van de dodelijke slachtoffers stonden in de krant vermeld, maar de lijst is niet compleet.

De lijken werden alle overgebracht naar het Binnengasthuis, waar een overlijdensakte werd opgemaakt. Ze zijn hier en hier in te zien, alle gedateerd 28 juli 1886. Akte 5930 is die van Johannes Hendricus van der Vliet. De begrafenissen verliepen zonder incidenten.


24 januari 2014

Voorname graven onder het gras

Helemaal na mijn bijdrage van 29 december 2013 over Spaanse graven en gravinnen zou de titel van vandaag voor verwarring kunnen zorgen. Er zijn immers graven en graven. Nu is de andere betekenis aan de orde. Grafstenen van eertijds voorname mensen, die vele jaren waren verdwenen, maar eind 2013 weer zijn opgedoken in Winschoten, volgens een bericht in het Dagblad van het Noorden van dinsdag 19 november 2013. De mensen die in het artikel worden genoemd en getoond heb ik al eens eerder genoemd op dit blog en wel hier. De familie Fresemann Viëtor was een vooraanstaande familie in het Winschoten van de 19e eeuw. Daarbij was Jan Fresemann Viëtor (1784-1852) naar mijn idee een stuk belangrijker voor de stad dan zijn gelijknamige kleinzoon, naar wie wel een straat is vernoemd, maar naar zijn opa niet. Grootvader was een belangrijke ondernemer en notaris met grote verdiensten voor de stad, terwijl kleinzoon weliswaar ook notaris was, maar vooral een wetenschapper (hoogleraar Encyclopedie der Rechtswetenschap, Staathuishoudkunde, Statistiek en Staatkundige Geschiedenis 1877-1881) aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Daarnaast was hij voor zover ik weet curator van het gymnasium in Winschoten. Hij is ook niet in Winschoten begraven, maar in de stad Groningen.

De kleinzoon 

Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat!

5 januari 2014

Brazilië



In mijn vorige blogpost had ik het o.a. over naar Brazilië geëmigreerde familieleden, met name Cornelis van der Vliet, diens vrouw Johanna Adriana Zimmermann en zijn broer Francis. Ik ben verder gaan zoeken, o.a. ook op familysearch.org. Daar had ik al gauw succes, want de Braziliaanse  aanvragen voor een visum zijn geïndexeerd. Sterker nog, er zijn scans van beschikbaar. Als voorbeeld laat ik van Francis van der Vliet een exemplaar zien uit 1945. De andere zien er soortgelijk uit. Van Francis zijn er nog een paar: uit 1946, 1960 en 1963. Uit een van die documenten blijkt, dat Francis een dochtertje met de naam Claire had, die omstreeks juli 1945 geboren moet zijn.  Misschien in Brussel? De naam van zijn echtgenote had ik toen nog niet. Maar verderop in de lijst komt zij voor als Edmee Anne van der Vliet, compleet met dochtertje Claire-Marion van 5 maanden. Dat kan niet missen. Zij is geboren te Brussel op 27 februari 1920 als dochter van René Reding en Claire Dumont. Als je dat dan allemaal hebt, dan kan verder worden gezocht op internet en vind je ook hun in het buitenland woonachtige nakomelingen. Inmiddels heb ik dit verwerkt in de database. Hieronder de pasfoto's.

Prachtige bron dus voor de zoektocht naar mensen, die in de 20e eeuw naar Brazilië zijn vertrokken.


Francis van der Vliet 1946
Anne Edmee Reding 1946
Francis van der Vliet 1960

Francis van der Vliet 1963
Cornelis van der Vliet 1947


Johanna Adriana Zimmermann 1947

29 december 2013

Een heuse Spaanse gravin in de familie

Afbeelding: Wikipedia
De laatste tijd heb ik mij weer wat intensiever met de familie Van der Vliet (de naam van mijn moeder) beziggehouden en daarbij toch nogal wat nieuwe familieleden ontdekt, voornamelijk in Amsterdam. De stamvader komt weliswaar uit Breukelen, maar sinds ca. 1750 zijn leden van de familie neergestreken in Amsterdam en dan vooral in de Jordaan. Arbeiders, winkeliers, handwerkslieden, dat soort mensen. Niet wat je noemt de hogere klasse.  Daartoe behoorde ook het gezin van Willem van der Vliet (geb. 1863) en Geertje van der Veen (geb. Stavoren 1880). Hij was timmerman en aannemer van bouwwerken. Van hen waren mij 4 kinderen bekend (Gerard, Cornelis, Francis en Elizabeth Johanna), maar uit een eerder huwelijk had hij ook nog 3 kinderen, waaronder een zoon Willem. Bij nadere beschouwing bleek dit niet een "dertien in een dozijn" gezin te zijn, mocht zoiets dan al bestaan. Ik mis nog wel wat gegevens, maar die zal ik o.a. via uittreksels van persoonskaarten zien te vinden.

Gerard werd automobielhandelaar. Hij was getrouwd met Maria Jacoba Gmelich Meijling en overleed in 1955. Cornelis ontdekte ik in het Amsterdamse bevolkingsregister, als 'chauffeur' komend van Deventer in 1931 en in 1935 vertrokken naar Soerabaja. Hij vestigde zich 22 augustus 1946 weer te Amsterdam, komende van Paramaribo en vertrok 25 februari 1947 naar Rio de Janeiro. Van beroep was hij toen planter. Ik heb het internet afgespeurd en vond hem vermeld in enkele officiële Braziliaanse stukken, maar ook op de site Wazamar, waar staat:

Kees van der Vliet (Cornelis van der Vliet), een oud-indischman, houtvester bij de firma Klabin te Monte Alegre (aldaar een grote papierfabriek), later bij de firma Lutcher in Candoi, vestigde zich in Carambeí, waar hij meewerkte aan het landmeten van de fazenda Areiao die aan het eind van de vijftiger jaren werd verkocht. Hij kocht daar ook een areaal land, waarop hij ging boeren. Na zijn overlijden ging zijn vrouw met beide zoontjes terug naar Nederland. Deze laatsten kwamen, toen zij volwassen waren terug naar Carambeí, waar zij trouwden en hun bedrijf begonnen op het land eertijds door hun vader gekocht.

In 1960 verkreeg hij per decreet de Braziliaanse nationaliteit. Zijn kinderen wonen kennelijk nog in Brazilië, ik zal proberen contact te leggen. Zijn vrouw Johanna Adriana Zimmermann, geb. Soerabaja 14 april 1922, zal ik ook verder zien te achterhalen. In 1982 verbleef zij nog in Brazilië.


familiewapen
Maar ik vond ook Francis van der Vliet, geboren te Amsterdam op 14 februari 1914. Als vertegenwoordiger van de KLM heeft hij van 1935 tot 1937 in Kopenhagen gezeten. In 1939 woonde hij in Wenen. Ik vermoedde, dat hij ook in Brazilië heeft gewerkt en dat blijkt te kloppen. Als KLM'er zat hij vanaf 1946 in Rio de Janeiro. Francis blijkt later o.a. gewerkt te hebben voor het Verolme concern. Tot mijn grote verrassing bleek hij een in Mexico op 3 september 1964 geboren dochter te hebben met de exotische naam  Maria Leonor Mónica van der Vliet y Campero, condesa de Alcaraz. Haar eerste voornaam wordt in het dagelijks gebruik weggelaten of ze heet ook wel gewoon Mónica van der Vliet. De (Mexicaanse) moeder heet Leonor de Campero y Escalante, condesa de Alcaraz, die in 1990 is overleden. Toen heeft Mónica van de Spaanse autoriteiten toestemming gekregen de titel "condesa de Alcaraz" van haar moeder over te nemen. Condesa is Spaans voor gravin. Alcaraz is een gemeente in de Spaanse provincie Albacete in de regio Castilie-La Mancha met een oppervlakte van 371 km2. In 2012 telde Alcaraz 1597 inwoners.
Burgerlijk huwelijk met Manuel Camacho Solis november 1996
Bron
In 1982 was Francis presidente CONSORCIO MARITIMO INTERNACIONAL, S.A. te Mexico. Mónica is in november 1996 in het huwelijk getreden met de vooraanstaande Mexicaanse politicus Manuel Camacho Solís, een vroegere minister van Buitenlandse Zaken, presidentskandidaat en burgemeester van Mexico Stad. 

Ik duik hier dus nog verder in, maar geloof mij, dit was een totale verrassing. Een Spaanse adelijke in de familie van der Vliet, wie had dat kunnen denken. 

6 september 2013

Supersnel begraven

Begraafboek Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof - DTB 1268, p.127vo 
In Nederland vindt de begrafenis van iemand plaats binnen 6 dagen na het overlijden, met een minimum van 36 uur, de dag van het overlijden niet meegerekend. In uitzonderingsgevallen kan de termijn van 6 dagen worden verlengd. Dat betekent dus, dat iemand die op bv. 15 augustus is overleden, op z'n vroegst op 17 augustus vanaf 12.00 uur mag worden begraven. De reden hiervoor is ongetwijfeld, dat in de tussentijd aan allerlei formaliteiten moeten worden voldaan, een eventuele lijkschouwing moet kunnen worden verricht, voorbereidingen moeten worden getroffen, en familie de gelegenheid heeft aan te reizen.

In de vergane eeuwen was dit niet anders, hoewel van wetgeving misschien geen sprake was. De praktijk was zo en is dus zo gebleven. Ik kan mij wel voorstellen, dat in heel speciale gevallen, zoals bij zeer besmettelijke ziekten zoals de pest, altijd geprobeerd werd de lijken zo spoedig mogelijk onder de grond te krijgen, desnoods in een massagraf. Dat daarbij het overzicht, en een bijbehorende registratie, soms ontbrak is begrijpelijk. Het is een van de redenen, waarom - speciaal in de steden - bepaalde begrafenissen niet zijn terug te vinden. Normaal gesproken echter werd iemand na zo'n 3 tot 5 dagen begraven. Uitzonderingen op deze regel ben ik maar zelden tegengekomen.

Van de week ben ik op zo'n uitzonderlijk geval gestoten. Op 11 augustus 1808 overleed in Amsterdam de 2 1/2 jarige Christiaan van der Vliet. Hij werd begraven op 16 augustus 1808. Niets bijzonders mee aan de hand dus. Maar er was meer: Met hem werd zijn iets oudere broertje, de net 4 jarige Cornelis begraven en hij was pas de vorige dag overleden, op 15 augustus. Kennelijk is toen besloten om hem maar meteen samen met Christiaan te begraven, wat overigens goed te begrijpen valt. In de huidige tijd zou zoiets dus niet meer voorkomen, ongetwijfeld zou nu worden besloten de begrafenis minstens een dag uit te stellen.

De beide jongetjes waren de kinderen van de timmerman Cornelis Gerrits van der Vliet (1768-1826) en van Christina Hanegraaf (1765-1827) in de Runstraat, die nog altijd bestaat. Hun oudere broer Gerrit (1792-1840) is mijn voorvader.



18 augustus 2013

Oom To en tante Diek

Huiskamer Dordrecht ca. 1920
Wat een sfeerbeeld! Een tijdperk gevangen in één plaatje. Zo zag het gezinsleven er in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw in een doorsnee middenstandsgezin uit. In dit geval een huiskamer in Dordrecht, het moet de Krispijnseweg 123 zijn geweest. Vader, moeder en hun twee zonen, vreedzaam rond de tafel. Het is een van de favoriete foto's uit mijn collectie.

Ik zal het gezin nader voorstellen: Vader Tobias Hermanus Snel ('oom To') was boekdrukker en letterzetter, net als zijn vader overigens. Geboren in Amsterdam op 21 maart 1876 en overleden in Apeldoorn op 18 juni 1961 volgens zijn overlijdensadvertentie. Moeder Dieka Helena Slootweg ('tante Diek') kwam uit De Lier, waar zij op 18 november 1879 is geboren. Vader Arie was bij de politie. Zij trouwden op 26 mei 1904 in Amsterdam. Van de beide jongens kende ik tot voor kort eigenlijk alleen hun voornaam: de oudste was Herman, zijn broertje heette Dick. Uit de al genoemde overlijdensadvertentie wist ik nog, dat Herman in Apeldoorn moet hebben gewoond, Dick in Eindhoven. En kennelijk had Dick kinderen.
Apeldoorn October 1960: oom To en tante
Diek met achter hen mijn moeder

Tobias was een broer van mijn grootmoeder Johanna Cornelia Snel. Haar heb ik nooit gekend, omdat zij een paar maanden voor mijn geboorte is overleden. Maar oom To en tante Diek heb ik diverse keren ontmoet, zonder speciale herinneringen aan ze te hebben. Mijn ouders gingen zo nu en dan op bezoek in Apeldoorn en een enkele keer ging ik mee. Herman en Dick waren dus neven van mijn moeder, maar veel contact zal er niet zijn geweest. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, maar vreemd genoeg kon ik maar bitter weinig gegevens over mijn beide achterneven (heet dat zo?) vinden. Vaag herinnerde ik mij, dat Herman zeeman was. Wel vond ik nog niet zo lang geleden zijn complete voornamen (Herman Gerhard Willem), maar Dick was en bleef "Dick A." Enigszins voor de hand lag de naam Dirk Arie. Speurtochten in bv. de collectie familieadvertenties bij het CBG, historische kranten en diverse databases leverden niets op. Zonder exacte voornamen en geboortedata was het ook niet doenlijk hun persoonskaarten bij het CBG op te vragen. Toch ben ik ze deze week op het spoor gekomen en dat ging zo:

Tobias Hermanus Snel komt voor in de zg. "overgenomen delen" van het Amsterdamse stadsarchief. Daaruit bleek, dat hij in 1903 was verhuisd naar Zaandijk (adres A42). Vervolgens heb ik via familysearch.org nog eens gekeken naar de trouwakte en inderdaad, in 1904 woonde hij in Zaandijk. Zouden Herman en Dick daar geboren kunnen zijn? Hun geboorteakten zijn in principe openbaar (na 100 jaar), maar moest ik ervoor naar het archief in Zaanstad, of stonden ze online? Dat laatste bleek niet het geval te zijn, maar gelukkig wel de registers 1903-1912, ook bij familysearch. Toen was de datum van de geboorteaangifte (wat dus iets anders is dan de geboortedatum) snel gevonden, althans van Herman (8 februari 1905), maar van Dick geen spoor. Was het gezin voor 1912 naar Dordrecht verhuisd? Dat zou goed kunnen, dus heb ik dezelfde route gevolgd naar de index op de geboorteregisters van Dordrecht. Jawel, Dirk Arnold Snel's geboorte werd daar aangegeven op 25 augustus 1908.

Nu kan ik aan de gang gaan met hun uittreksels persoonskaarten van het CBG (kost een paar euro, maar dat moet dan maar) en ik zal meteen de kaart van hun moeder Dieka Helena Slootweg opvragen, want haar overlijdensdatum blijft ook nog een mysterie. Op de kaarten staan ongetwijfeld ook de gegevens van hun vrouwen en op die van Dick hoop ik de namen van zijn kinderen aan te treffen. Kan ik misschien eindelijk eens gaan kennismaken met mijn achter-achterneven of -nichten.

Wel blijkt al uit internet vondsten, dat Dick als technicus bij Philips heeft gewerkt en in 1959 in het Duits een lijvig boekwerk heeft geschreven over 'Magnetische Tonaufzeichnung", dat antiquarisch nog altijd te vinden is.

Aanvulling van 20 augustus: Dan een tip voor iedereen, die gegevens over personen zoekt in oude kranten. Ik heb nu gezocht op de initialen (dus bv. "H G W Snel", inclusief de aanhalingstekens) in de kranten database (kranten.kb.nl) en vond onder meer de opleiding van Herman in Rotterdam tot stuurman op de grote vaart, zijn diploma's en uiteindelijk zijn bevordering tot 1e stuurman bij de K.P.M. in Ned.-Indië en zijn adressen in Batavia en Medan (in 1939). Als klap op de vuurpijl zijn huwelijk met M(athil) van der Werff op 21 december 1933 in Batavia. Uit dit huwelijk klaarblijkelijk ook een kind, volgens een passagierslijst. 

Ook zoeken op "D A Snel"en "Snel-Ridder" leverde resultaat op, en wel de geboorte van dochter Ank Snel in januari 1943 en van Leontien Snel op 24 mei 1944 in Eindhoven. Is Leontien wellicht de uit de '60-er jaren bekende zangeres?




4 augustus 2013

Geliquideerd in Hillegom in 1945

J.J. Pluymackers in 1941
J.J. Pluymackers in
1944-1945 als SS'er
Dat Joseph Johann Pluymackers in de tweede wereldoorlog de zijde van de Duitse bezetter koos is niet zo verwonderlijk. Immers, hij was geboren op 16 april 1902 in Eschweiler bij Aken uit het huwelijk van Johann Joseph Pluymackers (geboren te Luik op 22 december 1861 en overleden op 20 october 1918, diens vader Jean Jacques was hoefsmid, moeder Josephine Chainaye naaister) en de Eschweilerse Catharina Altenweg (1870-1927). Zijn jeugd en zijn gehele schooltijd bracht hij door in Eschweiler en Aken en ook zijn opleiding tot smid gebeurde bij onze oosterburen. Zijn Belgische vader heeft zich op 15 maart 1921 tot Nederlander laten naturaliseren. Zo kreeg Joseph dan wel een Nederlands paspoort, maar hij zal zich toch nauwelijks Nederlander hebben gevoeld. Wegens broederdienst hoefde hij ook niet te dienen in het Nederlandse leger. Wel sprak hij uitstekend Nederlands en heeft hij vanaf rond 1925 tot in elk geval 1944 op diverse adressen in Amsterdam gewoond. Zijn beroepen waren smid, lasser en bankwerker. Op 25 juli 1928 werd hij failliet verklaard. Hij trouwde op 23 october 1941 in Amsterdam met de kapster Catharina Scheben, nota bene de gescheiden echtgenote van zijn oudere broer Andreas. Zij is geboren op 5 december 1898 te Keulen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Op een gegeven moment heeft hij zich aangemeld bij de W.A. (dat waren de geuniformeerde troepen van de Weerafdeling van de N.S.B.) en werd hij "ter gelegenheid van de verjaardag van den Leider" op 11 mei 1944 door de Commandant der W.A. als een der 'Frontkameraden' van Heerban I (Amsterdam en 't Gooi) van weerman tot wachtmeester bevorderd.  Het is aannemelijk, dat hij kort daarop naar de S.S. is overgestapt.

Pluymackers' tweetaligheid maakte hem uiterst nuttig voor de Duitse bezetters. Tegen het einde van de oorlog bleek hij in Noordwijkerhout gelegerd te zijn en als tolk voor het Krijgsgerecht in Leiden te werken. In zijn (geuniformeerde en gewapende) vrije tijd echter fietste hij graag de 5 km naar de Ambachtstraat in Hillegom, waar enkele dames woonden, die door hun plaatsgenoten 'moffenmatrassen' werden genoemd. Zo ook in de avond van de 10e februari 1945. Na 20.00 uur (toen de Sperrtijd begon en niemand zich meer op straat mocht vertonen) trof hij op straat twee mannen aan, waarvan één een joodse onderduiker was. Door allerlei spannende verwikkelingen kreeg Pluymackers diverse belastende documenten in handen, die een groot gevaar konden opleveren voor meerdere mensen, o.a. ook voor het Hillegomse politiekorps. Vervolgens ging hij alsnog op bezoek bij de dames in de Ambachtstraat.

Grafteken op IJsselsteyn
Dat had hij beter niet kunnen doen. De Hillegomse verzetsgroep besloot intussen namelijk, dat de documenten nooit en te nimmer in handen mochten komen van de Duitsers in Noordwijkerhout en de S.S.'er (op dat moment kenden ze zijn naam nog niet) dus neergeschoten moest worden. Dat zou gebeuren door twee leden van een Knokploeg met hulp van een politieman. Uiteindelijk werd deze klus laat in de avond geklaard (na een vuurgevecht, dat wel) en werd Pluymackers in aller ijl provisorisch begraven in de Van den Endelaan. Later is het stoffelijk overschot naar de Algemene Begraafplaats overgebracht en tenslotte op 1 mei 1959 opnieuw herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats IJsselsteyn in Venray.

Het is werkelijk verbazingwekkend, hoeveel informatie tegenwoordig door enkel online onderzoek boven water gehaald kan worden. Zelfs over iemand als Joseph Johann Pluymackers.

Portretfoto's: particuliere collectie
Bronnen o.a.: 
Hillegom '40-'45, auteur Frans Out, uitgave Boekhandel Stevens, Hillegom 1987. Het hoofdstuk over de aanslag is hier na te lezen (geplaatst met toestemming van de uitgever).
Militieregisters.nl
http://www.shgv.nl/Naturalisaties%20pet-spe.htm
Familysearch.org
kranten.kb.nl
www.hinkepink.nl
Stadsarchief Amsterdam