Translate

17 september 2007

Reders

Nederland, de Lage Landen aan de Noordzee, is vanoudsher een zeevarende natie. 'Britain rules the waves', maar ze hebben daar de kunst wel eerst van ons afgekeken! In vroeger eeuwen leefden vele Nederlanders van de wind, zou je kunnen zeggen. Het was immers de tijd van de zeilvaart. Ook in de familiestambomen zie je de beroepen terug: scheepstimmerman, scheepschirurgijn, zeilmaker, werfarbeider, kapitein, bottelier, stuurman, matroos, loods en wat al niet meer. De zee was onze grootste vijand, maar ook onze werkgever. Degene, die een schip bezit om daarmee geld te verdienen, wordt een reder genoemd. Hij heeft dus een rederij. Die heb ook ik in mijn voorgeslacht. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan Cornelis Leenderts Denick (1588-1640) uit Maassluis ('Maeslantsesluys') en zijn zonen. Zij vervoerden en verhandelden goederen naar vele Europesche landen.


Tot mijn verrassing hielden ook de Winschoter notarissen Jan Fresemann Viëtor (1784-1852) en zijn zoon Berend Haitzema Viëtor (1817-1877) er als nevenaktiviteit een rederij op na. Of was het zelfs hun voornaamste bron van inkomsten? Ze bezaten een uitgebreide vloot, bestaande uit tweemastschoeners, galjoten, schoenerbrikken, barkschepen en kofschepen (zie afbeelding) met tonnages variërend van ca. 130 tot 200 ton. Het vaargebied bestond voornamelijk uit de Noordwesteuropesche wateren (Engeland, Duitsland, Skandinavië). En Nederland uiteraard. De schepen zouden gebouwd zijn op een werf in vermoedelijk Statenzijl (provincie Groningen), die mogelijk ook in het bezit van de familie was, maar dit is niet geheel duidelijk. In de scheepsnamen kom je de hele familie tegen: Egberdina Anna, Anna Elisabeth, Jantina, Klaziena Aidina en ga zo maar door. In de mij bekende familiepapieren staat niets over deze rederij. Weet iemand, of er afbeeldingen van de schepen bestaan? Is verder iets bekend over de werf in Statenzijl (dan wel Beerta Oudezijl of Nieuw Beerta)? In welk archief zou er nog iets over kunnen worden gevonden?

Een eervolle vermelding voor een goed antwoord ligt in het verschiet. En nou niet allemaal tegelijk!
Voor de echte liefhebbers heb ik een lijst van de schepen opgenomen in een reactie (klik op de link onder dit bericht).

3 opmerkingen:

Gijs Hesselink zei

"AIDINA ANNA SUZANNA".bouwjr.1852,gebouwd in Statenzijl.
tweemastschoener van 175 ton.Eigenaar B.Haitzema Vietor te Winschoten
Kapitein was B.W.Schenk,1858 verongelukt bij Santa Flora in de Middellandse zee,onderweg van Brindisi naar Fallmouth.

"ALIDA".bouwjr 1842,gebouwd in Pekela.
Schoenerkof van 174 ton.Eigenaar=J.Freseman Vietor te Winschoten.
in dienst van 1844 tot 1859,toen verkocht aan de kapitein R.J.Schuring te Pekela.

"ALIDA",bouwjaar 1846,gebouwd in Pekela.
Schoenerkof van 91 ton.Eig.J.Freseman Vietor te Winschoten.
in dienst van 1848 tot 1648 daarna verkocht.Herdoopt "ZWAANTINA".
kapitein H.J.Sprik van 1848 tot 1858,daarna kptn J.Vos Peper 1859 tot 1864.

"ALIDA PETRONELLA".bouwjaar 1848,gebouwd in Pekela.
Schoenerkof van 168 ton.Eigenaar J.Freeseman Vietor te Winschoten.
In dienst van 1849 tot 1863 onder Kptn J.B.Potjewijd,in 1863 gestrand en geborgen.

"ANNA ELISABETH",bouwjaar 1850 te Pekela.
Eig.B.H.Vietor te Winschoten.type niet aangegeven.136 ton.
In dienst van 1854 tot 1855,onder kptn G.G.Schuur.
1855 gezonken nabij Sandhamn(ZW)

"ANNA ELISABETH",bouwjaar 1857 te Pekela.
Galjoot van 157 ton.Eigenaar B.Haitsema Vietor te Winschoten.
In dienst van 1857 tot 1871.
Vermist in 1871 onder kptn G.G.Schuur.

"ANNA GEERTRUIDA",gebouwd in Statenzijl in 1856.
Tweemastschoener van 172 ton.Eigenaar B.T Haitzema Vietor vanaf 1868.
In dienst 1868 tot 1880 onder kptn C.H.van Ingen.
in 1880 verkocht,herd "WEEKE HARHUIS"

"ANTINA ELSINA",gebouwd in Pekela in 1848.
Schoenerkof van 151 ton.Eigenaar J.F Vietor te Winschoten.
In dienst van 1849 tot 1853 onder kptn J.A.Westers.
In 1853 gestrand bij Cumsaleh in de Dardanellen.

"BRANDENBURG",bouwjaar 1854 te Beerta.
Tweemastschoener van 138 ton.Eigenaar B.Haitsema Vietor te Winschoten.
In dienst van 1855 tot 1862.
In 1862 vermist onder kptn H.Dethmers.

"CHRISTINA JACQUELINE".ex "JACOBA",gebouwd in Pekela in 1848.
Bark Galjoot van 179 ton.Eigenaar B.Haitsema Vietor te Winschoten.
In dienst van 1851 tot 1867 onder diverse kapiteins.
in 1867 verkocht.Herdoopt in "JOHANNA ELISABETH".

"CORNELIS DASSE VIETOR",gebouwd in Nieuweschans in 1829.
Bark Galjoot van 209 ton.Eigenaar Mr.J.Freeseman Vietor te Winschoten.
In 1863 verkocht herdoopt "ENGBERDINA ANNA",in het zelde jaar gezonken.

"EEFKA MARIA",gebouwd in Pekela in 1850 bij H.K.de Wijk.
tweemastschoener van 107 ton.Eigenaar B.Haitzema Vietor te Winschoten.
In dienst van 1850 naar 1859.
In 1859 vermist onder kapitein J.F.Bart.

"ELSIENA CATHARINA",gebouwd in Pekela in 1840.
Schoenerkof van 170 ton.Eigenaar J.Freeseman Vietor te Winschoten.
In dienst van 1849 tot 1856.
1856 gezonken bij de Noordhinder( noordzee)onder kptn G.J Ruibing.

"ENGBERDINA ANNA",gebouwd in 1847 in Pekela.
Schoenerkof van 145 ton.Eigenaar J.Freeseman Vietor te Winschoten.
In dienst van 1848 tot 1867.
1867 verkocht en herdoopt "JANTINA"

"HENDRIK",gebouwd in Pekela 1n 1846.
Kofschip van 120 ton.Eigenaar Freeseman Vietor te Winschoten.
In dienst van 1847 tot 1852.
in 1852 gestrand nabij Palermo en wrak onder kptn IJ de Jonge.

"HENDRIKA",gebouwd in 1839 te Pekela.
Kofschip van 167 ton.Eigenaar B.Haitsema Vietor te Winschoten.
In dienst van 1859 tot 1969.
In 1869 gestrand en wrak onder kptn F.H. Plukker.

"HENDRIKA JOHANNA",gebouwd in 1849 te Nieuweschans.
Tweemastschoener van 260 ton.Eigenaar Mr J.Freeseman Vietor te Winschoten.
In dienst van 1849 tot 1850.
In 1850 verkocht na aanvaring met russische bark "CONSTANTIN".

"HERMANNA", gebouwd in 1847 te Pekela
Kofschip van 92 ton.Eigenaar Mr.J.Freeseman Vietor te Winschoten.
In dienst 1848 tot 1859.
In 1849 overvaren door "DUCHESSE OF ORLEANS" in het engelskanaal.
Waarschijnlijk hersteld.
1859 gestrand en wrak in schotland

"HILLECHIENA",bouwjaar onbekend
Kofschip,Eigenaar Vietor te Winschoten.
Kptn G.J Mooi,verdere gegevens onbekend.

"HILLECHIENA CATHARINA",gebouwd in Pekela in 1841.
Galjoot van 165 ton.Eigenaar B.Haitsema Vietor te Winschoten.
Kptn K.D Hesselink van 1866 tot 1871.
In 1871 verongelukt onder kptn K.D Hesselink.

"IDA CORNELIA",gebouwd in 1840 te Pekela.
Schoenerkof van 164 ton.Eigenaar B.Haitsema Vietor van 1859 tot 1861.
In dienst van H.T Kranenborg te Pekela van 1861 tot 1866.
in 1866 gezonken.

"JACOB & TITIA",gebouwd in Statenzijl in 1862.
Schoenerbrik van 179 ton.Eigenaar B.Haitsema Vietor te Winschoten.
In 1876 gestrand bij Terschelling on der kptn W.H.Prak.

"JACOBA ALIDA" gebouwd in 1847 te Pekela.
Schoenerkof van 177 ton.Eigenaar J.Freeseman Vietor te Winschoten.
In 1871 verongelukt onder kptn B van der Laan.

"JAN FREESEMAN",gebouwd in Pekela in 1856.
Tweemastschoener van 165 ton.
In dienst 1857 tot 1879.Eigenaar B Haitsema Vietor te Winschoten.
In 1879 verkocht aan Kptn.eigenaar L Roosenbeek te termunterzijl.
1882 gestrand nabij Lemvig ( de)

"JANTINA",gebouwd in Pekela in 1846.
Galjoot van 177 ton.
In dienst van 1848 tot 1868.Eigenaar J Freeseman Vietor te Winschoten.
In 1868 in beheer bij U Zuiderveen te Pekela.Zelfde naam.
In 1877 zinkend verlaten onder kptn H.R Meijering.

"JULIUS"(ex "ECONOMIE")Gebouwd in 1858 bij Pot in Elshout.
Schoenerbrik van 206 ton.
In dienst van 1866 tot 1878.Eigenaar Freseman Vietor te Winschoten.
In 1878 herdoopt "TERWISCH",Eigenaar J.Freeseman Vietor te Winschoten.
In 1882 in beheer bij F.L Drenth te Pekela.Scheepsbouwer en reder.
In 1894 gestrand op Singa.

"KLAZIENA AIDINA",gebouwd te Statenzijl.
Tweemastschoener van 170 ton.
In dienst van 1852 tot 1869.Eigenaar B Haitsema Vietor te Winschoten.
Vanaf 1869 in beheer bij Romkes en van der Goot te Sappemeer.
1873 Herdoopt in "ANNA"
1888 gestrand bij Skagen en wrak.

"LEVANT",gebouwd te Groningen in 1851.
Tweemastschoener van 132 ton.
In dienst van 1852 tot 1860.Eigenaar Mr. J Freeseman Vietor te Amsterdam?
1860 verkocht naar Vlaardingen,Herdoopt "VERTROUWEN".
1882 afgekeurd te Elseneur en verkocht.

"LUCRETIA",gebouwd te Pekela in 1848.
Schoenerkof van 170 ton.
In dienst van 1849 tot 1858.Eigenaar Mr. J Freeseman Vietor te Winschoten.
Vanaf 1858 in beheer bij B.Haitsema Vietor te winschoten.
In 1873 gezonken.

"MAGDALENA",gebouwd in 1842 te Pekela.
Schoenerkof van 169 ton.
In dienst van 1843 tot 1858.Eigenaar J Freeseman Vietor te Winschoten.
Vanaf 1858 in beheer bij B Haitsema Vietor te Winschoten.
In 1869 is het schip verlaten onder kptn H Graafhuis.

"MARGARETHA MARCHIENA",(ex "RENSIENA")gebouwd in 1851 te Beerta.
Schoenerkof van 106 ton.
In dienst van 1863 tot 1869.Eigenaar W Haitsema Vietor te Winschoten.
In 1869 gestrand en wrak.

"NINA BURHOVEN",gebouwd in 1849 te Pekela.
Kofschip van 87 ton.
In dienst van 1851 tot 1857.Eigenaar Mr Freeseman Vietor te Winschoten.
Na 1857 niet meer geregistreerd.

"OLDAMBT",gebouwd in 1837 te Groningen.
Schoenerkof van 165 ton.
In dienst bij B Haitsema Vietor van 1858 tot 1881.
In 1882 gestrand tussen Frederikshaven en Skagen.

"PRINS HENDRIK",gebouwd in 1838 in Groningen.
Barkschip van 381 ton.
In dienst van 1860 tot 1863.Eigenaar Kranenborg.Vietor & Co. te Amsterdam.
In 1863 is het schip verkocht naar Noorwegen.

"RENSIENA",Gebouwd in 1851 te Beerta.
Schoenerkof van 106 ton.
In dienst van 1854 tot 1862.Eigenaar B Haitsema Vietor te Winschoten.
In 1863 herdoopt "MARGARETHA MARCHIENA",zie aldaar.

"SARA ANNA CORNELIA",gebouwd in 1827 ,Bouwplaats onbekend.
Schoenerkof van 270 ton.
In dienst van 1841 tot 1845.Eigenaar J.F Vietor te Winschoten.
In 1845 afgekeurd te Littlehampton( UK).

"ST VITUS",gebouwd in 1853 te Oudezijl.
Tweemastschoener van 265 ton.
In dienst van 1853 tot 1864.Eigenaar B Haitsema Vietor te Winschoten.
In 1864 is het schip verongelukt bij Windau onder kptn H Middel.

"TERWISCH",gebouwd in 1858 te Elshout.
Schoenerbrikschip van 209 ton.
Dit is de ex "JULIUS".
In dienst van 1878 tot 1882.Eigenaar Freseman Vietor te Winschoten.
In 1882 in beheer bij F.L Drenth te Pekela.

"VRIENDSCHAP",gebouwd in 1819.Bouwplaats onbekend.
Kofschip van 104 ton.
In dienst van 1828 tot 1832 bij J.F Vietor te Winschoten.
na 1832 geen gegevens.

"WELDAAD",gebouwd in 1842 te Winschoten.
KOFSCHIP VAN 85 ton.
In dienst van 1854 tot 1872 bij achtereenvolgens Mr.J Freeseman Vietor
en B Haitsema Vietor te Winschoten.
In 1872 verkocht aan de kptn S.J. Voogd.
1877 gestrand op texel en wrak.

"WEMELINA KRANENBORG",gebouwd in 1819.Bouwplaats onbekend.
Schip van 102 ton.
In dienst van 1820 tot 1843 bij Mr.J Freeseman Vietor te Winschoten.
In 1843 gestrand bij Terschelling,wrak.

"ZWANETTE GERHARDINA",gebouwd in 1849 te Oudezijl.
Kofschip van 242 ton.
In dienst van 1850 tot 1852 bij Freeseman Vietor te Winschoten.
1852 gestrand bij Aargal?,onderweg van Dublin naar Danzig onder kptn Jonker.

"ZWIJGER",gebouwd in 1854 te Nieuw Beerta.
Brikschip van 164 ton.
In dienst van 1858 tot 1869 bij B Haitsema Vietor te Winschoten.
In 1869 gestrand en wrak.

Anoniem zei

Geachte mijnheer Hesselink,

Het was mij niet bekend dat de Vietors reders waren en ik ben U zeer ertenkelijk dat U dat stuk van de “zeevaart puzzle” hebt gevonden.
Mijn overgrootmoeder is Hermina (Mina) Woutera Vietor, de dochter van Berend Haitzema Vietor. Willem Gorter is een van haar zoons en mijn grootvader. Willem was gezagvoerder op de grote vaart en het is frapant hoeveel van zijn nazaten een binding met de zee hebben. Twee kleinzonen zijn gezagvoerder op containerschepen, een schoonzoon (mijn oom) was een van de eerste gezagvoerders op een LNG tanker, een kleinzoon is beroeps marine officier, ik ben reserve officier marine en een achterkleinzoon doet het heel technische slepen en lichten op zee. Mijn oom en een neef was/is lid van de Raad voor de Zeevaart.

Mijn grootvader werd als kweekling naar de zeevaartschool gestuurd nadat beide ouders (Mina Vietor en Wijtze Gorter) vroeg gestorven waren en de vier kinderen (Titia, Berend, Willem en Door) als wezen bij tante Modderman (de zuster van Mina) kwamen. De was een goedkope opleiding en zo kon Willem vlug voor zich zelf zorgen.
Hij trouwde met Elisabeth van Linden van den Heuvel, een telg uit een Vlaardings redersgezin, die tevens een touwslagerij bezaten. Ook leverde de familie met regelmaat burgermeesters. Het huidige Vlaardings visserij museum was het vooroudelijk huis.

Onlangs was ik bezig met wat onderzoek naar het schip, de Andijk van de HAL, waar mijn grootvader als eerste officier op voer en waar hij rond 1915 mee door de Patagonische kanalen en de Straat van Magelhaan voer. Omdat ik toch bezig was zocht ik ook naar de Veerhaven van de Gebr. Uden, waar mijn grootvader tot aan zijn dood in 1924 gezagvoerder van was. Wat ik vond was opzienbarend.

The Veerhaven was gebouwd op de werf van Irvine’s Shipbuilding & Drydock Co. Ltd, West Hartlepool, N/E England in 1911. De specificaties waren: 3121 BR Ton, 2007 NR Ton, 5350 Dead Weight Ton. (99.02) x 14.25 x 7.57 x 6328. De machinekamer had 2 x 3 "Scotish boilers" v.o. 388 m2, 12,65 kg, Richardsons, Westgarth & Co. Ltd., Hartlepool.
De stoommachine: 1.450 IHP, T 3 cyl, 595, 965 en 1625 x 1066, Richardsons, Westgarth & Co. Ltd., Hartlepool.

Oorspronkelijk was het de "ss Zevenbergen” en werd in May 1911 opgeleverd aan N.V. Stoomvaart Mij. Indische Lloyd, Rotterdam, beheerd door J.J.A. van Meel. Het ship kwam via verscheidene eigenaren terecht bij N.V. Gebr. Van Uden Scheepvaart en Agentuur en werd omgedoopt tot Veerhaven in 1915, tijdens WW-1

De Veerhaven werd door de Amerikaanse overheid gevorderd en was daar tot Maart 1918 in dienst. Het werd vrijgegeven aan Van Uden in Juli 1920 en werd ondergebracht bij een Van Uden’s maatschappij: N.V. Scheepvaart Mij. "Noordzee" Rotterdam.

Op Juli 14, 1924, tijdens een reis van Garston, Engeland naar Arkhangelsk in Russland strande de Veerdam op de rotsen van Obornaya Point, 7 mijlen van de ingang van de Witte Zee/Baltic Canal. Bij mijn grootvader was een hersen tumor ontdekt, en dit zou zijn laatst reis voor de operatie zijn. Er was besloten dat mijn grootmoeder en mijn oom de reis mee zouden maken. Het is mogelijk dat een familietrek van niet zeuren, doorzetten, “dat kan ik wel” dat zijn zusters zo veel kracht gegeven heeft tijdens hun verblijf in het Duitse concentratiekamp Ravensbruck, hem juist noodlottig geworden is doordat hij het gezag over het schip niet op tijd overdroeg. Hij had konstant en vaak ondragelijke hoofdpijn en het is mogelijk dat zijn inzicht daardoor verminderd was. Hij stond bekend als een bekwaam vakman en was zelfs een baan aangeboden op een passagiers schip, maar hij sloeg dat aanbod af, omdat zoals hij meende, “vrouwen aan boord, daar komt alleen maar last van”.

Het officiele onderzoek door de Raad voor de Scheepvaart kwam tot de conclusie dat de meest aannemelijke verklaring voor het ongeval was dat de kapitijn niet bijtijds gewaar was dat het schip te dicht bij de oever was gekomen door de dichte mist.

De bemanning, inclusief mijn grootmoeder en oom moesten het schip verlaten omdat de mogelijkheid reeel was dat het schip in de branding zou vergaan. Ze kampeerden 13 dagen op de kale rotsen totdat ze op 27 Juli werden opgepikt door een schip dat hun naar Vardo bracht. Tegen die tijd, volgens het raport, liet hun gezondheid te wensen over.
Een Brits schip bracht hun vervolgens naar London, waar tante Ti, de zuster van Willem hun opwachte. Mijn grootvader overleefde de tocht echter niet en werd onderweg, in de buurt van het ongeval vermist.
Er werden verscheidene pogingen gedaan om het schip los te trekken, maar het mocht niet baten. Van Uden besloot het schip als verloren op te geven.

Maar, dat was niet het einde van het verhaal…

Op 16 Augustus, 1924 lukte het de Russen om het schip los te krijgen en werd het vervolgens naar Archangelsk gesleept. Het zeerecht bepaalt dat een verlaten schip het eigendom van de vinder wordt.
De Veerhaven werd gerepareerd en herdoopt “Krasny Oktybar” ofwell “Red October”. Het voer nu onder Russische vlag en had verschillende eigenaren. De laatste keer dat het schip met zekerheid gezien is was op 12 April, 1944 toen het in Seattle lag en een lading naar Vladivostok aan boord nam, waar het op 13 mei veilig aankwam.
Wat er verder mee gebeurt is, is minder duidelijk. Mogelijk is het gesloopt of opgelegd na de oorlog. Hoe het ook zei, er is gegronde reden om aan te nemen dat het schip dat in 1959 vlak bij de plaats van de stranding in 1924 zonk, de oude Veerhaven/Red October is. Er was blijkbaar voldoende bewijs voor Loyd om het schip te schrappen uit hun register in 1960.
Als dat inderdaad het geval is, is dat uiterst opmerkelijk en wel om twee redenen: Het schip diende het geallieerde doel bijna als zijnde een steun aan de twee zusters van Willem die in een Duits concentratiekamp zaten en daar ook zouden sterven.
Later echter toen de koude oorlog bijna haar hoogtepunt had bereikt met de Cubaanse Missle crisis, weigerde het verder mee te werken voor een misdadig regime en hoewel het de zeven zeeen bevaren had, koos het een eeuwige rustplaats bewust vlakbij waar haar geliefde schipper ook zijn rustplaats gevonden had.
De zee kent zeer veel mysteries en dit is er zeker een van.

Bronnen:
Link naar een foto van het schip toen het nog de "Zevenbergen" was: http://www.xs4all.nl/~beejee/ZbergenOud.htm

Locatie van de stranding naar onze schatting, te vinden op Google Earth. 67 43’55.61” N 40 53’54.32” E

Van Uden’s kantoor tegenwoordig, aan de "Veerhaven" in Rotterdam: http://www.flickr.com/photos/wessels/778774005/

Van Uden today: http://www.van-uden-logistics.nl/home/index.php?mainID=0&paginaID=2148&taalID=NL&groep=1_Van%20Uden%20Group&soort=Van%20Uden%20Group

Rapport van de Raad voor de Scheepvaart: Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Woensdag 8 october 1924, N0 196

“Het Geslacht Vietor en aanverwante familien”, Mr. H. Haitzema Vietor te Steenwijk, blz 66, 67


Paul Prinsen, Medford Oregon USA
E-mail PrinsenPaul@Yahoo.com

Melle zei

In mijn stamboom kwam ik de schoener Weeke Harhuis tegen. Deze is later (1881) verloren gegaan. eigenaar was dhr. J.T. Leeuwe, Delfzijl, kapitein dhr. Zoutman. Een zekere Jan van der Heide was ook aan boord.

Zie ook deze link:
http://www.scotlandsplaces.gov.uk/search_item/index.php?service=RCAHMS&id=198705

Vriendelijke groeten,
Melle vd Heide