Translate

31 oktober 2007

Stil

Officieel ging de site met het archief van de oudste krant van Nederland, de Leeuwarder Courant, op 24 oktober jl. online. Maar al enkele weken eerder was het een dag of wat mogelijk te zoeken in de kranten van 1752 tot heden, hoewel toen lang niet alles al beschikbaar was. Die kans heb ik gegrepen en mij vooral gericht op de familienaam Stilma. Dat die naam mij interesseert mag geen wonder heten, mijn vrouw heet zo. Ik schreef al eens over de oorsprong van deze naam. In 1811 nam een zekere Marten Rientses, boer in het Friese Rauwerd, de naam Stilma aan. Alle Stilma´s in Nederland stammen van hem af. Waarom hij juist voor die naam koos was tot nu een raadsel. Hoe kom je erbij voor een dergelijke naam te kiezen, als je het helemaal voor het zeggen hebt? Het Meertens Instituut, toonaangevend in Nederland op het gebied van de betekenis en oorsprong van familienamen, geeft ook geen mogelijke verklaring. Wel is gesuggereerd, dat Marten Rientses wellicht een stil persoon was. Bijnaam: 'De Stille'? Bij het zoeken ben ik op een advertentie uit 1839 gestuit, waarin sprake was van Marten Rientses Stilma, boer op de zathe 'Stilvliet' onder Rauwerd. Het kwartje viel niet bij mij. Dat gebeurde pas verleden week, toen een andere onderzoeker van de Stilma familiegeschiedenis, Piet Stilma, mij op dezelfde advertentie wees en zelfs bijgaand plattegrondje meestuurde, waar duidelijk de zate Stil Vliedt even ten zuidoosten van Rauwerd is ingetekend. Hij vond het waarschijnlijk, dat de naam van de boerderij geleid heeft tot de familienaam. Ik ben het met hem eens, dat de overeenkomst tussen Stilvliet en Stilma nauwelijks op toeval kan berusten (misschien heeft Marten in 1811 zelfs wel zitten dubben tussen Vlietstra en Stilma!). Hard bewijs is er natuurlijk niet voor, maar het raadsel lijkt opgelost.

De site van de Leeuwarder Courant is kennelijk onder zijn eigen succes bijna bezweken. De bereikbaarheid laat de eerste week zeer te wensen over. Hebben ze daar geen rekening gehouden met de te verwachten aandrang van de talloze stamboomonderzoekers, die zich niet alleen voor de familieadvertenties interesseren, maar ook voor de historische context? Het heeft er alle schijn van. De genealogen zouden best eens de grootste bezoekersgroep kunnen zijn. Vraag het maar aan het archiefwezen.

23 september 2007

Hirokazu en Kazuhiro

Wanneer ik door een straat loop, dan kijk ik er bijna automatisch naar: Naambordjes op huisdeuren. Is er een bekende naam bij? Waar zou die bewoner vandaan kunnen komen? Nou, nou, hier wonen nogal wat Marokkanen. Dat zijn zo van die gedachten, die dan door je hoofd kunnen spelen. Namen zijn belangrijk, je naam onderscheidt jou van anderen. Niet dat er geen anderen met jouw naam kunnen rondlopen, maar toch. In mijn genealogisch namenbestand zitten duizenden verschillende achternamen, om van de voornamen nog maar te zwijgen. Heel gewone, maar ook nogal wat opvallende. Buitenlands klinkende namen, middeleeuwse namen, typisch Friese namen, dubbele en zelfs driedubbele achternamen (Lobrij van Troostenburg de Bruijn), fantasievolle combinaties van voornamen (meneer Ludwig Felix Richard Paul Cornelis Alijander Brandts Buijs, inderdaad uit een familie van musici). Stel, dat we allemaal hetzelfde zouden heten! Of alleen een nummer waren.... Nee, geef mij maar ons systeem van bijna onbeperkte voornaamkeuze (sinds het begin van de 19e eeuw ligt onze familienaam vast en moet je nogal wat moeite doen om deze te veranderen).

Internationale huwelijken kunnen aanleiding zijn tot bijzondere naamgevingen. Een frappant voorbeeld is mijn neef, die met Tomie (een Japanse) is getrouwd. Zij kregen onlangs een tweeling, die zij Anton Hirokazu, resp. Vincent Kazuhiro hebben genoemd. Een glimlach kon ik eerlijk gezegd niet onderdrukken, toen het kaartje op de mat was gevallen. Bij Anton en Vincent mag gedacht worden aan een bekende componist, resp. kunstschilder, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Een mailtje naar mijn neef verschafte opheldering en ik citeer:

"Hirokazu and Kazuhiro zijn hele gewone Japanse jongensnamen, die we hebben samengesteld met als uitgangspunt de karakters waarmee de namen van Tomie's beide ouders worden geschreven. "Hiro" komt van Hiroko, Tomie d'r moeder, and "Kazu" komt van Ken'ichi, Tomie d'r vader, van wiens naam het karakter "ichi" ook als "kazu" kan worden uitgesproken. De geschreven karakters zelf hebben natuurlijk ook nog betekenissen: "hiro" betekent "overvloedig," en "kazu" ("ichi") "no. 1", maar wij hebben deze karakters zelf niet in het Japanse bevolkingsregister laten registreren . Onze jongens staan daar gewoon phonetisch in het zogenaamde /hiragana /(syllaben-schrift) te boek".

Mij dunkt, toch geen alledaags geval. Tenzij je in Japan woont.

Tot slot nog enkele links naar websites, die zich met namen bezighouden:


Familienamen in Nederland
Oude vleivormen en varianten van voornamen
Alles over familienamen
Het namenportaal, alles over voornamen en familienamen in België
Databanken Meertens Instituut

Ik vrees, dat een zoektocht naar Kazuhiro en Hirokazu daarbij geen resultaat zal opleveren.

17 september 2007

Reders

Nederland, de Lage Landen aan de Noordzee, is vanoudsher een zeevarende natie. 'Britain rules the waves', maar ze hebben daar de kunst wel eerst van ons afgekeken! In vroeger eeuwen leefden vele Nederlanders van de wind, zou je kunnen zeggen. Het was immers de tijd van de zeilvaart. Ook in de familiestambomen zie je de beroepen terug: scheepstimmerman, scheepschirurgijn, zeilmaker, werfarbeider, kapitein, bottelier, stuurman, matroos, loods en wat al niet meer. De zee was onze grootste vijand, maar ook onze werkgever. Degene, die een schip bezit om daarmee geld te verdienen, wordt een reder genoemd. Hij heeft dus een rederij. Die heb ook ik in mijn voorgeslacht. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan Cornelis Leenderts Denick (1588-1640) uit Maassluis ('Maeslantsesluys') en zijn zonen. Zij vervoerden en verhandelden goederen naar vele Europesche landen.


Tot mijn verrassing hielden ook de Winschoter notarissen Jan Fresemann Viëtor (1784-1852) en zijn zoon Berend Haitzema Viëtor (1817-1877) er als nevenaktiviteit een rederij op na. Of was het zelfs hun voornaamste bron van inkomsten? Ze bezaten een uitgebreide vloot, bestaande uit tweemastschoeners, galjoten, schoenerbrikken, barkschepen en kofschepen (zie afbeelding) met tonnages variërend van ca. 130 tot 200 ton. Het vaargebied bestond voornamelijk uit de Noordwesteuropesche wateren (Engeland, Duitsland, Skandinavië). En Nederland uiteraard. De schepen zouden gebouwd zijn op een werf in vermoedelijk Statenzijl (provincie Groningen), die mogelijk ook in het bezit van de familie was, maar dit is niet geheel duidelijk. In de scheepsnamen kom je de hele familie tegen: Egberdina Anna, Anna Elisabeth, Jantina, Klaziena Aidina en ga zo maar door. In de mij bekende familiepapieren staat niets over deze rederij. Weet iemand, of er afbeeldingen van de schepen bestaan? Is verder iets bekend over de werf in Statenzijl (dan wel Beerta Oudezijl of Nieuw Beerta)? In welk archief zou er nog iets over kunnen worden gevonden?

Een eervolle vermelding voor een goed antwoord ligt in het verschiet. En nou niet allemaal tegelijk!
Voor de echte liefhebbers heb ik een lijst van de schepen opgenomen in een reactie (klik op de link onder dit bericht).

30 augustus 2007

Moederreeks

Stamboomonderzoek kan diverse vormen aannemen. Het meest komt waarschijnlijk de kwartierstaat voor, waarbij de onderzoeker begint bij bv. zichzelf en dan gaat vaststellen, wie zijn ouders (2), grootouders (4), overgrootouders (8), betovergrootouders (16) enzovoort waren. Populair is ook de genealogie (of nakomelingenoverzicht) van een persoon, die leefde in het verleden. In mijn geval is dat bijvoorbeeld Harmen Hesselink (1619-ca. 1685), die getrouwd was met Derksken Becking. De eenvoudigste vorm is misschien wel de stamreeks. Dit is een overzicht van ´de vader van de vader´. Van mij uit geredeneerd dus mijn vader, diens vader, diens vader, etc., tot dat je uitkomt bij de oudst bekende voorvader. Kenmerkend in verreweg de meeste gevallen is de eensluidende familienaam, in elk geval vanaf 1811 (daarvoor kan het anders zijn, want niet altijd werd een vaste familienaam gevoerd). Dat maakt het tot een overzichtelijk geheel en het aantal personen blijft zeer beperkt. Een variant van de stamreeks, die in de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt (en verdient!), is de zg. moederreeks. Daarbij gaat het dus om ´de moeder van de moeder´. Die hebben steeds weer een andere familienaam uiteraard. In mijn geval zijn dat achtereenvolgens, te beginnen bij mijn moeder: van der Vliet (1908-1965), Snel (1878-1943), Duinker (1852-1924), Venker (1815-1887), van Leeuwen (1786-1869), Habbie (1747-1832), Scheeper (1708-na 1754), Beeking (ca. 1678-na 1742). Verder terug ben ik in deze reeks nog niet gekomen. De details zijn terug te vinden in mijn database. Het spreekt bijna vanzelf, dat er bij iedere vorm ook weer varianten mogelijk zijn, bv. inclusief broers en zussen en misschien zelfs met hun partners en kinderen. The sky is the limit, maar mijn advies aan u is, wanneer u beginnend genealoog bent, stel beperkingen aan de groep, die u bij uw onderzoek wilt betrekken. Anders wordt het al gauw onhanteerbaar.

Van Ineke Smit kreeg ik een dezer dagen een afbeelding van haar geborduurde moederreeks toegestuurd. Een idee ter navolging? De moeders hebben het verdiend, en zeker die van mij. Alleen, mijn borduurkunst is nogal beperkt....

16 augustus 2007

Antje

Helemaal aan het begin van de geschiedenis van dit blog had ik het over Antje Scheer en ook over het bevolkingsregister Amsterdam. Er is alle reden om daar nog eens op terug te komen. Bevolkingsregisters zijn in het genealogisch onderzoek naar mijn idee een beetje een stiefkindje, om in het jargon te blijven. In vergelijking met geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters worden ze maar weinig geraadpleegd. Wel zijn ze vaak na 50 jaar openbaar, voor zover ik weet, maar dat wil per gemeente wel verschillen. Vanaf 1850 werd door gemeenten in vastbladige bevolkingsregisters bijgehouden, op welk adres gezinnen woonden. Dat ging per buurt of wijk. Vanaf 1920 mochten gemeenten ook losse gezinskaarten gebruiken. Deze bevatten dezelfde gegevens als de bevolkingsregisters, maar waren in de praktijk uiteraard een stuk handzamer. In 1938 werden de gezinskaarten afgeschaft en vervangen door persoonskaarten. Thans zitten we in het tijdperk van de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie voor persoonsgegevens).

O ja, Antje Scheer. Sinds kort is een database met de gegevens uit het Amsterdamse bevolkingsregister van 1852/1853 via internet te raadplegen. Dat is heel bijzonder, want soortgelijke online bestanden ken ik nauwelijks. Er zitten maar liefst 606094 records in de database. Het werkt fantastisch. Soms moet je wel wat langer wachten tijdens het opstarten (vanwege grote drukte?) en ook na een zoekopdracht even geduld hebben, maar dan komen de gegevens op het scherm. Van links naar rechts zijn dat: Boek, blz., straat, voornaam, patronym (of tweede voornaam), achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, beroep, geloof en overlijdensdatum. Met name beroep en overlijdensdatum zijn lang niet altijd ingevuld, om begrijpelijke redenen. De uitkomst van de zoekopdracht kan per kolom worden gesorteerd. De zoekmogelijkheden zijn eindeloos. Natuurlijk heb ik naast Antje Scheer ook vele andere namen opgezocht en vaak aanvullende gegevens gevonden. Van Antje een aantal adressen en haar beroep: werkster dan wel schoonmaakster, maar dat wist ik al. De ene keer staat er, dat ze Rooms Katholiek was, de andere keer Nederlands Hervormd. Dat mag de pret niet drukken, de gegevens moeten sowieso worden geverifieerd, want uitblinken in betrouwbaarheid doet het bevolkingsregister niet. Wat de pret zelfs verhoogt, zijn twee van haar woonadressen: Schoorsteenvegerssteeg en Vuile Weespad. Dat voor een schoonmaakster!


Afbeelding: Dienstmeid door Gerard Dou, ca. 1650.

9 juli 2007

't Benne boere

Eigen foto: Het pand Rozengracht 160, eind jaren ´60, waar Café Theo Ruiter gevestigd was. Ik kende het ook van binnen, en hoe! Wat ik toen nog niet wist: Mijn grootmoeder is enkele huizen verderop (op nr. 152) in 1878 geboren en een paar maanden voor mijn geboorte in Laren (N.H.) overleden. Het spannende levensverhaal van Theo Ruiter (1911-1965), 'Zoek me eens op; (Zorgvlied - vak 22 - zerk 481)' is in 1968 in boekvorm verschenen en staat in mijn boekenkast.

Direct na mijn schooltijd in 1963 ben ik, komend uit Overijssel, in de Amsterdamse Jordaan op kamers gaan wonen,eerst op de Bloemgracht, later op de Lijnbaansgracht. Ik had toen het idee, dat ik Amsterdam nooit meer wilde verlaten. Toch gebeurde dat wel in 1970, en nu kan ik mij niet voorstellen, ooit weer daar te gaan wonen. Het kan verkeren.

Misschien voelde ik mij indertijd onbewust wel daarom op mijn gemak, omdat mijn grootouders van moeder's kant uit echte Jordaanse families stamden met adressen op de Lijnbaansgracht, Rozengracht, Rozenstraat, Elandsgracht, enz. Ik heb deze voorouders echter nooit persoonlijk gekend. De bejaarde mensen, bij wie ik inwoonde op de Bloemgracht, ome Willem en tante Jans, waren eveneens echte Jordaners, die ook toen al tot de vaststelling kwamen, dat 'Mokum al lang niet meer Mokum was'. Ze verlangden naar de goede oude tijd. Verder zeiden ze van alle niet-Amsterdammers: 't Benne boere. Toch zullen ook hun voorouders ooit eens van elders naar Amsterdam zijn gekomen, de naam Kieftenbelt duidt daar wel op. Mij althans klinkt het Achterhoeks in de oren.

Dat bracht mij op het idee om te onderzoeken, of ook de voorouders van mijn moeder 'boere' zijn geweest. Haar kwartierstaat (=vooroudertabel) geeft daar een interessante kijk op:

2 ouders: beiden geboren in Amsterdam (100%)
4 grootouders: allen geboren in Amsterdam (100%)
8 overgrootouders: 5 geboren in Amsterdam (63%), 1 in Naarden, 1 op Texel, 1 in Frederiksoord (gem. Vledder).
16 betovergrootouders: 8 geboren in Amsterdam (50%), 2 Texel, 1 Naarden, 1 Weesp, 1 Den Ham, 1 Middelburg, 1 Alkmaar, 1 onbekend.
32 oudouders: 11 geboren in Amsterdam (35%), 4 Texel, 3 Duitsland, 2 Waspik, 2 IJsselstein, 2 Den Ham, 1 Nieuwaal, 1 Weesp, 1 Gramsbergen, 1 Breda, 1 Alkmaar, 1 Woubrugge, 2 onbekend.
64 oudgrootouders: 10 geboren in Amsterdam (16%), 6 Texel, 5 Duitsland, 2 Haarlem, 2 Den Ham, 2 Waspik, 2 Woubrugge, 1 IJsselstein, 1 Gramsbergen, 1 Breda, 1 Alkmaar, 1 Breukelen, 1 Werkendam, 1 Utrecht, 1 Lexmond, 1 Vianen, 1 Zwolle, 1 Muiden, 1 Roosendaal, 1 Den Haag, 1 Uithoorn, 1 Watergang, 1 Terheijden, 1 Abbestede (Callantsoog), 1 Driel, 17 onbekend/onzeker.

U ziet, het Amsterdamgehalte is uiteindelijk niet bijzonder hoog te noemen. Ook mijn grootouders, èchte Jordanezen, waren dus eigenlijk gewoon van 'boeren'afkomst uit alle windstreken. De stad had duidelijk een aanzuigende werking. Ik kan u verzekeren, dat nog verder terug Franse hugenoten, een Brit, nog meer Duitsers, een Vlaming, Achterhoekers, en vele andere plaatsen verspreid over het land in beeld komen. Van bevoegde zijde heb ik mij laten vertellen, dat dit typisch is voor het gros van de Amsterdammers. Nee, niets om heel trots op te zijn. Maar toch, ik hou van Amsterdam en vooral van de Jordaan. Voor een bezoekje dan. Want Mokum is al lang niet meer Mokum.

30 juni 2007

Porder

De volkszanger Johnny Jordaan gaf het al ten beste (Tekst: Pi Variss, muziek: Pi Variss, Harry de Groot):

M'n vader was Porder,
Ik zie hem nog gaan
Wanneer hij des morgens moest porren
Al was het geen vetpot dat Pordersbestaan
Toch deed hij het zonder te morren
Want ondanks z'n armoetje leefde hij blij
En dikwijls dan zei-ie tot mij

Refrein:
De een is gesjochten, de ander weer rijk
We zijn op de wereld niet allen gelijk
De een wordt geboren in een villa of slot
De ander roept mama in een vochtige krot
Maar iets blijft hetzelfde of je arm bent of rijk
Dat is voor ons allen gelijk
Want kijk naar de hemel dan zie je 't meteen
De zon schijnt voor iedereen

Ik denk aan die jaren nog dikwijls terug
Het lijkt me nog zo kort geleden
Geen Porder bestaat meer
de tijd gaat zo vlug
't Verleden wordt nimmer meer heden
Als ik aan die tijd denk hoor ik vader z'n stem
Dan klinken de woorden van hem

Refrein:


Als porder was het dus geen vetpot, maar waar verdiende je je karige loon nou mee? Wel, je was eigenlijk een wekker, je maakte je klanten in je wijk (zo'n stuk of honderd) dus ´s ochtends vroeg wakker om een bepaalde tijd. Dat deed je, door met een stok op de deur of het slaapkamerraam te tikken. Een keer in de week rekende je af en haalde je je centen of dubbeltjes op. Er waren zelfs werkgevers, zoals in Schiedam de jeneverstokerijen, die hun personeel op deze manier lieten wekken, opdat zij op tijd zouden aantreden voor hun werkdag van 14 uur. Rond 1940 waren mechanische wekkers zo betaalbaar geworden, dat het beroep porder is uitgestorven. Latere varianten waren telefonische wekdiensten in de jaren '50, '60 en '70.


Dan is er ook nog de schattiger variant, beschreven in het bakerrijm "De kleine porder" van G.W. Lovendaal uit 1914:

Wie roept daar voor Moe's kamertje:
Doe open, doe open?
Wie klopt daar met zijn hamertje:
Doe open nu de deur?
Ik weet het al! ...
Wie is het dan? ...
Dat's onze kleine Janneman
Die niet meer slapen kan,
Die met zijn dikke vuistjes tromt
En om een morgenzoentje komt.

Hoe kom ik op het thema? Uiteraard heb ik een familielid, die dit beroep uitoefende: Hendrik Snel (1802-1855) te Amsterdam. Daarnaast was hij boekdrukkersknecht.

Waar bent u allemaal voor te porren?

17 juni 2007

Sinterklaas in Ned.-Indië in 1887

Van de tragische hoofdrolspelers van het familiedrama uit 1899, Hendrik Keppel Hesselink en zijn vrouw Josine Jonkheijm, bezit ik een dik schrift, waarin hij hun huwelijksdag op 25 augustus 1881, hun huwelijkscadeaus en huwelijksreis naar Brussel en Parijs beschrijft (ze moeten ook nog in Keulen zijn geweest). Het is in de vorm van een plakboek, compleet met o.a. een toeristische plattegrond van Brussel, tramkaartjes, theaterkaartjes en hotel- resp. restaurantrekeningen. Heel aardig om te lezen en te bekijken en misschien maak ik er nog eens een transcriptie van. Verderop beschrijft hij de geboorte in 1883 en eerste levensjaren van hun dochter Lissie in Toeban en van hun zoon Herman, geb. 1885 in Japara. Hendrik was rechterlijk ambtenaar in Ned.-Indië. Bijna aan het eind verhaalt hij over de Sinterklaasviering op 5 december 1887, waarvan het programma bijgaand is afgebeeld ("Inlandsche bedienden worden in het gebouw niet toegelaten") en ik laat hem verder aan het woord:

"Lissie en Herman verwachten St. Nicolaas die dan ook 's avonds tegen ½ 6 komt. Hij treedt de binnengalerij binnen (in de persoon van Papa, met een toga aan en mombakkes voor, bisschopsmuts op). Lissie is niet bang en komt St. Nicolaas een handje brengen. Herman begint echter te schreeuwen van angst. Toen St. Nicolaas lekkers uitdeelde en cadeautjes waren beide erg tevreden en opgewonden. Lissie merkte aan mama op, dat de suikerboontjes en het andere lekkers van St. Nicolaas er precies zo uitzag als mama het in de goedong had. Om half zeven gingen de kinderen met papa en mama naar het kinderfeest in de societeit, waar St. Nicolaas zich ook vertoonde, waar veel pret werd gemaakt. Lissie trok een mooie ...doos uit de tombola, Herman een tol, beide nog meer andere mooie voorwerpen en de volgende dag gingen ze de schoen, bij mevrouw Diehl gezet en behoorlijk met gras, voor het paard van St. Nicolaas gevuld, halen en bleek dus dat St. Nic: aan Lissie een pop en aan Herman een sabel had toegedacht. Ook bracht St. Nicolaas nog een levend hertje dat wij 's avonds aan een boom op 't erf vastgebonden vonden en waarmee de kinderen veel pret maken."

Wat doet het mij denken aan de Sinterklaasfeesten van de Nederlandse gemeenschap in Hamburg eind jaren '70 van de vorige eeuw! Inlandse bedienden waren ook daar niet te bekennen.


Bij de afbeelding: Op de achterkant staat het "Tarief der Ververschingen" afgedrukt:
Twee Boterhammen met

. Kaas ƒ 0,20
. Eieren ƒ 0,25
. Saucis de Bologne ƒ 0,30
. Ossetong ƒ 0,50
Paté de foie gras (per blik) met Brood ƒ 2,50
Zuur à discrétion.

7 juni 2007

De boom der bloedverwantschap

Vandaag plaatste ik in de linkerkolom een prachtig miniatuur van de beroemde illustrator Loyset Liédet uit Brugge. Eigenlijk is het maar een deel van een soort tweeluik, het complete 'beeldverhaal' ziet u hier. Er zit veel humor in. Ontdek de verschillen! Helaas is de resolutie niet geweldig. In het originele boek zijn deze pagina´s niet direct naast elkaar geplaatst (ik heb dus bijna letterlijk zitten knippen en plakken, en dat in zo´n kostbaar boek!).

6 juni 2007

Het huwelijk nader bekeken

Laatst ontving ik een brochure getiteld "Het huwelijk nader bekeken". Het is een uitgave van Buijten & Schipperheijn, ISBN 905881100x en het verwoordt de visie van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. Uiteraard zit er nogal wat theologie in en het standpunt van de CGK ten aanzien van o.a. samenwonen en homohuwelijk, resp. hoe als plaatselijke kerken met deze thema´s om te gaan. Omdat dit een genealogisch blog is, wil ik het daar niet verder over hebben, hoewel het mij wel interesseert. De brochure bevat echter ook een historisch deel inzake huwelijksopvattingen in de kerk en de conclusies daaruit neem ik integraal over:

a) Opvallend is de parallel tussen de situatie van de oude kerk vóór Constantijn de Grote en de kerk in onze moderne samenleving. De ont(w)aarding van het huwelijk en de vervaging via allerlei tussenvormen van relaties waren toen en zijn nu aan de orde.
b) De getuigende opstelling van de christenen in de oude kerk bleek o.a. in het niet willen meegaan met de vervaging en vervlakking, maar daartegenover juist opkomen voor de bijbelse visie op het monogame huwelijk.
c) De vroege kerk heeft zich bezonnen op het wezen van het (christelijke) huwelijk. Toen daartoe (vanaf Constantijn de Grote) mogelijkheden kwamen, heeft zij aan die huwelijksvisie maximaal gestalte willen geven in kerk en samenleving.
d) Huwelijk en niet-huwelijk heeft de vroege kerk steeds duidelijk willen onderscheiden.
e) In de oudchristelijke visie is Gods handelen in het huwelijk constitutief; dat geeft aan het huwelijk een hoge waardering. Dan krijgen elementen als bescherming, wederzijdse trouw en hulp een extra diepe dimensie.

Dan de conclusies inzake 1570-1620 in Holland:
a) De gereformeerde kerk heeft het in kerk en samenleving opgenomen voor het hoge karakter en de bijbelse normen van het huwelijk en ze heeft actief meegewerkt aan een goede huwelijkswetgeving.
b) De kerk heeft steeds oog gehouden voor "het gemengde karakter" van het huwelijk, deels politiek, deels kerkelijk/geestelijk van aard.
c) Voor de kerkelijke vergaderingen in Holland was de rechtszekerheid van het huwelijk van groot belang. Daar hebben ze de overheden steeds op aangesproken, waarbij gewezen werd op de bijbelse normen en waarden.
d) In het oplossen van netelige huwelijkszaken hebben de kerkelijke vergaderingen zich voorzichtig opgesteld.
e) Opvallend is de continuïteit tussen de gereformeerde kerk en de oude kerk inzake het bijbels karakter van het huwelijk. De gereformeerde kerk heeft sterk de rechtszekerheid en duidelijkheid van ondertrouw en huwelijk, alsmede het publieke karakter van de huwelijkssluiting, benadrukt.

Een laatste conclusie uit de brochure: De kerk volgt de overheid bij huwelijkssluitingen, maar heeft het recht een eigen lijn in dezen te volgen.

Huwelijk en genealogie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat de genealoog vooral zal waarderen, uiteraard naast een goed huwelijk, is een goede registratie. Die is, met dank aan Napoleon, vanaf 1811 in Nederland dik in orde. Voor die tijd, en zeker voor 1600, was dat een stuk lastiger.