Translate

16 februari 2006

Oom-nicht huwelijk

De zaakwaarnemer Jacobus Hesselink was in 1834 een 68-jarige weduwnaar uit Rotterdam (zijn eerste vrouw overleed al in 1811), toen hij daar in het huwelijk trad met Maria Elsje Riskemulder, die toen 41 jaar oud was. Voor de bruid was het het eerste huwelijk, hoewel zij in 1818 een zoon had gebaard, die net geen 4 jaar oud is geworden. Vader onbekend. Een bijzonder huwelijk, omdat de partners oom en nicht van elkaar waren. De bruid was immers de dochter van de bruidegom's zuster. Een dergelijk huwelijk tussen zulk nauwe bloedverwanten kon niet zo maar worden gesloten, nee, je had de toestemming nodig van Wij Willem, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz. In dit geval werd die vlot verleend. De mogelijkheid van kinderen uit dit huwelijk was dan ook, gezien de leeftijd van het stel, vrijwel te verwaarlozen. Wee hij die er slecht over denkt, maar was hij misschien in 1818 al de vader van dat vroeg overleden jongetje?

13 februari 2006

Domineesgezin

Een opvallend gezin in mijn familie-geschiedenis vind ik dat van Harmen Hesselink en Gijsberta van den Ham (aan haar heb ik trouwens waarschijnlijk mijn voornaam te danken, terwijl zij niet eens een directe voorouder is!). Hier hun portretten. Harmen is geboren in 1772 en hij overleed in 1822. Zijn vrouw leefde van 1777 tot 1824. Omdat hij predikant was, zijn hun vier zonen en een dochter (plus een doodgeboren kind) in verschillende plaatsen geboren. Drie van de jongens werden net als pa predikant. Het valt op, dat zij maar 27, 31 en 30 jaar oud werden. Predikantschap behoedt je dus niet voor een vroege dood. De oudste zoon met de voornamen Hendrik Timotheus Keppel werd geen predikant, maar adjunct schrijver op Zijne Majesteits schip 'Holland'. Ook hij werd niet oud, slechts 23 jaar. Volgens de overlijdensadvertentie stierf hij op 19 januari 1825 in Mahon, de hoofdplaats van het eiland Menorca in de Middellandse Zee, 'aan de gevolgen eener bloedspuwing'. Zijn voornamen (Keppel was de achternaam van zijn grootmoeder) had hij te danken aan zijn op nog jongere leeftijd overleden oom Hendrik Timotheus, een 14-jarige adelborst aan boord van 's Lands schip 'Erfprins', toen dit in 1783 met man en muis verging. Tenslotte is ook de ene dochter maar net 24 jaar geworden. Eerder (zie archief augustus 2005) had ik het al eens over de enorme kindersterfte in vroeger eeuwen, maar dit is ook niet mis. Gelukkig hebben de ouders deze sterftereeks net niet meer meegemaakt.

15 januari 2006

Tirailleurs

Ook in de familie Hesselink was het niet altijd pais en vree. Zo kreeg Mathias Willem Frederik (in 1810 te Zutphen geboren als zoon van een welgestelde wijnhandelaar) het aan de stok met zijn ouders en besloot hij, waarschijnlijk uit protest, de wijde wereld in te trekken en huursoldaat te worden in het korps van de Belgische majoor Le Charlier (saillant detail: als drager van het Metalen Kruis had hij dus al tegen de Belgen gevochten in 1831. Ging hier de ruzie misschien over?). Le Charlier's korps droeg de naam "Tirailleurs van Portugal" (een tirailleur is een naar voren gezonden soldaat, die door voortdurend te schieten de vijand verontrust). Het bestond uit 8 compagnies, waaronder een compagnie grenadiers en een compagnie artillerie. Het was in dienst genomen door koningin doa Maria van Portugal, de dochter van de keizer van Brazilië, om een burgeroorlog uit te vechten met haar oom don Miguel, die de absolutisten achter zich wist. De operaties van het korps begonnen op 10 maart 1834 en duurden ongeveer 4 maanden. Ze worden beschreven in een brief van baron Sa de Bandetra:

"Nu de campagne gedaan is, is het mijn taak, alvorens afscheid te nemen van uw korps, om u te bedanken voor de manier waarop u uw korps geleid hebt gedurende de ganse periode dat u onder mijn bevel stond, dit zowel op het vlak van de discipline als op het slagveld. Te Serpa, als de weerstand van de vijand ons belemmerde de stad in een keer te veroveren, was het met die zelfde vastberadenheid en moed met de welke u de aanval bleef voeren. Waarvoor ik de eer heb gehad dit feit ter kennis te brengen van zijne majesteit hertog de Bragance opperbevelhebber van het leger. Te Saint-Bartholomé de Mecine, op 24 april, gedurende het lange gevecht dat we voerden, was het onmogelijk meer moed en doorzettingsvermogen te tonen dan deze van het korps van Belgische tirrailleurs. Gedurende de aanvallen van de vijand op Faro en Alhao, op 5 en 9 mei, hebben de eenheden in lijn gevochten op een uitmuntende wijze. Tenslotte gedurende de pijnlijke en lange mars gevolgd door de terugtochtvan de vijandelijke divisies die doorgedrongen waren in de Algarves, maar die ons toegelaten heeft deze zelfde divisie te ontwapenen heeft uw korps zeer veel discipline getoond. Ik vraag u om deze uitdrukking van mijn dank voor de ijver en interesse die u getoond heeft voor de overwinning van de koningin over te maken aan uw officieren korps. Aangezien ik overweeg om een rapport op te maken in dezelfde zin voor zijne Keizerlijke hoogheid, wens ik er de lijst aan toe te voegen van de officieren en soldaten van uw korps die, voor hun uitstekend gedrag op het slagveld, verdienen gedecoreerd te worden."

Mathias Willem Frederik is bij de slag te Sao Bartolomeu de Messines gesneuveld. Toen hij aan het hoofd van zijn dragonders een heuvel opreed, werd hij door een kanonskogel dodelijk getroffen. "Il était mort sur le champ d'honneur" meldde Le Charlier.

Risico van het vak.

De heuvels bij Sao Bartolomeu de Messines.

20 december 2005

Vakantie!

Dit jaar is vakantie door omstandigheden erbij ingeschoten. Dat ga ik overmorgen inhalen en ik zal ongeveer een maand nagenoeg onbereikbaar zijn voor de buitenwereld, en omgekeerd ook. Dus geen GIJS' geneaLOG bijdragen tot eind januari. Op 1 januari viert mijn blog het 1-jarig jubileum. Hopelijk bent u van mening, dat ik ermee door moet gaan. Geef uw commentaar op mijn blog onder dit bericht!

Tijdreizen

Zo’n 20 jaar geleden dacht men, dat je privé met een PC alleen maar kon bijhouden, welke boeken je in de kast had staan. Intussen weten we wel beter. Alleen al voor de genealogische bezigheden is dat ding niet meer weg te denken. Alle uitgaande genealogische correspondentie van de laatste 15 jaar heb ik nog, ik mail met mensen uit de hele wereld, zoek namen in ontelbare databases, bekijk de inventarissen van alle mogelijke archieven, dwaal over het hele internet, zet mijn eigen gegevens op het web. Om nog maar niet spreken over de treintijden voor een bezoek aan het CBG en de openingstijden van het Gelders Archief. Of van het bewerken van oude portretten van mijn voorouders. Zo kan ik nog even door gaan, kameraad computer speelt bij alles een grote rol. Als ik bedenk, waar ik het allemaal voor doe, dan gaat het erom de geschiedenis tot leven te wekken, mij een voorstelling te maken van de maatschappij van 200 of 400 jaar geleden. Het liefst zou ik mij zelf naar die tijd verplaatsen om naar de leefomstandigheden van mijn voorouders te kijken of een praatje te maken met die ene veel te jong overleden oeroma. Met andere woorden, ik zou in de tijd willen kunnen reizen. Helaas, de middelen zijn er niet. Nog niet, maar met die computer zou het toch moeten gaan? Stel je voor, je hebt op je scherm een soort routeplanner en je moet een paar velden invullen, zoals plaats van bestemming en gewenste tijd van aankomst. Ik vul in als plaats Vlissingen en als aankomstdatum 24 januari 1777. De computer gaat rekenen en zegt na enkele seconden, dat de reistijd 2 uur en 43 minuten bedraagt. Klik enter om te vertrekken. Dat doe ik.

De haven van Vlissingen in 1576. 200 jaar later zal het er nog ongeveer net zo hebben uitgezien.







Precies op tijd kom ik in Vlissingen aan, mijn laptopje onder mijn arm. Ik begeef mij naar de haven, want daar moet het schip “De Verre Keyker” liggen. Het zou onder commando van schipper Aart van de Kamer de volgende dag vertrekken naar West-Afrika. Graag wil ik hem nog even spreken. Niet alleen is hij mijn voorvader, maar ik wil hem ook aanraden een computer aan te schaffen, bij voorkeur met GPS. Ik tref hem aan boord, hij neemt net liefdevol afscheid van zijn vrouw Johanna de Bruijne en hun 3 jonge kinderen, ze huilen. Hij begroet mij vriendelijk, maar heeft weinig tijd. Daarom laat ik hem snel mijn Toshiba Portegé 3110CT zien, hij is nieuwsgierig en ik zet hem aan. Maar helaas, de batterij is leeg en het scherm blijft nagenoeg zwart. Heeft hij geen walstroom, zodat ik de computer toch aan de praat kan krijgen? Hij kijkt mij niet begrijpend aan. “Gooi dat ding maar overboord” zegt hij. Ik kijk wel uit, ik moet immers ook nog terug. Is trouwens wel een probleem zonder stroom.

5 december 2005

Kostschoolhouder

Tobias Phillipson (alwéér zo'n voorvader van mij) was tot 1777 Frans kostschoolhouder te 's-Graveland. Op 17 februari 1777 verzocht de geboren Naarder, het stadsbestuur van Naarden om de toenmalige Frans kostschoolhouder Mons de Villemart in Naarden op te volgen, woonruimte te krijgen en vrijgesteld te worden van huishuur en belasting. Hij hield de kostschool tot 1788. Zijn school was gevestigd in de Schipperstraat en wel in zijn eigen huis, dat nog steeds bestaat (op het huidige adres Kloosterstraat 19). Dit was toen hij het 30 oktober 1782 kocht 'een huis, grutterij en erf met een tuin en schuur uitkomend in de Katrepel'. Zijn leerlingen (jongens) waren daar bij hem in de kost. In de regel waren de scholen gemengd, maar als schoolhouders kinderen in de kost namen, dan waren dat alléén jongens of alléén meisjes. Wat voor soort jongens dat waren, is te zien op twee van Age Volkerts' (een van zijn leerlingen) tekeningen, waarop jongens vliegeren, hoepelen, hinkelen, kegelen en schommelen. Allen dragen ze kniebroek en langpandige jas, ofwel frak, in allerlei kleuren en als hoofddeksel een steek. Gezien deze kleding waren zij waarschijnlijk kinderen van bemiddelde ouders.(Bron: 'De omroeper', jg. 8, nr. 3 van sept. 1995).

Zijn school bestond uit niet meer dan één vertrek in zijn eigen huis. Er waren geen klassen, kinderen van verschillende leeftijden en verschillend niveau zaten allemaal bij elkaar. De meeste scholen hadden één ruimte en geen klassikaal onderwijs. Op een tekening van Dirk Langendijk uit 1798 is dit goed te zien. In één ruimte zitten en lopen jongens en meisjes door elkaar. De kinderen lezen of schrijven en gaan naar de meester voor uitleg of overhoring. Wanneer het de meester te rumoerig werd deelde hij tikken uit met de plak. Om ordeverstoorders te straffen waren lijfstraffen de algemeen geaccepteerde methode.

Het onderwijs op de Nederduitse scholen stelde in de achttiende eeuw niet erg veel voor. Kinderen leerden er lezen, schrijven en psalmzingen. De Franse en Nederduitse school had een streepje voor op de Nederduitse school, omdat zij ook onderricht in de Franse taal gaven. Maar ouders die het zich konden veroorloven namen liever een huisonderwijzer in dienst of stuurden hun kinderen naar de Latijnse school, waar het lesprogramma uitgebreider was dan op de volksscholen. Omdat er geen leerplicht was, verlieten volkskinderen de school, zodra ze in staat waren te werken en geld te verdienen. De kwaliteit van het onderwijs verschilde per plaats, omdat er geen voor het hele land geldende onderwijsregels bestonden. Aan de vorming en opleiding van de onderwijzer werd nauwelijks gedacht. Onderwijzers moesten hervormd zijn, verder werd van hen gevraagd dat zij konden lezen, schrijven, psalmzingen en eventueel rekenen. Het zingen was nodig omdat het schoolmeesterambt vaak werd gecombineerd met dat van voorzanger. Bijbaantjes waren noodzakelijk, omdat het inkomen laag was.

30 november 2005

Humanitaire School





















In het archief van juni 2005 staat mijn bijdrage "In Memoriam Johanna van der Vliet", waarin ik de Humanitaire School al noemde. Hierbij enkele foto's. De bovenste is het oude schoolgebouw, als ik het wel heb het oorspronkelijke woonhuis van Prof. Jacob van Rees. De middelste foto toont het klaslokaal, waarop mijn moeder ook is afgebeeld. Zij is het meisje met het witte kraagje in de bank rechts. De baardige onderwijzer is het schoolhoofd Albert Elbrink. Het is duidelijk, dat het lokaal oud en ook te krap was. In 1924 werd aan de Leemkuil 4 in Laren (NH) met de bouw van een nieuwe school begonnen. Het gebouw is van de bekende architect Henri Anton van Anrooy. De bouwsom bedroeg f 36800,- (+ f 7000,- voor uitbreiding met twee klaslokalen). In het fotoalbum van mijn moeder kwam ik deze schitterende opname van de bouw tegen, genomen in het najaar van 1924. Mijn moeder is in het rode kader te zien (wanneer u op de foto klikt voor een grotere afbeelding). Naast haar het meisje met de hoofdband, dat ook op de andere foto staat. Bijna vooraan zit Jacob van Rees, de grijze man met de lange baard. Verder is ook Albert Elbrink weer te ontwaren. Ik ben zeer benieuwd, of iemand andere personen op deze foto's herkent. Geef dan een seintje!

23 november 2005

Docman
















Bij familiegeschiedenis denk je vooral aan lang vervlogen tijden. Geheel onterecht natuurlijk, want het is ook een never-ending story. Mijn vrouw zegt wel eens: "Je slooft je uit voor een heleboel doden, maar je vergeet de levenden". Dat moet ik mij aantrekken! Vandaar dat ik u mijn levende neef Ard wil voorstellen. Heel toevallig woont hij sinds enkele jaren ook nog bij mij in de buurt, en toch zien we elkaar weinig. Onder de naam Docman (in mijn vorige bericht noemde ik hem al even) onderhoudt Ard een website met een groot aantal schitterende eigen foto's, stuk voor stuk juweeltjes. Waar haalt hij het talent vandaan! "Van mijn moeder", zegt hij zelf. Te oordelen naar de commentaren op zijn creaties is zijn website druk bezocht (drukker dan deze in ieder geval...), maar dat gun ik hem. Voor wie van mooie foto's houdt is dit een 'must see'! Zelfs heeft hij een kleine, maar fijne collectie genealogisch interessante foto's. Daarnaast vind ik zijn initiatief "Stories without words" heel bijzonder!

21 november 2005

Watermanagement

Onze huidige Prins van Oranje profileert zich als echtgenoot van Máxima en natuurlijk ook als vader van Amalia en Alexia. Daarnaast is hij vaak in het nieuws als expert op het gebied van 'water management'. Voor mij is dat een wat vaag begrip, maar hij kan zeker haarfijn uitleggen, wat het voor hem inhoudt. Watermanagement is in Nederland iets van alle eeuwen. Zelf woon ik in Noord-Holland en de Hondsbossche Zeewering is niet al te ver bij mij vandaan. Aan dat dijkenstelsel werd al in de 14e eeuw gebouwd. Voor de geschiedenis mag ik verwijzen naar de site van het Zijper Museum. Vanochtend las ik in het Noordhollands Dagblad een artikel over een nieuwe cd-rom getiteld "Noorderkwartier perfect gemeten" met daarop 10 oude kaarten van West-Friesland en het Noorderkwartier, afkomstig uit de collectie van het Westfries Archief in Hoorn. Geen van deze kaarten is eerder uitgegeven. Het topstuk is een kaart van Johannes Dou uit 1651-1654. De cd bevat tevens een verslag van een rondreis van 10 dagen in 1638 door de raadsheren Reinier Pauw en Paulus van Asperen naar de Omringdijk.

Om de cd te kunnen kopen voor het luttele bedrag van € 7,50 moet je wel donateur zijn van "Vrienden van de Hondsbossche". Je kunt je aanmelden via de site van het Zijper Museum (het donateurschap gaat weg voor de 'vriendenprijs' van € 8,00 per jaar). Maar ook niet-donateurs kunnen de cd aanschaffen, de prijs bedraagt dan wel € 10,00.


Van wat recenter datum zijn mijn voorouders uit Westkapelle, die als beroep steevast 'dijkwerker' opgaven. Namen in mijn bestand zijn bijvoorbeeld Beverland, Kalandt, Lievense, Lous, Daane, Schout en Bastiaanse. Het gaat om mensen, die leefden in de 18e eeuw. Zeker en vast is het beroep ook op Walcheren al veel en veel ouder. Een bezoek aan het Polderhuis Westkapelle zal dit bevestigen. Zo'n veertig jaar geleden was het over en sluiten, de plaatselijke dijkwerkers werden vervangen door moderne machines en personeel van Rijkswaterstaat. Docman heeft indertijd deze 'laatsten der Mohikanen' in beeld gevangen:














Watermanager? Prins van Oranje? Het zijn oude beroepen!