Translate

9 juli 2007

't Benne boere

Eigen foto: Het pand Rozengracht 160, eind jaren ´60, waar Café Theo Ruiter gevestigd was. Ik kende het ook van binnen, en hoe! Wat ik toen nog niet wist: Mijn grootmoeder is enkele huizen verderop (op nr. 152) in 1878 geboren en een paar maanden voor mijn geboorte in Laren (N.H.) overleden. Het spannende levensverhaal van Theo Ruiter (1911-1965), 'Zoek me eens op; (Zorgvlied - vak 22 - zerk 481)' is in 1968 in boekvorm verschenen en staat in mijn boekenkast.

Direct na mijn schooltijd in 1963 ben ik, komend uit Overijssel, in de Amsterdamse Jordaan op kamers gaan wonen,eerst op de Bloemgracht, later op de Lijnbaansgracht. Ik had toen het idee, dat ik Amsterdam nooit meer wilde verlaten. Toch gebeurde dat wel in 1970, en nu kan ik mij niet voorstellen, ooit weer daar te gaan wonen. Het kan verkeren.

Misschien voelde ik mij indertijd onbewust wel daarom op mijn gemak, omdat mijn grootouders van moeder's kant uit echte Jordaanse families stamden met adressen op de Lijnbaansgracht, Rozengracht, Rozenstraat, Elandsgracht, enz. Ik heb deze voorouders echter nooit persoonlijk gekend. De bejaarde mensen, bij wie ik inwoonde op de Bloemgracht, ome Willem en tante Jans, waren eveneens echte Jordaners, die ook toen al tot de vaststelling kwamen, dat 'Mokum al lang niet meer Mokum was'. Ze verlangden naar de goede oude tijd. Verder zeiden ze van alle niet-Amsterdammers: 't Benne boere. Toch zullen ook hun voorouders ooit eens van elders naar Amsterdam zijn gekomen, de naam Kieftenbelt duidt daar wel op. Mij althans klinkt het Achterhoeks in de oren.

Dat bracht mij op het idee om te onderzoeken, of ook de voorouders van mijn moeder 'boere' zijn geweest. Haar kwartierstaat (=vooroudertabel) geeft daar een interessante kijk op:

2 ouders: beiden geboren in Amsterdam (100%)
4 grootouders: allen geboren in Amsterdam (100%)
8 overgrootouders: 5 geboren in Amsterdam (63%), 1 in Naarden, 1 op Texel, 1 in Frederiksoord (gem. Vledder).
16 betovergrootouders: 8 geboren in Amsterdam (50%), 2 Texel, 1 Naarden, 1 Weesp, 1 Den Ham, 1 Middelburg, 1 Alkmaar, 1 onbekend.
32 oudouders: 11 geboren in Amsterdam (35%), 4 Texel, 3 Duitsland, 2 Waspik, 2 IJsselstein, 2 Den Ham, 1 Nieuwaal, 1 Weesp, 1 Gramsbergen, 1 Breda, 1 Alkmaar, 1 Woubrugge, 2 onbekend.
64 oudgrootouders: 10 geboren in Amsterdam (16%), 6 Texel, 5 Duitsland, 2 Haarlem, 2 Den Ham, 2 Waspik, 2 Woubrugge, 1 IJsselstein, 1 Gramsbergen, 1 Breda, 1 Alkmaar, 1 Breukelen, 1 Werkendam, 1 Utrecht, 1 Lexmond, 1 Vianen, 1 Zwolle, 1 Muiden, 1 Roosendaal, 1 Den Haag, 1 Uithoorn, 1 Watergang, 1 Terheijden, 1 Abbestede (Callantsoog), 1 Driel, 17 onbekend/onzeker.

U ziet, het Amsterdamgehalte is uiteindelijk niet bijzonder hoog te noemen. Ook mijn grootouders, èchte Jordanezen, waren dus eigenlijk gewoon van 'boeren'afkomst uit alle windstreken. De stad had duidelijk een aanzuigende werking. Ik kan u verzekeren, dat nog verder terug Franse hugenoten, een Brit, nog meer Duitsers, een Vlaming, Achterhoekers, en vele andere plaatsen verspreid over het land in beeld komen. Van bevoegde zijde heb ik mij laten vertellen, dat dit typisch is voor het gros van de Amsterdammers. Nee, niets om heel trots op te zijn. Maar toch, ik hou van Amsterdam en vooral van de Jordaan. Voor een bezoekje dan. Want Mokum is al lang niet meer Mokum.

30 juni 2007

Porder

De volkszanger Johnny Jordaan gaf het al ten beste (Tekst: Pi Variss, muziek: Pi Variss, Harry de Groot):

M'n vader was Porder,
Ik zie hem nog gaan
Wanneer hij des morgens moest porren
Al was het geen vetpot dat Pordersbestaan
Toch deed hij het zonder te morren
Want ondanks z'n armoetje leefde hij blij
En dikwijls dan zei-ie tot mij

Refrein:
De een is gesjochten, de ander weer rijk
We zijn op de wereld niet allen gelijk
De een wordt geboren in een villa of slot
De ander roept mama in een vochtige krot
Maar iets blijft hetzelfde of je arm bent of rijk
Dat is voor ons allen gelijk
Want kijk naar de hemel dan zie je 't meteen
De zon schijnt voor iedereen

Ik denk aan die jaren nog dikwijls terug
Het lijkt me nog zo kort geleden
Geen Porder bestaat meer
de tijd gaat zo vlug
't Verleden wordt nimmer meer heden
Als ik aan die tijd denk hoor ik vader z'n stem
Dan klinken de woorden van hem

Refrein:


Als porder was het dus geen vetpot, maar waar verdiende je je karige loon nou mee? Wel, je was eigenlijk een wekker, je maakte je klanten in je wijk (zo'n stuk of honderd) dus ´s ochtends vroeg wakker om een bepaalde tijd. Dat deed je, door met een stok op de deur of het slaapkamerraam te tikken. Een keer in de week rekende je af en haalde je je centen of dubbeltjes op. Er waren zelfs werkgevers, zoals in Schiedam de jeneverstokerijen, die hun personeel op deze manier lieten wekken, opdat zij op tijd zouden aantreden voor hun werkdag van 14 uur. Rond 1940 waren mechanische wekkers zo betaalbaar geworden, dat het beroep porder is uitgestorven. Latere varianten waren telefonische wekdiensten in de jaren '50, '60 en '70.


Dan is er ook nog de schattiger variant, beschreven in het bakerrijm "De kleine porder" van G.W. Lovendaal uit 1914:

Wie roept daar voor Moe's kamertje:
Doe open, doe open?
Wie klopt daar met zijn hamertje:
Doe open nu de deur?
Ik weet het al! ...
Wie is het dan? ...
Dat's onze kleine Janneman
Die niet meer slapen kan,
Die met zijn dikke vuistjes tromt
En om een morgenzoentje komt.

Hoe kom ik op het thema? Uiteraard heb ik een familielid, die dit beroep uitoefende: Hendrik Snel (1802-1855) te Amsterdam. Daarnaast was hij boekdrukkersknecht.

Waar bent u allemaal voor te porren?

17 juni 2007

Sinterklaas in Ned.-Indië in 1887

Van de tragische hoofdrolspelers van het familiedrama uit 1899, Hendrik Keppel Hesselink en zijn vrouw Josine Jonkheijm, bezit ik een dik schrift, waarin hij hun huwelijksdag op 25 augustus 1881, hun huwelijkscadeaus en huwelijksreis naar Brussel en Parijs beschrijft (ze moeten ook nog in Keulen zijn geweest). Het is in de vorm van een plakboek, compleet met o.a. een toeristische plattegrond van Brussel, tramkaartjes, theaterkaartjes en hotel- resp. restaurantrekeningen. Heel aardig om te lezen en te bekijken en misschien maak ik er nog eens een transcriptie van. Verderop beschrijft hij de geboorte in 1883 en eerste levensjaren van hun dochter Lissie in Toeban en van hun zoon Herman, geb. 1885 in Japara. Hendrik was rechterlijk ambtenaar in Ned.-Indië. Bijna aan het eind verhaalt hij over de Sinterklaasviering op 5 december 1887, waarvan het programma bijgaand is afgebeeld ("Inlandsche bedienden worden in het gebouw niet toegelaten") en ik laat hem verder aan het woord:

"Lissie en Herman verwachten St. Nicolaas die dan ook 's avonds tegen ½ 6 komt. Hij treedt de binnengalerij binnen (in de persoon van Papa, met een toga aan en mombakkes voor, bisschopsmuts op). Lissie is niet bang en komt St. Nicolaas een handje brengen. Herman begint echter te schreeuwen van angst. Toen St. Nicolaas lekkers uitdeelde en cadeautjes waren beide erg tevreden en opgewonden. Lissie merkte aan mama op, dat de suikerboontjes en het andere lekkers van St. Nicolaas er precies zo uitzag als mama het in de goedong had. Om half zeven gingen de kinderen met papa en mama naar het kinderfeest in de societeit, waar St. Nicolaas zich ook vertoonde, waar veel pret werd gemaakt. Lissie trok een mooie ...doos uit de tombola, Herman een tol, beide nog meer andere mooie voorwerpen en de volgende dag gingen ze de schoen, bij mevrouw Diehl gezet en behoorlijk met gras, voor het paard van St. Nicolaas gevuld, halen en bleek dus dat St. Nic: aan Lissie een pop en aan Herman een sabel had toegedacht. Ook bracht St. Nicolaas nog een levend hertje dat wij 's avonds aan een boom op 't erf vastgebonden vonden en waarmee de kinderen veel pret maken."

Wat doet het mij denken aan de Sinterklaasfeesten van de Nederlandse gemeenschap in Hamburg eind jaren '70 van de vorige eeuw! Inlandse bedienden waren ook daar niet te bekennen.


Bij de afbeelding: Op de achterkant staat het "Tarief der Ververschingen" afgedrukt:
Twee Boterhammen met

. Kaas ƒ 0,20
. Eieren ƒ 0,25
. Saucis de Bologne ƒ 0,30
. Ossetong ƒ 0,50
Paté de foie gras (per blik) met Brood ƒ 2,50
Zuur à discrétion.

7 juni 2007

De boom der bloedverwantschap

Vandaag plaatste ik in de linkerkolom een prachtig miniatuur van de beroemde illustrator Loyset Liédet uit Brugge. Eigenlijk is het maar een deel van een soort tweeluik, het complete 'beeldverhaal' ziet u hier. Er zit veel humor in. Ontdek de verschillen! Helaas is de resolutie niet geweldig. In het originele boek zijn deze pagina´s niet direct naast elkaar geplaatst (ik heb dus bijna letterlijk zitten knippen en plakken, en dat in zo´n kostbaar boek!).

6 juni 2007

Het huwelijk nader bekeken

Laatst ontving ik een brochure getiteld "Het huwelijk nader bekeken". Het is een uitgave van Buijten & Schipperheijn, ISBN 905881100x en het verwoordt de visie van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. Uiteraard zit er nogal wat theologie in en het standpunt van de CGK ten aanzien van o.a. samenwonen en homohuwelijk, resp. hoe als plaatselijke kerken met deze thema´s om te gaan. Omdat dit een genealogisch blog is, wil ik het daar niet verder over hebben, hoewel het mij wel interesseert. De brochure bevat echter ook een historisch deel inzake huwelijksopvattingen in de kerk en de conclusies daaruit neem ik integraal over:

a) Opvallend is de parallel tussen de situatie van de oude kerk vóór Constantijn de Grote en de kerk in onze moderne samenleving. De ont(w)aarding van het huwelijk en de vervaging via allerlei tussenvormen van relaties waren toen en zijn nu aan de orde.
b) De getuigende opstelling van de christenen in de oude kerk bleek o.a. in het niet willen meegaan met de vervaging en vervlakking, maar daartegenover juist opkomen voor de bijbelse visie op het monogame huwelijk.
c) De vroege kerk heeft zich bezonnen op het wezen van het (christelijke) huwelijk. Toen daartoe (vanaf Constantijn de Grote) mogelijkheden kwamen, heeft zij aan die huwelijksvisie maximaal gestalte willen geven in kerk en samenleving.
d) Huwelijk en niet-huwelijk heeft de vroege kerk steeds duidelijk willen onderscheiden.
e) In de oudchristelijke visie is Gods handelen in het huwelijk constitutief; dat geeft aan het huwelijk een hoge waardering. Dan krijgen elementen als bescherming, wederzijdse trouw en hulp een extra diepe dimensie.

Dan de conclusies inzake 1570-1620 in Holland:
a) De gereformeerde kerk heeft het in kerk en samenleving opgenomen voor het hoge karakter en de bijbelse normen van het huwelijk en ze heeft actief meegewerkt aan een goede huwelijkswetgeving.
b) De kerk heeft steeds oog gehouden voor "het gemengde karakter" van het huwelijk, deels politiek, deels kerkelijk/geestelijk van aard.
c) Voor de kerkelijke vergaderingen in Holland was de rechtszekerheid van het huwelijk van groot belang. Daar hebben ze de overheden steeds op aangesproken, waarbij gewezen werd op de bijbelse normen en waarden.
d) In het oplossen van netelige huwelijkszaken hebben de kerkelijke vergaderingen zich voorzichtig opgesteld.
e) Opvallend is de continuïteit tussen de gereformeerde kerk en de oude kerk inzake het bijbels karakter van het huwelijk. De gereformeerde kerk heeft sterk de rechtszekerheid en duidelijkheid van ondertrouw en huwelijk, alsmede het publieke karakter van de huwelijkssluiting, benadrukt.

Een laatste conclusie uit de brochure: De kerk volgt de overheid bij huwelijkssluitingen, maar heeft het recht een eigen lijn in dezen te volgen.

Huwelijk en genealogie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat de genealoog vooral zal waarderen, uiteraard naast een goed huwelijk, is een goede registratie. Die is, met dank aan Napoleon, vanaf 1811 in Nederland dik in orde. Voor die tijd, en zeker voor 1600, was dat een stuk lastiger.

30 mei 2007

Digitale grafsteen

Onderstaand bericht plukte ik net van een nieuwsdienst, het is toch nogal opmerkelijk:

"Begraafplaats Rhenen heeft primeur digitale grafsteen

Woensdag 30 mei 2007, 13:59 - Begraafplaats de Larikshof in Rhenen heeft de primeur van de eerste digitale grafsteen in Nederland. De interactieve zerk is uitgerust met een beeldscherm. De grafsteen wordt gemaakt door een steenhouwerij in Veenendaal. "De zerk opent een wereld van ongekende mogelijkheden die de nabestaanden in staat stelt de mooiste momenten van de overledene op een gedenksteen levend te houden", aldus een woordvoerder van het bedrijf. De grafsteen is uitgerust met een beeldscherm waarop filmpjes of diavoorstellingen te zien zijn die door de nabestaanden zijn aangeleverd. De zogeheten 'digizerk' is vanaf deze week verkrijgbaar, zo meldt het ANP. Volgens de begraafplaats wordt de eerste digizerk donderdag geplaatst. Bezoekers van de Larikshof hebben echter wel een speciale accu nodig om het beeldscherm van de grafsteen te activeren."

Het doet een beetje denken aan die andere noviteit, het
virtuele graf op internet. Dit is natuurlijk minder virtueel, maar wel virtuoos.

Koning Gorilla

De laatste weken was gorilla Bokito vanwege zijn escapades in de Rotterdamse Diergaarde Blijdorp voorpaginanieuws. O.a. Henk Algra heeft het op zijn blog Onderweg op een aardige manier behandeld. Volgens de apenkenners had de actie van Bokito alles met sex te maken, en het uitbreiden van zijn harem.

Grappig is, dat juist vorige maand Hanno de Iongh een vademecum liet verschijnen (door Uitgeverij Aspekt B.V., ISBN 9789059111059) met als titel "De bastaarden van Koning Gorilla en hun nakomelingen" ('Koning Gorilla' was een spotnaam van Koning Willem III, de overgrootvader van Beatrix). Volgens mij heeft de auteur, die in Vlaardingen woont, zijn mede-Rijnmonder Bokito ingehuurd om het boekje onder de aandacht van het Nederlandse volk te brengen. En laat ik Hanno nou kennen, we houden er zelfs, samen met initiatiefnemer en webmaster Hendrikjan Hoffman, al jaren een
gemeenschappelijke genealogische website op na. Hij is ook nog familie van mij en wel via onze betovergrootvader Herman Gijsbert Keppel Hesselink (1811-1888). Hanno de Iongh heeft eerder soortgelijke boeken geschreven, zoals 'Bastaarden van Oranje' en 'Europese koninklijke bastaarden'. Maar laten we het over Koning Gorilla hebben en het nieuwste boekje van Hanno.

Willem III was een schuinsmarcheerder en potloodventer, die met talloze dames het bed heeft gedeeld. De auteur heeft er minstens dertig geïdentificeerd, en alleen die, welke voor nageslacht van de koning hebben gezorgd. Van Hendrika Maria Bohenkamp in 1835 tot Jentien Mastebroek in 1885. Het nageslacht van deze bastaarden wordt eveneens uit de doeken gedaan, tot op de huidige dag. Hoe Hanno aan zijn wijsheid komt blijft zijn geheim, want bronnen worden niet of nauwelijks genoemd. "Volgens familieoverlevering" heet het dan, of "met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid". Dit is weliswaar begrijpelijk, maar zo kan niets worden geverifieerd en bestaat het gevaar, dat het op een sprookje gaat lijken. Er was eens een koning! Maar ook met een sprookjesboek is niets mis. 170 blz, met persoonsregister. Het kost €16,95.

Bij de foto (collectie Ard Hesselink): Deze In Memoriam Koning Willem III kaart bevindt zich, samen met een portret van zijn dochtertje Prinses Wilhelmina, in een oud fotoalbum van mijn overgrootmoeder, die leefde van 1841 tot 1940. Verder bevat het album vooral portretten van familieleden, kinderen, etc. Dat geeft toch te denken! Het zal toch niet? Reden voor mij, mijn afstammingslijnen nog eens aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Conclusie: geen Gorilla te bekennen. Voor de zekerheid heb ik ook nog eens in mijn vinger geprikt, er kwam bloed uit. Met de kleur waarop ik gehoopt had: rood.

27 mei 2007

Bled

Sinds de invoering van de burgerlijke stand in 1811/1812 is alleen de burgerlijke overheid bevoegd huwelijken te sluiten. De kerken kunnen een huwelijk nog wel inzegenen, maar dat heeft verder niets met de eigenlijke trouwceremonie te maken. Daarvoor heb je een ambtenaar nodig. Heel lang was het vanzelfsprekend, dat dit gebeurde in een ruimte in het gemeentehuis, maar de laatste decennia worden ook buiten het gemeentehuis bepaalde lokaties door de gemeente aangewezen, waar het bruidspaar kan trouwen. Dit kan een vuurtoren, watertoren of ook een oud kerkje zijn. Om maar iets te noemen. Trouwen in de open lucht is volgens mij in Nederland nergens aan de orde, maar ik kan mij vergissen.


Anders is dat in Slovenië. Op 28 april 2007 was ik als gast aanwezig bij een huwelijk in Bled. Daar kan in de open lucht worden getrouwd op het prachtige kasteel hoog boven het beroemde meer. Fantastisch! Hoe het er bij een willekeurige trouwerij aan toegaat kan hier worden bekeken, het is inderdaad een compleet arrangement. De trouwceremonie vond, bij schitterend weer, plaats in de open lucht, zoals de foto´s bewijzen. Mijn zoon was trouwgetuige van de bruid. De trouwambtenaar, compleet met ambtsketting, wilde de toespraak ten behoeve van de Duitse bruidegom wel in het Duits doen, maar hij mocht dat niet. Dus was het allemaal in het Sloveens, de moedertaal van de bruid. Wel werd er een Engelse vertaling geboden.

Wie heeft voor de nabije of verdere toekomst trouwplannen en twijfelt nog over de lokatie? Denk eens aan Bled!

21 mei 2007

Familiedrama

Met de broers van mijn overgrootvader Cornelius Dasse Keppel Hesselink heb ik u al eens laten kennismaken. Vandaag wil ik het speciaal hebben over Hendrik, de jurist. Het was mij al jaren geleden opgevallen, dat zijn overlijdensplaats en -datum (Nijmegen 21 juni 1899) overeenkwamen met die van zijn vrouw. Het lag dus voor de hand te veronderstellen, dat zij bij een ongeluk samen om het leven waren gekomen (eerst dacht ik zelfs, dat het op een verschrijving berustte). Tien jaar geleden besloot ik op onderzoek uit te gaan in het gemeentearchief van Nijmegen en speciaal de kranten van die dagen eens na te lopen. Want zoiets zou niet onvermeld zijn gebleven. Het verhaal stond inderdaad in geuren en kleuren in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van Vrijdag 23 Juni 1899 en de toedracht was anders dan verwacht. Leest u zelf mee:


"Nijmegen, 22 Juni
Gisteren heeft zich alhier een drama afgespeeld, waarvan wij op verzoek van de familie niet aanstonds melding hebben gemaakt. In een kleine villa aan de Voorstadslaan woonde mr. H.K.H., O.-I.. rechterlijk ambtenaar met verlof en zijn gezin, bestaande uit zijne echtgenoote en twee kinderen. Toen mevr. K.H. omstreeks half elf bezig was met het begieten van bloemen in den voortuin ontving zij plotseling een schot, dat haar in de rechterzijde trof. Zij kon nog eenige passen doen naar den tuin der buren, waar zij echter neêrstortte. De toegebrachte wonde was zoo hevig, dat mevr. K.H. kort daarna bezweek, zonder een woord te hebben kunnen uiten. Personen, die zich in de Voorstadslaan bevonden, zagen een heer - mr. K.H. - in vollen vaart wegrennen in de richting naar de stad. Intussen werd der gewonden vrouw hulp verleend door den heer Dr. van Duijl, die juist met zijn rijtuig passeerde, en begreep men, dat niemand anders dan haar echtgenoot het schot kon hebben gelost; niemand was daarbij echter tegenwoordig geweest.‘s Namiddags omstreeks één uur heeft mr. K.H. zelf met een revolverschot een einde aan zijn leven gemaakt op een der kribben achter het voormalige fort Kraaijenhof, hetgeen door een op de andere krib zittenden visscher werd gezien. Politie en maréchaussée waren spoedig ter plaatse en is door de zorgen der politie het lijk naar de woning aan de Voorstadslaan overgebracht.Van bevoegde zijde wordt ons nog medegedeeld, dat mr. K.H., die de ontzettende daad aldaar pleegde, reeds gedurende geruimen tijd voor allen, die hem kenden, een psychologisch raadsel was, zoodat ook niemand bizonder verrast bleek bij de tijding, en aan den naamletter in de bladen terstond aan hem gedacht werd. Allerlei dwaze ideeën hadden zich langzamerhand van hem meester gemaakt. Reeds herhaaldelijk voor ‘s lands dienst in Indië afgekeurd, werd toch telkens weder zijn verloftijd met behoud van volle traktement verlengd, kennelijk met het doel, hem voor ‘s lands dienst te behouden. Hij was dan ook lang geen onverdienstelijk ambtenaar. Echter reeds gedurende een reeks van jaren leed hij aan Melancholia, die eindelijk den vorm aannam van vervolgingswaanzin. Hij vreesde voor veel en bijna voor ieder, was eenzelvig en deed uiterst geheimzinnig en bedektelijk. Deze waanzin werd van dien aard, dat de bekende noodlottige afloop het gevolg er van was."

Vervolgens een advertentie van 24 Juni:

"Eergisteren overleden te Nijmegen mijne geliefde Kinderen
Mr. HENDRIK KEPPEL HESSELINK, O.I. Rechterlijk Ambtenaar met verlof
en zijne Echtgenoote
JOSINE JONKHEIJM.
Uit aller naam
Mevr. Wed. H.G. KEPPEL HESSELINK-VIëTOR
Renkum, 23 Juni 1899.
Volstrekt eenige kennisgeving"

Tenslotte een bericht over de begrafenis in de krant van Zondag 25 en Maandag 26 Juni 1899:

"Nijmegen, 24 Juni
Hedenvoormiddag had op de begraafplaats “Rustoord”, van de Herv. Diaconie alhier, de begrafenis plaats van mevrouw en mr. K.H., Woensdag j.l. alhier op zoo droevige wijze overleden. Een groote menigte was op de been langs den weg, dien de treurige stoet volgde. Op de kist van mevr. K.H., die in den eersten lijkwagen werd vervoerd, waren vele schoone bloemen neergelegd.De aanwezigheid der beide kinderen aan het graf hunner ongelukkige ouders gaf iets diep tragisch aan deze teraardebestelling, die overigens in grooten eenvoud werd voltrokken."

Dramatisch, nietwaar? Dat vond de familie indertijd ook en het voorval werd uit het collectieve geheugen gewist - er werd niet meer over gesproken. De beide kinderen hebben het drama later ook naar hun eigen kinderen toe verzwegen. Zelfs ik heb 10 jaar getwijfeld, of ik het verhaal naar buiten zou brengen, maar vandaag is het er dan. Er zijn een paar opvallende zaken te noteren. De familie had kennelijk tijd nodig om op een adequate manier op de gebeurtenis naar de pers toe te reageren. Er moest een verklaring komen, maar welke? Het werd gegooid op de dwaze ideeën van broer Hendrik. Misschien was hij inderdaad somber, maar dat had dan misschien wel een oorzaak en zou wel eens kunnen liggen in de ontrouw van zijn vrouw Josine, die een relatie had met haar zwager, die kort daarvoor weduwnaar was geworden. Zou je er niet gek van worden? En tot een wanhoopsdaad komen? Een misdaad uit passie, maar dat kon natuurlijk niet in de krant. Dit althans is mijn lezing. Deze geschiedenis heeft zeker vele, vele jaren lang als een donkere wolk boven de familie gehangen en verhoudingen vergiftigd. Mogelijk heeft het ook geleid tot de scheiding van mijn overgrootouders in 1902.

Informatie uit het bevolkingsregister Nijmegen: Josine vestigde zich met de kinderen op 7-9-1897 op het adres Voorstadslaan 324 te Hees, afkomstig van Heerlen. Hendrik volgde op 28-7-1898, afkomstig van Batavia. De kinderen gingen op 25-8-1899 naar Arnhem.

Het graf is in 1999 geruimd. Zouden de kogels toen nog zijn aangetroffen?

Op de plattegrond uit 1865 in rood het Fort Kraaijenhoff en de Voorstadslaan. Door erop te klikken kan de kaart groter worden gemaakt.



14 mei 2007

Glas

Een venster van de Dom van Regensburg
Een tijdreis door de glazen Europesche cultuurgeschiedenis kan aan de toeristische Glasstrasse in het Bayerische Wald worden gemaakt. In dit gebied wordt al sedert minstens zeshonderd jaar glas geproduceerd. Dat geldt ook voor het aangrenzende Boheemse Woud in Tsjechië. In Frauenau bevindt zich het zeer fraaie, modern ingerichte glasmuseum en vorige week was ik daar op bezoek. In het museum begint de tijdreis bij de antieke culturen van Mesopotamië en Egypte, gaat via de Romeinen naar de steden met de middeleeuwse kathedralen, vervolgens naar Venetië, de Renaissance en de Barok, om uit te komen bij de industriele revolutie van de negentiende eeuw en de moderne glasproduktie van de tegenwoordige tijd. Glas is een fascinerend materiaal dat, bewerkt door vaklieden, oneindig vele vormen kan aannemen. Glas als kunstuiting en als gebruiksartikel. Het museum laat er prachtige voorbeelden van zien. Bert Haanstra's korte film 'Glas' wordt er ook vertoond.

Als genealoog vraag ik mij in elke bezochte plaats af, of voorouders van mij daar hebben gewoond. Zo verbind ik steeds plaatsnamen met familienamen. Honderden van zulke combinaties heb ik paraat. Uit het Beierse Woud komt, voor zover ik weet, geen verre voorvader, maar in het museum was het wel net alsof ik leden van de familie Van Marienhoff in levenden lijve ontmoette. Zij waren meerdere generaties lang 'glaesemaeckers' in de stad Utrecht. De oudste, die ik heb kunnen achterhalen, is Henrick Itzen van Marienhoff. Hij moet rond 1540 zijn geboren. Diens achterachterachterkleindochter Agatha van Marienhoff (geb. 1690) trouwde met de Goudse glazenmaker Albert Mering en hun dochter Christina met de Culemborgse verver en glazenmaker Leendert Denick (geb. 1708 te Maassluis). Zo zie je maar weer eens, hoe er binnen een bepaalde beroepsgroep huwelijken werden aangegaan en deze lijnen soms door de eeuwen heen zijn te volgen. Net als nu werd ook vroeger het schildersberoep vaak samen met dat van glasmaker dan wel glaszetter uitgeoefend.

Maquette van een glasblazerij, zoals te zien in het glasmuseum
te Wertheim (Duitsland).
Ook moest ik in het glasmuseum denken aan een andere voorvader, namelijk Hendrik Stolle. Hij was glasblazer en mogelijk afkomstig van Hagen of Herdecke in het Roergebied. Hij vestigde zich in Amersfoort, waar hij in 1746 trouwde. Zijn zoon Casper Stol werd eveneens glasblazer in Isselt en Nijkerk. Ook zijn genen zijn in mij aanwezig. De glasmakers vormden trouwens een nogal vrij volkje, dat zich weinig aantrok van rangen en standen of de beperkingen van de gilden. Zij reisden, gedreven door economische motieven, dikwijls door Europa. Opzegtermijnen bedroegen soms maar een uur en ze waren binnen het volgend uur vaak al weer op weg naar een volgend avontuur. Specialisten als zij waren immers overal welkom.
Als brildrager heb ik altijd glas voor ogen, ook al is het tegenwoordig dan nepglas. Het is glashelder, dat mijn voorouders daarentegen zo echt zijn als het maar zijn kan. Hoewel, voormoeders zijn zekerder dan voorvaders. Maar dat is een ander verhaal, voor later.