Translate

21 april 2007

Gens Nostra 60 jaar

Sinds heel wat jaren ben ik lid van de Nederlandse Genealogische Vereniging. Mijn lage lidmaatschapsnummer 103262 getuigt daarvan. De vereniging geeft sinds 1946 het maandblad Gens Nostra uit en in 1997 werd een dubbel CD uitgegeven met de eerste 50 jaargangen. Natuurlijk heb ik deze toen aangeschaft. Nu heb ik ook de DVD gekocht, waarop de jaargangen 1946-2005 staan ingescand, allemaal in PDF formaat. Vandaag kwam deze binnen en ik heb het schijfje gekopieerd naar de harde schijf op mijn PC en ook de index gedownload. Dit gezipte bestand vervolgens uitgepakt naar de programmamap en zie daar, het werkt allemaal perfect. Ook het zoeken gaat snel. Net zat ik mij af te vragen, wat ik zal doen met de originele DVD, die ik eigenlijk niet meer nodig heb. Wel, deze is bied ik aan voor €12,00, incl. porto naar Nederland, bij betaling vooraf (ik heb er €20,26 voor betaald). Een 1 dag oud tweedehandsje, zo uit de showroom! En al die oude losse nummers gaan maar naar het oud papier, of wil iemand deze gratis bij mij komen afhalen? Wie belangstelling heeft sture een mailtje. Vanaf volgende week dinsdag ben ik trouwens 3 weken met vakantie, dus schieten ook de blogbijdragen er enige weken bij in. Tot half mei!

P.S. De DVD is inmiddels (24.4) verkocht.

Afbeelding: Het decembernummer van 2005.

7 april 2007

Coolsingelziekenhuis

Dit is een in 1911 verstuurde ansicht van het Coolsingelziekenhuis in Rotterdam. De geplakte postzegel is er een van 1 1/2 cent! Mijn vader Herman Gijsbert Hesselink zou deze ansicht ook zeer hebben gewaardeerd vanwege de afgebeelde electrische tram (hij was een echte spoorweghistoricus). Maar ik vind het daarom ook een aardig plaatje, omdat een naamgenoot van mijn vader, de op 17 januari 1837 in Tubbergen geboren Herman Gijsbert Hesselink, stadsgeneesher van Almelo, in 1880 door de gemeenteraad van Rotterdam werd benoemd tot geneesheer-directeur van dit ziekenhuis. Of de raad daar achteraf zo blij mee was is de vraag. Onder zijn directoraat zou het ziekenhuis (maar dat lag zeker niet alleen aan hem) zijn oude glorie verliezen en een 'alledaags' ziekenhuis worden. Hij was een grote, statige verschijning, rustig en kalm, met weinig gevoel voor humor. Hij was weinig bereisd en op het provinciale af. Streng, maar rechtvaardig. Hij kwam zeker wat arrogant over en had een voorliefde voor ingewikkelde, in het Latijn geformuleerde diagnoses. Wat denkt u van: "Emphysema subcutaneum totius fere corporis post punctionem capillarium de medico extra nosocomium"? Het klinkt nogal erg. Nog een aardig verhaal (nou ja, aardig...): In 1899 waren patientes aan het bijklussen, terwijl ze in hun ziekenhuisbed lagen. Bijvoorbeeld een teringlijdster in de laatste fase van haar ziekte, die een baljapon aan het naaien was. Directeur Hesselink verbood dit, vanwege het gevaar voor overmatige inspanning. Bovendien zouden de waaksters de patientes voor 'dwangarbeid' kunnen gaan misbruiken. Diezelfde waaksters plachten soms het eten van de patienten zelf te verorberen, dan wel dit aan de hoogstbiedende op zaal te verkopen.

Dr. Herman Gijsbert Hesselink overleed in Rotterdam op 7 april 1901. Hij liet een weduwe en vier kinderen na. Zijn zoon heeft zelf als arts in het Coolsingelziekenhuis gewerkt.

3 april 2007

De Gerwe

Enige tijd geleden schreef ik over de begrafenis van mijn grootvader Engbertus Hesselink op het kerkhof Oud-Leusden bij Amersfoort in 1930. Vorige week heb ik zijn graf samen met 'fotoneef' Ard bezocht. Wij waren daar sinds de begrafenis van onze grootmoeder in 1967 niet meer geweest en troffen het graf in goede conditie aan, zeker in vergelijking met aangrenzende graven. Het meest opvallende is natuurlijk de spreuk op de grafsteen: "PLANT, ZUSTERS, PLANT GEEN VREEMDE BLOEMEN OP 'T OUDREN GRAF". Waar zou dat wel vandaan komen? We hadden geen idee. Navraag in de familie leerde ons, dat het een versregel is uit het gedicht "De Gerwe" van de Vlaamse dichter en priester Leonard Lodewijk de Bo (1826-1885). Ik laat u meegenieten van dit gedicht:









DE GERWE


Aan mijne Zusters

Plant, Zusters, plant geen vreemde bloemen
Op 't Oudren graf!
Bij andren mag dat prijsbaar noemen;
Ik ra 't u af.

Want 't schiet van eigen op die graven
Een minzaam kruid,
Een zinnebeeld van deugd en gaven
Eenbaarlijk uit.

Dus, Zusters, laat dat kruid in wezen
Op 't Oudren graf,
En plukt er, als gij daar gaat lezen
Een bloemken af.

En denkt hoe Vader, denkt hoe Moeder
Hier leefde op aard,
En weest, gij Zusters met uw Broeder
Zulke Oudren waard.

Zulke Oudren!... Ach, 't was in den morgen.
Drie jaar verschee'n
Dat Zij, dat Oudrenliefde en zorgen
Dat 't al verdween!

Geen uchtendgroet meer klinkt ons tegen:
"Goên morgen, kind!"
Geen hand meer die den avondzegen
Op 't voorhoofd print.

Alleen het voorbeeld dat zij gaven,
Verblijft ons bij;
Alleen hun stof en hunne graven
Behouden wij!

En nog mag 'k daar naar mijn behagen,
Niet knielen gaan.
'k Moet elders heen voor lange dagen.
'k Moet hier van daan.

Maar derf ik dezen laatsten zegen,
Dat bloemkruid toch
Groeit om end om en lacht mij tegen
En troost mij nog.


Afbeeldingen: W. Hesselink-Schraa. Gerwe is een volksnaam voor Duizendblad.

30 maart 2007

Familiearchieven.nl

Wegwijzers voor internet genealogie zijn er in alle soorten en maten. Denk alleen maar eens aan genealogie.startpagina.nl en soortgenoten, of aan Geneaknowhow.net. Het zijn er te veel om op te noemen. Een nieuwe loot aan de (stam)boom is familiearchieven.nl van Carla van Beers. Het bijzondere daaraan is, dat het niet alleen maar om stamboomonderzoek gaat, maar ook verwante gebieden erbij betrekt. Carla schrijft: "een gids en een verzamelsite voor iedereen met interesse voor geschiedenis en nieuwsgierigheid naar verhalen met een historisch en persoonlijk perspectief". De vormgeving vind ik daarbij erg aantrekkelijk. Zo zijn er o.a. rubrieken over brieven, fotografie, egodocumenten, bronnen, reisverhalen, dagboeken. Inderdaad allemaal interessant om de familiegeschiedenis niet alleen handen en voeten, maar ook gezichten te geven. Voor zover ik het kan bekijken bevat de site geen eigen materiaal, maar is het een verzameling links in een modern jasje.

Zelf heb ik natuurlijk ook een eigen favorietenverzameling opgebouwd. Een heel klein gedeelte daarvan bevindt zich op de ´Hesse-LINKS´ pagina op mijn genealogische website.

24 maart 2007

Vermist: Ineke

Iets aparts is de bijdrage van vandaag. Ik zoek iemand, van wie al sinds 1990 de verblijfplaats onbekend is, maar Amsterdam is een goede mogelijkheid. Het gaat om een ver familielid, dat zich noemt "Ineke Keppel Hesselink". Zij is geboren op 24 december 1947 in Den Haag. Beste Ineke, wil je je bij mij melden? Of weet iemand anders iets over haar? Ook haar halfbroer zou het geweldig vinden haar weer te zien.

13 maart 2007

Chirurgijns

Chirurgijns, dat waren toch die kwakzalvers, die in vroeger tijden mensen zonder verdoving een kies trokken? Of als het moest ook een been afzetten? Dat beeld klopt wel zo ongeveer ja, maar kwakzalvers waren het niet bepaald. We zouden nu van vaklieden spreken, het was een ambacht. De chirurgijns werden ook wel heelmeesters genoemd. Ze leerden het vak van een meester chirurgijn en moesten een aantal examens afleggen, voor ze tot het gilde werden toegelaten. Tegenwoordig zou je spreken van 'eerste lijns zorg'. Een lezenswaardig artikel is Het barbiersgilde en chirurgijnsgilde van Rotterdam. De illustratie is ook daaruit afkomstig. Ook andere plaatjes doen je toch nog een beetje huiveren. Er valt o.a. te lezen, dat in wetenschappelijk en in maatschappelijk opzicht de chirurgijn de mindere van de geneesheer was. De academisch gevormde geneesheer hield zich voornamelijk bezig met inwendige ziektes, de chirurgijn mocht zich uitsluitend bemoeien met uitwendige lichamelijke problemen. Hij mocht operaties van enige omvang alleen uitvoeren op aanwijzing of met goedkeuring van de doctor medicinae, die bij de ingreep aanwezig behoorde te zijn. Om hun inkomsten wat op te krikken waren de meeste chirurgijns ook barbier. Pruikenmaken hoorde daar ook bij. U kent nog de witte stokken met de rode windsels aan de gevel van kapperszaken? Het symboliseert waarschijnlijk de stok, waar de arm op leunde bij het aderlaten. Er waren chirurgijns, die een zwervend bestaan leidden. Sommigen waren echt gespecialiseerd in bepaalde operaties, zoals kiezentrekken of breuksnijden. Min of meer gesjeesde chirurgijns zochten vaak hun toevlucht tot het vak van scheepschirurgijn. Daar waren de aanstellingseisen soms lager. Een chirurgijn bij het leger werd ´veldscheerder´ genoemd.

In mijn bestand heb ik een aantal chirurgijns zitten. Voor de verandering wil ik ze hier eens noemen:

Abraham van Heel (1616-1653) te Rotterdam
Abraham van Heel (geb. 1657) te Rotterdam
Jan Maarts (overl. voor 1619) te Westkapelle
Gerard Planten (1683-1758) te Varsseveld
Gradus Planten (geb. 1712) te Batavia
Derk Planten (1707-1748) te Enschede
Derk Planten (overl. ca. 1700) te Varsseveld
Gerrit Jan Planten (geb. 1714) te Enschede
Benedictus Berger (1602-voor 1660) te Amsterdam
Fredrik Noorthoorn (overl. voor 1728) te Amsterdam
Philippus Dooreweert (1668-voor 1727) te Scherpenzeel
Pieter Doorwaart (overl. na 1727) te Amsterdam
Daniel Vogel (overl. voor 1708) te Zaltbommel
Jan Matthias Hesselink (1659-na 1731) te Zelhem
Jacobus de Jonge (1760-1815) te Oude Pekela
Jan Roelofs Rentmeester (1644-na 1701) te Amsterdam
Derck Haselhoff (1600-1655) te Wedde
Lucas Haselhoff (1643-1723) te Blijham
Jan van de Kamer (1756-1779) bij de VOC


Is het naïef van mij te denken, dat deze chirurgijns het ook niet leuk vonden benen te moeten amputeren? Zonder verdoving?

9 maart 2007

De schepping

"En God schiep de genealogen, man en vrouw schiep hij hen. En de genealogen zorgden voor nageslacht (zij waren immers man en vrouw?) en toen wilden alle genealogen weten, waar zij vandaan kwamen, omdat het zo moeilijk was om uit te vinden, waar ze naartoe gingen. De genealogen wilden vooral weten, waarom ze waren, zoals ze waren en ze keken daarbij ook naar hun voorgeslacht. Alles werd hen nauwkeurig mondeling overgeleverd en soms was er ook wel eens iemand, die iets opschreef. En het was avond geweest en het was morgen geweest, en het ging zo maar door en door. Maar het werd steeds ingewikkelder, de genealogen huwden niet-genealogen en ze raakten het genealogische spoor bijster. De geschiedenis werd langer en vager. Hier wist iemand wel iets, en daar een ander, maar ze wisten niets van elkaar. Ze schreven op wat ze wisten, speurden in plaatselijke archieven, correspondeerden erop los en hielden hun gegevens nauwkeurig bij. Toen ontdekten ze de computer en het nut daarvan om het allemaal overzichtelijk te houden. Vervolgens kwam de GROTE DOORBRAAK: de genealogen gingen hun computers met elkaar verbinden en iedereen uit de hele wereld kon daaraan meedoen. Zo bleek, dat ze samen eigenlijk een heleboel wisten en ze konden elkaars gegevens ook nog controleren en corrigeren. Ze trokken conclusies en kwamen samen tot nieuwe genealogische vondsten, die weer tot nieuwe vraagstukken leidden. Want ze wilden weten: wie is de vader en wie is de moeder? Ze probeerden het samen op te lossen. Om die ene vraag te kunnen beantwoorden: "Wie ben ik?" En de genealogen leefden weliswaar niet langer, maar wel gelukkiger."

Dit was mijn antwoord op de vraag van
Bob Coret voor een "1 question interview": "Wat heeft internet de beoefenaars van genealogie gebracht (of wat gaat het brengen)?" Diverse andere mensen hebben al gereageerd, anderen zullen dat zeker nog doen. Nog een reden om Blog Coret in de gaten te houden!

Illustratie: Middenpaneel van "De Tuin Der Lusten" van Jeroen Bosch.

7 maart 2007

IGI (2)

Het Family History Center in Salt Lake City

Precies een maand geleden schreef ik iets over de IGI, de International Genealogical Index van de Mormonen. In de tussentijd ben ik erachter gekomen, dat deze kerk grote plannen met de site Familysearch heeft, blijkens een krantenartikel uit Utah. Voornaamste doelen: de website steeds gebruiksvriendelijker maken, vooral ook voor beginnende stamboomonderzoekers, en steeds meer kerkelijke doop-, trouw- en begraafregisters als afbeelding van het origineel online zetten. Deze staan nu nog op zo'n 2,4 miljoen microfilms. Verder zal het gemakkelijk worden eigen gegevens toe te voegen. Dat zal ook mogelijk zijn van nog levende personen, maar deze zullen niet op de site worden getoond in verband met de privacy. Duizenden vrijwilligers worden ingezet om de gegevens te indexeren. Om een periode van bv. 150 jaar te completeren zullen enkele jaren voldoende zijn.

Familieonderzoek wordt op deze manier steeds gemakkelijker. Sommigen zullen zeggen, dat het daardoor minder leuk en uitdagend wordt. Daar ben ik het geenszins mee eens. Het leuke zit'm namelijk vooral in de kwaliteit van de onderzoeksresultaten, en die wordt door de nieuwe mogelijkheden ongetwijfeld verhoogd. De originele bron kan immers veel vaker worden ingezien, iets, wat eigenlijk altijd gedaan zou moeten worden. Ook zullen steeds meer mensen zich met genealogie bezig gaan houden, zodat het niet beperkt wordt tot de echte freaks. Drempels worden verlaagd. Lekker toch?

13 februari 2007

Jokers

Ik hou van jokers. Ja, wie niet eigenlijk. Bij het kaarten is een joker vaak erg handig om mee te winnen. Denk bijvoorbeeld aan pesten. Verder is een joker van oudsher een grapjas. Lachen man! Jokers zijn gewoon prettige tijdgenoten. Maar natuurlijk gaat het nu niet om grappenmakers of kaartspelletjes. Ik heb het over moderne computerjokers, u weet wel, van die tekens zoals een sterretje (*) , een hekje (#) of een vraagteken (?), die in zoekopdrachten in gegevensbestanden één of meerdere letters kunnen vervangen. Bij genealogisch onderzoek zijn ze al buitengewoon handig, en dan misschien nog het meest bij het online zoeken in de doopregisters op de site van het Gemeentearchief Amsterdam. Deze beslaan de periode 1564-1810. Ook bij andere favorieten van mij, zoals ISIS en de Digitale Stamboom, komen jokers goed van pas, maar Amsterdam spant wat mij betreft de kroon. Vele uren van onderzoek thuis achter de PC bleken een geweldige aanvulling op de vele dagen van onderzoek, die ik vroeger in de studiezaal aan de Amsteldijk heb doorgebracht. De door mij opgedane ervaringen wil ik graag met u delen en de belangrijkste adviezen zijn:
1) Gebruik jokers! U kunt ze onbeperkt inzetten. Neem nou een naam als Wiedenhoff, die in mijn kwartierstaat voorkomt. Het blijkt dat deze op heel veel verschillende manieren kan worden gespeld, of eigenlijk verbasterd. Vind ze maar eens allemaal! Met een goed gebruik van jokers is dat bijna geen probleem meer. Kies de letters, die hoogstwaarschijnlijk bij alle spellingsvarianten zijn gebruikt. Dat zijn de w, i, h, o en de f. Toets dus als zoekopdracht bij de achternaam in Wi*hof*. U zult versteld staan. Toch kan het nog beter, nl. w*hof*, want de variant Wijdenhof komt anders niet tevoorschijn. Wel is het zo, dat bij het gebruik van meer jokers de resultatenlijst steeds langer wordt, doordat niet-relevante namen ook worden getoond. De lijst is gelukkig op alfabet en kan dus relatief gemakkelijk worden doorgezien. Toch is het nog niet perfect zo, want probeer het ook met *wi*hof*. Vroeger werden namelijk de mensen ook vaak met hun patroniem aangeduid (bv. Leendert Hendriks Wiedenhoff) en het patroniem Hendriks wordt ook vermeld in het veld achternaam. Dus vanwege eventuele patroniemen een sterretje vóór de achternaam.
2) U zoekt de doop van Leendert Wiedenhoff (of wie dan ook) en tikt in bij de voornaam Leendert en bij de achternaam Wiedenhoff, al dan niet met jokers. U zult de doop niet vinden, terwijl hij wel in de registers voorkomt. Hij is namelijk niet gedoopt als Leendert Wiedenhoff, maar als Leendert, zoon van Hendrik Wiedenhoff en een bepaalde moeder. De procedure om hem te vinden is: Vul aan de linkerkant de voornaam in (en kies eventueel als rol "kind", aan de rechterzijde de achternaam. De doopgegevens zullen zonder mankeren worden getoond. Links en rechts mogen worden verwisseld.
3) Experimenteer bijvoorbeeld met combinaties van voornamen van mogelijke ouders, bv. links van de vader en rechts van de moeder, wanneer u over weinig gegevens beschikt. Vaak komt er iets interessants in de lijst voor.
4) Noteer de namen van de getuigen! Dikwijls zijn het familieleden. Ze kunnen nog goed van pas komen.
5) Bijna het mooiste van de online doopregisters: De lijst met resultaten kan per email worden ontvangen. Klik met de muis op een item in de lijst, geef uw emailadres en eventueel een beschrijving op (bv. dopen Wiedenhoff). Er kunnen zo veel items worden geselekteerd als u maar wilt. Bekijk het later thuis allemaal nog eens op uw gemak. Fantastisch, bedankt Amsterdammers! U, beste lezer, wens ik veel succes bij het jokeren.

3 februari 2007

Een soort hugenoten

Friedrich III, bijgenaamd "De Vrome"

Bij toeval viel mij bij het zoeken in de IGI (zie vorige bericht) op, dat er in het begin van de 17e eeuw veel Nederlandse namen voorkwamen in Frankenthal in de Pfalz. Ik vroeg mij af, wat daar de reden voor kon zijn. Verder speurwerk leverde het antwoord. Wikipedia bevat een uitgebreid artikel "Geschiedenis van de migratie in de Nederlanden". Buitengewoon interessant om te lezen. Voor wat betreft Frankenthal komt het erop neer, dat de Antwerpenaren, Bruggenaren en inwoners van andere steden onder het bewind van de Spaanse stadhouder Alva o.a. naar Duitsland vluchtten. Een favoriete bestemming was Frankfurt aan de Main, maar dat veranderde gedeeltelijk, toen de lutherse geestelijkheid eiste, dat de Calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden luthers zouden worden. Dat weigerden velen, en ze konden uiteindelijk terecht bij de calvinistische keurvorst Friedrich III van de Palts. In Groot-Frankenthal vestigden zij zich in een verlaten abdij. De bevolking bestond uit lakenmakers, zijde- en vooral tapijtwevers. Ze stichtten ook een calvinistische gemeente en de kerkboeken daarvan zijn in de IGI opgenomen. Niet alleen naar de Pfalz zijn Nederlanders vertrokken, ook naar andere Duitse plaatsen. Het ging naar schatting om 100000 mensen. Vaak zijn ze daar gebleven. Wanneer u in staat bent Duits te lezen, dan verwijs ik ook nog naar de volgende langere artikelen: "Die Kurpfalz - Asyl für Glaubensflüchtlinge im 16. Jahrhundert" en "Die Kirchenbücher der bayerischen Pfalz". Dit keer geen Franse, maar Nederlandse 'hugenoten'!

Of ook mijn voorvader, de houtwerker Francois van der Heijde, eventueel geboren in Rotterdam(?) ca. 1660, overleden voor 1696, eigenlijk uit Frankenthal kwam moet nog blijken, maar ik verdenk hem er wel sterk van. Zijn doop heb ik in elk geval niet in Rotterdam gevonden. Een naamgenoot van hem werd gedoopt in Frankenthal in 1583 en zou misschien zijn grootvader kunnen zijn. Tips zijn welkom!