Translate

30 juni 2006

WaybackMachine

Op internet worden vele sporen nagelaten, die je mogelijk zelf hebt gelegd. Je hebt bijvoorbeeld een website, die je regelmatig ververst, met pagina's erbij en soms een verouderd paginaatje minder. Die gewiste pagina's zijn in een groot aantal gevallen zonder dat je dat weet al in een internetarchief opgeslagen en vervolgens nog tot in lengte van jaren raadpleegbaar. Dat realiseer je je dus niet, wanneer je die pagina van het web haalt. Dan denk je, dat op z'n laatst over een paar weken de inhoud nooit meer zichtbaar wordt. Mis dus. De WaybackMachine is hiervoor verantwoordelijk. Met behulp van deze interface is het mogelijk te bekijken, hoe een bepaalde website er een jaar of wat geleden uitzag. Soms kun je daar ook genealogisch profijt van trekken. Zo stelde ik kort geleden vast, dat een (overigens zeer mooie) website als Dè Ophemert en Zennewijnen pagina thans alleen nog gebruik maakt van een zoekmachine om namen in bronnen te zoeken, terwijl vroeger de complete transcripties van die bronnen waren in te zien. Voor de gebruiker is die transcriptie een stuk attractiever. Met de WaybackMachine is het nauwelijks nog een probleem die weer op het scherm te toveren. Gewoon proberen!

13 juni 2006

Digitale bronnen

Het leukst vind ik het bladeren in oude kerkboeken en ander oud archiefmateriaal. Papier, dat door de tand des tijds is aangetast en al door vele handen is aangeraakt, het eerst door degene, die voor lange lange tijd bepaalde zaken erin heeft opgetekend en zo voor het nageslacht heeft bewaard. Inderdaad worden deze oude archieven er niet beter op, reden waarom de onderzoeker vaak alleen nog maar afschriften op microfiches, microfilms of als fotokopie ter beschikking krijgt. De originele documenten worden zo voor verder verval gespaard en bovendien bestaat er altijd een kopie van het origineel, mocht dit op de een of andere manier verloren gaan. Een ontwikkeling van de laatste jaren betreft het digitaal fotograferen van de originele archiefstukken. Deze afbeeldingen kunnen vervolgens via internet door de hele wereld worden geraadpleegd. Voor de genealoog ontstaan hierdoor ongekende mogelijkheden. Een overzicht van de bronnen, die integraal in kopie op het internet zijn te vinden wordt constant bijgehouden door Herman de Wit op Geneaknowhow.net. Samen met Hans den Braber heeft hij bovendien de mogelijkheid geopend voor iedereen die dat wil gemakkelijk en kostenloos bronnen op internet te publiceren. Hoe dat werkt is na te lezen op de site Genealogisch Bronmateriaal "Van Papier Naar Digitaal".

Toch gaat lang niet ieder archief op dezelfde manier om met de vraag van bezoekers originele archiefstukken te mogen fotograferen. Bij het ene archief is dit helemaal geen probleem, het andere doet moeilijk of verbiedt het zelfs. Ook het Centraal Bureau voor Genealogie sluit het fotograferen door bezoekers uit. In België woedt deze discussie ook al in de Rijksarchieven. Missen de instellingen de inkomsten uit het fotokopiëren? Die tarieven zijn vaak nogal hoog en hebben niets meer met de zuivere kosten te maken. Er zitten stevige opslagen in. Toch geeft de Archiefwet handvaten om het digitaal fotograferen aan te moedigen. Het lijkt mij belangrijk, dat het historisch erfgoed zo breed mogelijk ter beschikking komt en dat kan ook alleen maar in het belang van het archiefwezen zijn. Dus archivarissen, niet moeilijk doen, maar juist faciliteren! Of fotografeer zelf en zet alles op internet!

19 mei 2006

Daklozen

Catharina, samen met haar vader prof. J.A. Alberdingk Thijm.

De laatste tijd vind ik het leuk historische kranten door te nemen. Dat gaat voortreffelijk via internet op o.a. de site van de Koninklijke Bibliotheek en van De Groene Amsterdammer. In de Groene vond ik in de jaargang 1899 een artikel van de hand van Catharina Alberdingk Thijm (1848-1909). Zij schrijft over haar betrokkenheid bij het lot van bedelende armen. Deze mensen kunnen naar haar worden verwezen op het adres Rozengracht 190 in Amsterdam, waar zij voedsel en kleren kunnen krijgen, met name de vrouwen en kinderen ook onderdak. Verder legt zij de nadruk op het belang van de kookkunst voor volksvrouwen en hun gezin. Bijna niemand van hen kon 'een tamelijk potje koken', wat leidde tot huwelijksproblemen en cafébezoek en alcoholisme. In 1899 verbleef bij haar een 20-jarige jonge vrouw met een kindje van 10 maanden, die nog nooit van haar leven een warme maaltijd had geproefd. Net zo min als haar ouders, groot- en overgrootouders. Verder schrijft zij, dat naar haar overtuiging nog meer zielziekte dan wel geldnood de armoede voortplant. Zij had "nog geen enkele arme leren kennen, die niet door karakterloosheid, luiheid, snoeperigheid, onnadenkendheid, zinnelijkheid of idiotisme zijn of haar armoede bestendigd had. De zielstoestand werkt mee om de armen arm te houden, en de beste staatsinrichting, het volmaakte socialisme zal nooit iets vermogen tegen de millioen maal herhaalde individuele menselijke gebreken". Catharina Alberdingk Thijm besluit met een pleidooi voor tehuizen voor daklozen, waar zij 's nachts een slaapplaats en overdag verblijf en bezigheden kunnen vinden. Volgens latere critici was dit een 'luchtkasteel' van haar.

Het complete, bijzonder lezenswaardige artikel kunt u
hier vinden. We zijn nu ruim 100 jaar verder. De problemen van toen zijn nog steeds niet opgelost en zijn de problemen van nu.

16 mei 2006

Nadruk verboden

Uit de krant 'Het Vaderland' van 19 januari 1930 het slot van een veel langer gedicht:

"Soms zing je, al blokkend
Je genealogie,
Repeteert, hokkend, stokkend
't Moet onder de knie.

Dan weef je refreinen
Tot een zangrijk gazouille.
"De Nerée, van Neerynen
d'Aulnis de Bourrouill!"

Steeds sluit je je praatjes
Met dat mooie geluid
Die "Oo" van 8 maatjes
Is 't roerend besluit.

Pim Pernel
(Nadruk verboden)"
Pim Pernel was het pseudoniem van Pim Mulier (1865-1954), een groot sportman en -official. Hierbij zijn portret.

9 mei 2006

Patriciaat


Nederland's Patriciaat, het blauwe boekje, vanaf 1910.

De uitgave van 'Nederland's Patriciaat' werd in 1910 begonnen door D.G. van Epen, directeur van de N.V. Centraal Bureau voor Genealogie en Heraldiek. Het wordt nog steeds jaarlijks uitgegeven. In de krant 'Het Centrum' van donderdag 27 januari 1910 vond ik een ironisch stukje over de nieuwe uitgave, getiteld "Speculatie op de ijdelheid", dat ik u niet wil onthouden:

"Er is geen voordeliger speculatie dan die op de ijdelheid, zegt het Huisgezin. Dat is een oude waarheid, waarvan handige menschen telkens opnieuw partij trekken. Er verschijnt nu al zeven jaren een uitgave, getiteld "Nederland's Adelsboek", die goed gaat. Daarnaast wil men thans een soortgelijk werkje voor de niet-adellijken laten verschijnen, dat tot titel zal voeren "Nederlandsch Patriciaat". In dit boekje zullen - achtereenvolgens - worden opgenomen de aanzienlijke niet-adellijke familiën en personen die door het bekleeden van hooge ambten of door bijzondere persoonlijke verdienste als hoofd eener familie kunnen worden gerekend. Men ziet dat de uitgave een vrij uitgestrekt terrein bestrijkt en dat op een daaraan evenredige belangstelling gespeculeerd wordt. Het zal tot den bon ton gaan behooren in het "Patriciaat" te zijn opgenomen – wat een moeite zal men daarvoor doen! - en wie er niet in staat tot een inferieure klasse van menschen worden gerekend. Met de patriciërs zullen in bet "Patriciaat" worden opgenomen hun in leven zijnde afstammelingen en de bewijsbare voorouders. De genealogie zal een nieuwe vlucht nemen, tenzij vele patriciërs, wier voorouders tot de lagere volksklasse behoorden, er de voorkeur aan geven, de bewijsbaarheid niet te ver uit te strekken. Hoe dit zij, als speculatie op de ijdelheid mag deze uitgave reeds bij voorbaat een succes genoemd worden. "

En de journalist had gelijk. Niet voor niets bestaat het 'Nederland's Patriciaat' al bijna 100 jaar. Ook Willem Frederik Hesselink (1846-1927) , inderdaad een grote ijdeltuit, broer van mijn overgrootvader, was er als de kippen bij zijn genealogie aan de uitgevers aan te bieden. En met succes, zij verscheen naar ik meen al in de derde jaargang. Verplichte lectuur is het niet bepaald, want in al mijn ijdelheid kan ik u verzekeren, dat mijn website al die informatie een stuk vollediger, beter en betrouwbaarder weergeeft. Inclusief de lagere volksklasse.

20 april 2006

Eerste steen

Mijn vader was van 1908, hij werd geboren in Ede en groeide vanaf 1910 op in Voorthuizen. Het huis van de familie is op deze ansicht rechts afgebeeld, het bestaat nog steeds. Zijn vader was de houtvester Engbertus Hesselink (1879-1930), die u al hebt kunnen zien met zijn Wageningse voetbalelftal in 1900. Deze Engbertus was zeer bekend in de bosbouwwereld en met name een expert op het gebied van zaden. Op basis van die kennis kon hij de 'redder van Vlieland' worden. Vlieland was namelijk gedoemd aan de Noordzee terug te worden gegeven. Uiteindelijk werd toch besloten een verdere poging te doen het eiland voor bewoning te behouden. Bossen zouden moeten worden aangelegd, maar het probleem was, dat de zaden niet hielden in het stuifzand. De oplossing (van Engbertus en zijn collega's) bestond daarin, dat de zaden van bepaalde rassen zwarte dennen in een stuk turf werden gestopt, waarna deze in het zand werd begraven. Bijkomend voordeel was, dat de turf het vocht goed vasthield. De bebossing werd een groot succes en Vlieland werd op die manier inderdaad gered. Gelukkig maar, ik ben al sinds mijn vroege kinderjaren een grote fan van dit eiland. In 1920/21 is Engbertus met zijn gezin wederom verhuisd, nu naar de Koningin Wilhelminalaan 19 in Amersfoort, waar ze een huis hadden laten bouwen. Zoals uit de gevelsteen blijkt, is de eerste steen in april 1920 gelegd door mijn vader, toen hij bijna 12 jaar oud was (de foto is pas deze week genomen door Docman!) . Nog weer 10 jaar later overleed Engbertus in dit huis op de leeftijd van 51 jaar.

15 april 2006

Kaartspel

Nogmaals een foto van betovergrootaartsvader Herman Gijsbert Keppel Hesselink (1811-1888), deze keer samen met zijn vrouw Egberdina Anna Viëtor (1819-1902) en dochter Hermanna Gijsberta(1845-1927). Ze leggen een kaartje, dochter deelt net. Was de vierde man de fotograaf? Of is het kaarten alleen maar decor, en is de foto in een studio opgenomen? Dat lijkt waarschijnlijker. Fotograferen was in de 19e eeuw een hele toestand, waarbij de geportretteerden lang stil moesten zitten om scherp op de foto te komen.

14 april 2006

Henri Hesselinck, acteur

Over Henri had ik het al heel even in het bericht over zijn zus Louise Fleuron, Neêrlands eerste voordracht-soubrette. Op deze foto is hij afgebeeld, vermoedelijk in de rol van Pancras Duif in Heijermans' Schakels. Op 8 februari 1945 vierde hij zijn 40-jarig jubileum als acteur in Gent. Gevoelsrollen in naturalistische stukken van Ibsen, Heijermans, Strindberg en Hauptmann lagen hem het beste. Hij was dan ook een meester in het weergeven van een fijngevoelige en bezielde tragiek. Als rasartist trad hij met veel sukses ook op in operettes en in werk van Vondel en Fabricius. Als regisseur bij een amateur toneelbond gold hij bij de spelers als een veeleisende brombeer. In 1928 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Leopold II voor zijn verdiensten tot de verheffing van de toneelkunst in Vlaanderen. Het vak had hij overigens geleerd van Louis Bouwmeester, maar evenzeer van zijn vader Henri sr.

Henri was met de theaterwereld vergroeid en ook getrouwd. Zijn eerste vrouw immers was de bekende toneelspeelster Pauline Beersmans, dochter van de legendarische actrice Catharina Beersmans. Na bijna 16 jaar hielden beiden dit huwelijk voor gezien. Hij hertrouwde met Madeleine de Laethouwer. Kinderen had hij niet.

Zeer tegen zijn zin is hij niet net als zijn vader 'triomfantelijk op het toneel gestorven', zoals hij dat noemde. Die had dat in 1892 wel gepresteerd in het Theatre van Lier in de Plantage te Amsterdam, in zijn rol van Ernst von Friedberg in 'Stella'. In de pauze na het vierde bedrijf kreeg hij een beroerte, waarna hij 's nachts overleed. Nee, voor Henri jr. viel het doek definitief op 8 mei 1947 in de Twaalf Kamerstraat 40 te Gent, na een longontsteking en een hartcrisis. Henri Louis van den Anker Hesselink, alias Henri Hesselinck, is 78 jaar oud geworden.

9 april 2006

Homohaat

De door mij zonder enige twijfel het vaakst geraadpleegde website is Geneaknowhow.net, en dan vooral het onderdeel Digitale Bronbewerkingen. Neem een kijkje! Verwezen werd naar een webpagina, met daarop een lijst van terechtgestelde (vermeende) homosexuelen in het Groningse dorp Faan in 1731. Verbijsterend om te lezen. De hoofdverdachten werd het gezicht met fakkels geblakerd, alvorens ze aan de paal werden gewurgd en hun lichamen verbrand. In totaal werden 21 mensen geëxecuteerd. Enkele 13-jarige jongens werden levenslang opgesloten. Hier het volledige document. Onvoorstelbaar, dat dit in een 'beschaafd' land als het onze nog in die tijd kon gebeuren. Nog onvoorstelbaarder, dat zulke praktijken ook thans nog in tal van landen aan de orde van de dag schijnen te zijn.

De executie was het werk van de beul. Hij zal vast en zeker een goede dag hebben gehad in 1731, want hij moest natuurlijk wel worden betaald. De een z'n dood is de ander z'n brood, nietwaar. Ik kan u verzekeren, dat het zeer goed betaald werk was, getuige een gespecificeerde rekening à ƒ210 van de beul Frans Diepenbroek uit 1746, te zien op de site van het Amsterdamse gemeentearchief. Toen ging het 'maar' om 1 doodvonnis en 7 lijfstraffen.

Literatuur: PROTESTANTS FUNDAMENTALISME IN HET GRONINGSE FAAN, geschreven door Koert ter Veen. Hij belicht de achtergronden van het bloedbad.

Victoriaans

Wikipedia verklaart Victoriaans als volgt: "Victoriaans is een aanduiding voor een tijdperk (namelijk de regerings-periode van de Engelse koningin Victoria, 1837 tot 1901) en voor een groot aantal voorwerpen, stijlen, modes, zeden en opvattingen die in die tijd vooral in Engeland gangbaar waren.
Onder Victoria was Engeland de toonaangevende natie op de wereld en het Verenigd Koninkrijk was een wereldrijk. Hoe men in Engeland over de zaken dacht werd over nagenoeg de gehele wereld van belang geacht."

Kort, maar niet zo heel duidelijk. Vandaar een foto, die heel goed laat zien, hoe 'Victoriaans' er in de praktijk uitzag: het zijn de vijf zusters van mijn overgrootvader Cornelius Dasse Keppel Hesselink (hij is met zijn broers te zien in het archief augustus 2005 op dit weblog).
Staand vlnr:
Johanna Theodora Frederika (1849-1933), getrouwd met een wijnhandelaar.
Hermanna Gijsberta (1845-1925), ongehuwd (lacht ze daarom naar de fotograaf?)
Sara Helena (1842-1922), getrouwd met een journalist in Zuid-Afrika.
Zittend vlnr:
Jeantine (1840-1913), getrouwd met een rechter.
Egberdina Clasina (1843-1918), getrouwd met een bankier.

Geweldige typetjes, toch? Hun vader is trouwens Herman Gijsbert Keppel Hesselink, wiens portret is te zien in mijn bijdrage van 29 maart jl (zie archief maart 2006).