Translate

14 september 2009

Archief 2.0

Als genealoog 'heb' ik uiteraard iets met archieven. Per slot van rekening ben ik afhankelijk van wat in die instellingen wordt bewaard en toegankelijk wordt gemaakt. En archieven hebben bij mij geen stoffig of schimmelig imago. In tegendeel zelfs, wanneer ik merk, hoe veel energie door archieven en archivarissen wordt gestoken in het optimaal bewaren en presenteren van de collecties. Met behulp van de modernste middelen. Bij het bewaren denk ik dan bv. aan een steeds verder geperfectioneerde klimaatbeheersing in de depots, bij het presenteren vooral aan de immense mogelijkheden, die internet biedt. Digitalisering van oude documenten (boeken, acten, afbeeldingen, kaarten, enz.) heeft een grote vlucht genomen en zal steeds worden uitgebreid. Wanneer deze bestanden vervolgens via het internet beschikbaar worden gesteld, dan kan ook die mevrouw, die 50 jaar geleden naar Australie is geemigreerd, virtueel het archief van Den Haag (om maar wat te noemen) zonder problemen met een bezoek vereren.

Het internet ontwikkelt zich steeds verder en wordt steeds meer, wat in de regel wordt aangeduid met Web 2.0. De online archieven doen daar enthousiast aan mee en een aantal archivarissen onder aanvoering van Christian van der Ven uit Den Bosch heeft het initiatief genomen Archief 2.0 te starten. Wat daar de bedoeling van is staat hier. Ik ben op de open uitnodiging ingegaan en heb mij als deelnemer aangemeld, hoewel ik natuurlijk helemaal geen archiefprofessional ben. Maar ik vind, dat de klant inspraak moet hebben. In mijn beroepsleven in marktonderzoek werkten wij ook al met bv. focusgroepen, bestaande uit potentiele gebruikers van het product. Tot op heden heb ik mij in de discussies gedeisd gehouden. Het gaat er daar soms wel erg visionair (Web 3.o, 4.0, wie biedt er meer) of erg technisch aan toe. Maar het gaat er uiteindelijk om, waar de klant behoefte aan heeft of wellicht krijgt. En er is daar ook al de opmerking gemaakt, dat we ons vooral ook met de realiteit van vandaag moeten bezighouden en al te veel dromen nog niet aan de orde is. Inderdaad geldt naar mijn smaak de uitspraak, die ik 25 jaar geleden eens optekende tijdens een cursus: "Management is the art of doing the average well".

Als het archiefwezen (en niet alleen zij!) zich aan dit principe houdt, dan ben ik als klant dik tevreden.

11 september 2009

Leentje contra Willem

In het welkomstwoord van dit blog noem ik als een van de doelstellingen gestorvenen weer wat leven in te blazen. Soms kan een klein briefje voldoende zijn om daar invulling aan te geven. Tijdens een ruzie laten mensen vaak hun emoties het duidelijkst zien. Een voorbeeld is een ongedateerd briefje van Leentje aan haar broer Willem, die executeur testamentair van hun overleden ouders is. Uit de tekst maak ik op, dat het kort na 1903 moet zijn geschreven. Zij was toen even in de 60, hij een paar jaar jonger en daarbij zeker geen gemakkelijk heerschap. Onderwerp: een erfeniskwestie. De genoemde Henry is Leentje's overleden echtgenoot. Haar beide zoons woonden in Indie, resp. Zuid-Afrika. De transcriptie van het originele briefje, waar Willem als ontvanger een paar aantekeningen op heeft geschreven (die ik in blauwe tekst weergeef) luidt als volgt:

W. Het meeste lust heb ik om te zeggen houdt de hele boel maar - 't Is om uit je vel te vliegen. Dan komen ze ?wie? je vertellen 't is Pa's idee geweest dat je niets zoudt krijgen! En als je die gekken tot zwijgen hebt gebracht moet je weer horen dat geen een toe zal stemmen om met mij afterekenen. in je eigen belang verwijt dus niemand. Ik heb toch kennis gegeven van Henry's overlijden. Aan U speciaal waarom is het toen dan niet verandert. Ma leefde toen nog - ja, Gij waart er traag aan toe om daaraan te denken. en de moeite en toewijding was toch niet te veel gevraagd ten minste dat dunkt mij, hoe gij daarover denkt weet ik niet. Als je even de moeite had gedaan om voor mij te zorgen als boven - waarom dacht Gij er niet aan? was alles nu in 't reine. Volmachten bedelen van je kinderen - ze sturen ze toch niet, ze hebben er lack aan, daar blijf ik bij. Wiens schuld, toch onze niet? 'T is wat moois om je heele leven - tot zelfs daar waar je recht als een boek spreekt toch bedelaar te moeten blijven. Ettelijke malen schreef ik om volmachten, geen een stuurd ze. Die vond de notaris te ver uit de buurt, en die vergeet het. 't is recht wat moois - door een onvergeeflijk verzuim van wie? zal ik nu weer verdriet krijgen en ik heb al een hoop verdriet. Ik wou niet graag dat ik zoo weinig voor een ander over had dat weet ik zeker. Ik heb zooeven weer aan Notaris Moll geschreven en hoop dat hij de volmachten zal vinden dus die zijn er? op zijn kantoor te Arnhem - en zal anders wel weer in Transvaal en Indie schrijven. Dat ik niet veel achting voor de mannen heb zal je wel niet verwonderen. L. De zachtzinnigheid & logica der vrouwen schijnt ook al niet groot.

Waarschijnlijk is alles uiteindelijk tot genoegen van alle betrokkenen geregeld, Leentje's handtekening staat tenminste onder de acte, waarin de boedel van de ouders wordt gescheiden en verdeeld. Het portret is van haar (maar daar had u vast niet aan getwijfeld).

21 augustus 2009

Gratama

De van oorsprong Harlinger familie Gratama, die vanaf het begin van de 19e eeuw gedeeltelijk verkaste naar Assen, doordat Mr. Sibrand Gratama daar tot burgemeester werd benoemd, is gelieerd aan mijn familie. Egberdina Clasina Keppel Hesselink (1843-1918) trouwde namelijk met diens kleinzoon Jan Freseman (1843-1920). De Gratama's hebben veel juristen voortgebracht. Jan Freseman echter was kassier en correspondent van de Nederlandsche Bank, rozenkweker en directeur van de gasfabriek. Hun beide zonen Herman Gijsbert en Koenraad Wolter richtten 1888 in Hoogeveen de Gebr. Gratama & Co. Koninklijke Rozenkweekerij op, die in Nederland grote bekendheid verwierf. Dat werd o.a. bereikt door een slimme marketingtruc. Op het spoorwegstation Hoogeveen stopten alle treinen vanuit het westen naar Groningen en dat vice versa. De gebroeders lieten tijdens zulke stops rozen uitreiken aan de treinreizigers, uiteraard voorzien van een visitekaartje. Op die manier werd de firma in heel Nederland bekend. De bedenker van deze langlopende actie zou overigens hun oom (mijn overgrootvader) Cornelius Dasse Hesselink zijn geweest.

Kort geleden kocht ik via een antiquariaat voor een paar euro het boekwerk 'Familie-archief Gratama' (uitgave Rijksarchief in Drenthe, Assen 1996). Het is een uiterst professionele uitgave, bevattende naast een genealogie Gratama een inventarisatie van alle documenten, incl. foto's. Het boek met een omvang van 107 pagina's toont ook een aantal (portret-)foto's van familieleden. De inventaris van het familiearchief Gratama is ook te raadplegen via de website van het
Drents Archief. Gratama is een zeer interessante familie en het boek een echte aanwinst voor mijn bibliotheek.

18 augustus 2009

Bijzonder grafmonument

Op de begraafplaats van het dorp Rozendaal bij Arnhem bevindt zich een zeer bijzonder grafmonument. Het is opgericht voor Paulina Hendrika Elisabeth Hesselink, die leefde van 12 september 1851 tot 30 augustus 1910. Zij was getrouwd met de toonkunstenaar Ludwig Felix Willem Cornelis Brandts Buijs, die deel uitmaakte van een zeer muzikale familie. In het kwartaalblad Genealogie van het CBG, uitgave van december 2008, staat een artikel over deze familie. Niet alleen Paulina Hesselink was met een Brandts Buijs getrouwd, maar ook haar zuster Martine. Zelf vind ik het een ontroerend mooi grafmonument. Wat een goede moeder moet Pauline zijn geweest! Haar vier zonen (de namen zijn hier te vinden, ze zijn voornamelijk vernoemd naar bekende componisten ) laten daar eigenlijk geen twijfel over bestaan.

Ook haar man Ludwig Felix ligt in Rozendaal begraven. Hij kreeg in 1927 tien jaar na zijn dood in 1917 zijn eigen grafmonument. Aan zijn voeten geen kinderen, maar de muze. Vermoedelijk is het door dezelfde beeldhouwer vervaardigd.

De kunstenaar van tenminste Pauline's gedenkteken was
Louis Johannes Vreugde ('s-Hertogenbosch 1868-Den Haag 1936). Hij maakte het volgens de signatuur in 1911.

13 augustus 2009

Kamerijksdoekwerker

Enkele jaren geleden schreef ik over een voorvader, die zijdegrofgreinwerker was. Vandaag heb ik weer zoiets, namelijk kamerijksdoekwerker. Mathijs Geneijn uit het Noordfranse Le Cateau-Cambrésis oefende dit beroep uit, toen hij in 1605 trouwde in Leiden met de Antwerpse Marya Catoir. Dit plaatsje ligt ongeveer 25 km ten oosten van Cambrai (Kamerijk). Hij woonde echter te Haarlem. Dit laatste hoeft niet te verbazen. Uit de literatuur is bekend, dat kamerijksdoek in de Noordelijke Nederlanden met name in Haarlem werd vervaardigd en wel door vakmensen, die uit de buurt van Kamerijk kwamen en naar het protestantse Noorden waren gevlucht. Vandaar uiteraard ook de naam van het weefsel, het fijnste linnenbatist dat er bestond. Haarlem werd zo een linnencentrum van internationale allure.

Kamerijksdoek werd voornamelijk gebruikt voor de fabricage van kragen (zie afbeelding). Dit soort werd een molensteenkraag genoemd. Ze waren onder invloed van de kleding van de Spaanse bezetters vanaf de 2e helft van de 16e eeuw populair en werden door mannen en vrouwen gedragen. Dit is de enige plooikraag ter wereld die nog over is. Andere types waren een stuk harder gesteven en heel regelmatg geplooid, we kennen ze wel van schilderijen.

Voorvader Mathijs Geneijn was dus kamerijksdoekwerker in Haarlem en Leiden, omdat hij moest vluchten uit Frankrijk. Wij in het Noorden sponnen daar garen bij....

Afbeelding: www.rijksmuseum.nl

12 augustus 2009

Verburgius

Mijn opa hangt in het Rijks! Dat klopt, wanneer ik onder 'opa' al mijn voorvaderen mag verstaan. Waar hij hangt of staat in het Rijksmuseum is ook nog maar de vraag, misschien wel helemaal achteraan diep in het depot weggestopt.... Maar toch, hier is hij dan, mijn opa Verburg. Bij een zoektocht op de website Het Geheugen van Nederland ontdekte ik hem. Opa Verburg was dan ook niet de eerste de beste, want hij was wel eventjes rector van de Latijnsche School in Amsterdam! Isaacus Verburg werd gedoopt op 13 januari 1684 in Leiden als zoon van de wolscheier Jacobus Verburgh en Susanna Jeneijn. Kennelijk was hij een pienter baasje, want hij was nog maar 16, toen hij als student in de letteren werd ingeschreven aan de Leidse universiteit. 6 jaar later was hij afgestudeerd en werd hij praeceptor (leraar) der laagste klasse aan de Latijnsche School in Amsterdam. Korte tijd daarna trouwde hij met de advocatendochter Christina Silvius. Op de Latijnsche School heeft hij op diverse plekken gewerkt. Tenslotte werd hij in 1722 benoemd tot rector, waarbij hij verplicht werd leerlingen in de kost te nemen. In 1745 overleed hij. Isaac Verburg, die zich graag ook Verburgius noemde, was niet alleen leraar, maar ook schrijver. In het Nederlands maakte hij het door G. Suikers begonnen, maar onafgemaakte werk met de ongelofelijke titel "Algemene Kerkelyke en wereldlyke geschiedenissen des bekenden aard-kloots, of Een verhaal van al het gene gedenkwaardig in de verscheide ryken en staten dezer Werelt is voorgevallen, van de schepping der Wereldt tot de doodt van Willem den III.Koning van Engelandt. Midsgaders de Levens van Mannen en Vrouwen, die zich gedurende dien tydt door geleerdheit of door eenige andere aanmerkens-waardige hoedanigheit vermaard gemaakt hebben. Op eene welgeschikte order in het Neder-Duitsch beschreven, door Geerlof Suikers, Rechtsgeleerde. En in het licht gegeven door Isaak Verburg. Met kopere platen en landkaarten" af. Daarnaast vertaalde hij de Telemachus van Fenelon.

Opa Verburg heeft zeker zijn plaatsje in het Rijks verdiend.

Bij het portret:
Titel: Isaac Verburg (1680-1745). Rector der Latijnse scholen te Amsterdam
Maker: Quinkhard, Jan Maurits
Verv.jaar: 1725
Copyright: Rijksmuseum Amsterdam
Afmetingen: hoogte: 37 cm; breedte: 30,5 cm
Techniek: olieverf op doek

11 augustus 2009

De vrouw van Venker met haar kind

Dat hier iets helemaal verkeerd ging moge met een oogopslag duidelijk zijn. Inderdaad voltrok zich op 12 januari 1807 een ramp in Leiden, die enigszins te vergelijken is met de vuurwerkramp in Enschede. Honderden huizen in de binnenstad werden verwoest, er vielen tenminste 151 doden en ca. 2000 gewonden. Daarmee was het aantal slachtoffers veel groter dan bij de ramp in Enschede. In Leiden ontplofte geen vuurwerkfabriek, maar een schip geladen met 37000 pond buskruit. Twee jaar geleden werd deze gebeurtenis in Leiden uitgebreid herdacht. Op internet is er veel informatie over te vinden, bv. hier.

Bijgaande afbeelding vond ik in de beeldbank van het regionaal archief te Leiden. Waarom ik deze hier toon? Eerst de beschrijving: "Gezicht op het Rapenburg van de Nieuwsteegbrug met de Saaihal links in het verschiet, tijdens het springen, met het zinkende jacht van Rietmulder rechts op de voorgrond en links de vrouw van Venker met haar kind en andere personen ter aarde geworpen. Voor de letter". Mij gaat het om de vrouw van Venker en haar kind. Venker is een Alkmaarse familie, die in mijn vooroudertabel voorkomt. Vorig jaar publiceerde ik een Genealogie Venker in het afdelingsblad van de NGV. De Venker, om wie het hier draait was Andries, die schoolmeester was te Leiden. Hij was een onderwijsvernieuwer, hoofd van de zg. departementsschool (van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen). Onder zijn leerlingen bevonden zich kinderen van vooraanstaande Leidse ouders. Zijn woonhuis annex school bevond zich vlakbij de plaats van de ramp op de hoek van het Steenschuur. Het gebouw werd compleet weggevaagd, velen van hen, die zich in het gebouw bevonden werden gedood. Onder hen ook de 8-jarige Pieter en de 8 maanden oude Dina, kinderen van Andries. Zelf heeft hij de ramp overleefd, hij overleed op 75-jarige leeftijd in 1846. Ook zijn vrouw, die op het tijdstip van de explosie kennelijk buiten was, bleef in leven. Anderhalf jaar later baarde zij een zoon, die zij weer Pieter noemde (en die later net als zijn vader hoofdonderwijzer werd). In 1814 volgde ook nog een tweede Dina. De vrouw van Venker heette Hendrika Pieters van den Engh, gedoopt te Dordrecht op 9 januari 1774. Zij waren op 24 october 1795 in Leiden in het huwelijk getreden. Wie van haar kinderen zij met haar lichaam beschutte kan niet met zekerheid worden gezegd, maar de bijna 5-jarige Jacoba Johanna zou het best eens kunnen zijn geweest.

Ik vind het toch wel heel bijzonder, dat zij door deze tragische gebeurtenis is vereeuwigd en ik dit plaatje kon opduiken. Bedankt, Leids archief!

9 augustus 2009

Tussenvoegsels

Een tussenvoegsel is beslist ingewikkelder dan het lijkt. Het woord zelf is al niet onomstreden, omdat het in dezelfde betekenis ook wel voorvoegsel wordt genoemd. Taalkundig heeft 'voorvoegsel' nog andere betekenissen dan waar we het hier over hebben: een woord, dat deel uit maakt van een familie- of geslachtsnaam. Alleen al in Nederland en Belgie wordt er verschillend mee omgegaan. Een naam als Van der Zee wordt in Nederland onder de letter Z gesorteerd, in Belgie onder de V. In Nederland is het Jan van der Zee (van met een kleine letter), in Belgie bestaat deze regel niet, omdat daar altijd de originele schrijfwijze van de naam wordt aangehouden.

Als genealoog heb je uiteraard heel veel met familienamen te maken. Je zoekt in registers bijvoorbeeld naar de naam Van der Burgh, terwijl die naam, zonder dat je het in de gaten had, later is veranderd in Verburgh of Verburg. Daar moet je allemaal rekening mee houden, anders loop je grote kans de juiste persoon in het register te missen. Waar ik in de praktijk ook tegenaan ben gelopen is een naam als Van der Eem. Voor 1811 bestond in Nederland geen vaste spelling van een familienaam. Degene, die een akte opmaakte moest vaak maar gissen naar de juiste schrijfwijze en het gebeurde vaak, dat hij iets fonetisch opschreef. Op die manier is de naam Van der Eem verbasterd tot Van Dreem. Je kunt je goed voorstellen, hoe dat kon gebeuren: De persoon in kwestie zei niet duidelijk 'van der Eem', maar 'van d'r Eem'. En voila! Voor dit soort voetangels en klemmen wil ik andere onderzoekers waarschuwen, want ook zonder zulke problemen is serieuze genealogie al lastig genoeg.

Meer over tussenvoegsels o.a. op deze site.

6 augustus 2009

Kortstondig huwelijk

De bedoeling van een huwelijk is een levenslange verbintenis tussen de beide partners. In goede en in slechte tijden, in gezondheid en in ziekte. Zodra een van de echtelieden sterft is het huwelijk ten einde. Voor sommigen geldt, dat ze vele tientallen jaren bij elkaar zijn, anderen houden dat niet uit en gaan eerder uit elkaar. En soms gebeurt het ook, dat een van de partners vrij jong sterft en de andere dus als jonge weduwe of weduwnaar achterblijft. Een nogal extreem voorbeeld van deze laatste mogelijkheid wil ik hier voorstellen. Dit knappe stel op de huwelijksfoto was namelijk nog maar 15 dagen getrouwd, toen hij stierf. Dat was op 2 januari 1908 in Tosari (Ned.-Indie). Hij, de chemicus Louis Jean Degenaar, geb. Monnickendam 15-8-1881, was net op 18 december te Modjokerto in het huwelijk getreden met Elisabeth (Lissy) Keppel Hesselink, geb. Toeban (residentie Rembang) 27-4-1883. De doodsoorzaak is mij helaas niet bekend, zou die nog te achterhalen zijn?

In mijn bestand heb ik momenteel de gegevens van 7841 huwelijken opgenomen, maar dit van Louis en Lissy heeft ongetwijfeld het kortst van allemaal geduurd. Kan het nog korter? Zeker en vast. Mocht u daar voorbeelden van hebben, dan hoor ik die graag.

Lissy heeft wel wat meegemaakt in haar leven. Toen ze 16 was, verloor ze beide ouders door een familiedrama. Wel is zij hertrouwd. Op 2 december 1910 gaf zij in Bloemendaal haar ja-woord aan Dr.
Ernst Heinrich Krelage, de bekende bloemenkweker en pionier van de bloembollenhandel. Dit huwelijk eindigde na ruim 45 jaar met zijn overlijden in 1956. Zij stierf hoogbejaard in 1979.

28 juli 2009

Onbekende voormoeder

In een dagboek, dat rond 1860 is gestart, bevind zich voorin bijgaand portret van een vrouw en profile. Erbij wordt vermeld, dat het een van de voorouders zou zijn, maar de naam is niet bekend. Graag hoor ik meningen, in welke tijd deze vrouw geleefd heeft. De kledingkenmerken zouden daarbij kunnen helpen. Zelf heb ik hier ook wel een idee over, maar ik wil niemand beinvloeden door die nu al te uiten. Als regio zou gedacht kunnen worden aan de Achterhoek.